10.042
216

Voorzitter van New Urban Collective

Mitchell Esajas (1988) is mede-oprichter en voorzitter van New Urban Collective een netwerk van studenten en young proffesionals van diverse achtergronden. Hij is als sociaal ondernemer betrokken bij diverse maatschappelijke projecten op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt, diversiteit en duurzaamheid. Mitchell studeerde Bedrijfswetenschappen en Antroplogie aan de Vrije Universiteit. Momenteel werkt hij part-time als programma manager Medische Antropologie op de Universiteit van Amsterdam.

De universiteit is veel te wit

We durven wel vragen te stellen over het democratische gehalte van de universiteiten, maar geldt dat ook voor de diversiteit?

De bezettingen van het Bungehuis en later het Maagdenhuis (Universiteit van Amsterdam) hebben de ivoren toren van de academische wereld flink doen wankelen en een beweging in gang gezet die fundamentele vragen over de universiteit, het Nederlandse onderwijs en de samenleving durft te stellen. Studenten en docenten roepen op tot meer democratie en transparantie en minder rendementsdenken. Durven we ook vragen te stellen over het gebrek aan diversiteit binnen de universiteit?

Op de universiteit is iedereen wit
‘Op de universiteit is iedereen wit’, merkte Coen Bergman, een oud-UvA-student politicologie, scherp op in de documentaire ‘Zwart Als Roet’. Dat was ook de eerste indruk die ik kreeg tijdens mijn eerste collegedag op de Vrije Universiteit in Amsterdam. Tijdens mijn studies Business Administration en Antropologie kwam het regelmatig voor dat ik de enige zwarte student in een overvolle collegezaal was. Tegenwoordig werk ik op de UvA en ook daar valt het me regelmatig op dat ik vaak de enige donkere stip in een zee van witheid ben. Deze institutionele witheid wordt als vanzelfsprekendheid aangenomen, maar is het normaal dat een onderwijsinstelling in een stad waarin meer dan 50 procent van de jongeren een migrantenachtergrond heeft zo dominant wit is? En wat zegt deze witheid en dit gebrek aan zichtbare diversiteit op de universiteit over de wetenschap en de samenleving?

Koffiejuffrouw of professor?
Gloria Wekker, professor sociale en culturele antropologie gespecialiseerd in gender en etniciteit, stelde tijdens een teach-in in het Maagdenhuis de dominante witheid van de Nederlandse academie ter discussie aan de hand van een voorbeeld waarbij ze als koffiejuffrouw werd aangezien terwijl ze college kwam geven.  Dat men er automatisch vanuit ging dat ze vanwege haar sekse en etniciteit – vrouw én zwart – koffie kwam schenken en niet college kwam geven was een reflectie van de vanzelfsprekendheid van witheid op de universiteit.

Gloria Wekker is nog altijd de enige vrouwelijke zwarte professor in Nederland. Haar positie als vrouw in een door mannen gedomineerde omgeving kan echter overigens ook een rol hebben gespeeld aangezien er meer vrouwen dan mannen afstuderen maar slechts  één op de zeven hoogleraar is.  Wekker vroeg zich tijdens de teach-in af waarom men in Nederland denkt dat vier eeuwen kolonialisme en slavernij geen erfenis heeft achtergelaten in ons taalgebruik en de manier waarop we naar onszelf en de ander kijken.

Innocence Unlimited
In het boek Innocence Unlimited (Onbeperkte Onschuld), dat deze zomer gepubliceerd wordt, stelt ze dat dit verleden zijn sporen heeft achtergelaten in het Nederlandse collectieve onderbewustzijn waarin men, vaak onbewust, nog steeds denkt en spreekt in termen van raciale hiërarchieën en categorieën, maar paradoxaal genoeg niet over ras wilt spreken en schrijven. Het is dan ook ironisch dat een deel van de historische panden die nog steeds eigendom zijn van de UvA onlosmakelijk verbonden zijn met het koloniaal verleden. Zo was het Spinhuis het hoofdkwartier van de eerste multinational ter wereld, de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC).

Het Maagdenhuis dat nu uit protest tegen het regenteske en ondemocratische beleid van het College van Bestuur van de UvA is bezet was voorheen het hoofdkwartier van  de Nationale Handelsbank, voorheen de Nederlandsch Indische Bank dat de “handel” tussen Nederland en Nederlands-Indië financierde.  Het verleden is onlosmakelijk verbonden met het heden maar in het neoliberale discours vergeten we dit liever.

Wij doen niet aan ras
 ‘Racisme is een Amerikaans probleem‘, zo denkt menig Nederlander, aldus Zihni Özdil in een recent artikel over Nederlands racisme.  Het dominante zelfbeeld van Nederland is dat we in een tolerant en egalitair land leven waarin iedereen gelijke kansen heeft en op basis van merites maatschappelijk succes kan bereiken. Racisme, daar doen we niet aan. Pogingen tot discussie over het r-woord belanden dan ook vaak in defensieve, afwijzende of emotionele toestanden. De emotionele reacties tijdens de Zwarte Pietdiscussie tonen dit aan.

Volgens de koloniaal wetenschapper Grosfoguel is het spreken over ras en racisme in Nederland taboe vanwege de desastreuze gevolgen van rassentheorieën tijdens Tweede Wereldoorlog. Sindsdien heeft men in Nederland afstand genomen van het ouderwetse biologische racisme waarin mensen op basis van pseudowetenschappelijke argumenten in raciale hiërarchieën werden verdeeld. De onderliggende structuren van raciale hiërarchie is in het dominante discours echter niet compleet verdwenen maar getransformeerd tot cultureel racisme. We hebben het niet meer over rassen maar over culturen en ‘etnische minderheden’. We hebben het over ‘crimineel Marrokaans tuig’ en ‘gewelddadige Antillianen’ die zich moeten aanpassen aan de dominante culturele normen en waarden.

Zo zei premier Rutte onlangs nog dat we ‘veel steviger moeten zijn in het uitdragen van de dominante Nederlandse cultuur. We moeten duidelijk zijn over de mate van integratie.’   In tegenstelling tot de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wordt de witheid van de wetenschap niet bevraagd en wordt wetenschappelijk onderzoek naar ras en racisme structureel genegeerd.

In wat Essed en Nimako, de ‘minority research industry’ noemen kijken Nederlandse sociale wetenschappers vooral naar ‘allochtonen’ vanuit een probleem georiënteerd perspectief waarin hun veronderstelde gebrekkige integratie en achterstandspositie geweten wordt aan hun matige taalbeheersing, cultuur, criminaliteit of andere problemen. Hierbij wordt de verantwoordelijkheid van structurele  ongelijkheid bij de migranten gelegd en niet bij structurele barrières in de samenleving gevormd door institutioneel racisme.

Ondanks talloze rapporten die aantonen dat werkgevers op basis van bewuste of onbewuste racistische vooroordelen ‘Liever Mark dan Mohamed’ verkiezen voor een sollicitatiegesprek, stelde premier Rutte dat hij daar niks aan kan doen:

Nieuwkomers hebben zich altijd moeten aanpassen, en altijd te maken gehad met vooroordelen en discriminatie. Je moet je invechten.

Tijd voor diversiteit op de universiteit
Aan de Oxford Univeristy hebben kritische studenten en docenten uit de behoefte aan een breder aanbod aan literatuur een ‘Alternatieve Leeslijst’ opgesteld met literatuur voor verschillende disciplines . Op verschillende universiteiten in het Verenigd Koninkrijk zijn studenten en docenten een campagne gestart ‘Why is my curriculum white?’ nadat er uit een enquête geconcludeerd werd dat een aanzienlijke groep vond dat het curriculum te weinig aandacht gaf aan kwesties als diversiteit, gelijkheid en discriminatie.

Zelfs in post-Apartheid-Zuid-Afrika zijn studenten onlangs in opstand gekomen tegen de koloniale geest die nog over de universiteit rondwaart in de vorm van het standbeeld van de Britse kolonialist en imperialist Cecil Rhodes met de campagne #RhodesSoWhite. In het boek Superdiversiteit stelt socioloog Maurice Crul dat de Nederlandse grote steden net als andere metropolen als Berlijn, New York en Londen, zijn uitgegroeid tot zogenaamde ‘minority-majority’-cities.  Dit zijn steden waarin er geen dominante etnische meerderheid meer is, aangezien meer dan helft van de bevolking een migrantenachtergrond heeft. Dit fenomeen wordt ook wel ‘superdiversiteit’ genoemd.

Onderwijs wordt over het algemeen beschouwd als de sleutel tot emancipatie en sociale mobiliteit. Tegelijkertijd kan onderwijs sociale ongelijkheid reproduceren als gevolg van structurele barrières in het onderwijssysteem. De universiteit is een kweekvijver van de leiders en denkers van de toekomst.

Een universiteit waarin witte geprivilegieerde studenten binnen de bubbel van hun eigen comfortzone blijven bewegen zonder in aanraking te komen met andere denkbeelden, bereidt studenten niet voor op de realiteit van de buitenwereld maar reproduceert juist de bestuurlijke en elitaire afstand van de realiteit waar studenten en docenten in het Maagdenhuis tegen protesteren.

De toekomst vraagt om mensen die verschillende perspectieven kunnen begrijpen, mensen die om kunnen gaan met culturele diversiteit en de uitdagingen die het met zich meebrengt.

Het is dus hoog tijd voor meer diversiteit op de universiteit!

Dit opiniestuk verscheen eerder op Nucnet.nl

Cc-foto: MaikelvdBos

Geef een reactie

Laatste reacties (216)