14.387
154

Postdoc researcher aan Universiteit Utrecht, Faculteit Media en Cultuur

Postdoc researcher aan Universiteit Utrecht

De UvA had Jordan Peterson geen rechtse ‘safe space’ moeten bieden

Conservatieve en (extreem-)rechtse figuren claimen dat hen het zwijgen wordt opgelegd, terwijl zij tegelijkertijd een gigantisch mainstream publiek bereiken met hun boodschap

Jordan Peterson spreekt
cc-foto: Gage Skidmore

Vorige week heb ik samen met tientallen UvA-academici, een brief getekend, waarin wordt gevraagd om de controversiële spreker Jordan Peterson van een kritische gespreksgenoot te voorzien bij zijn optreden aan de UvA. Een van de hoofdredenen daarvoor was de selectieve weergave die Peterson geeft van, onder andere, de huidige staat van wetenschappelijke kennis over het biologische verschil tussen mannen en vrouwen. In zijn reactie op deze brief, verdraaide Peterson deze eis (net als veel van zijn Twitter-sympathisanten), door te doen alsof de ondertekenaars hem het zwijgen wilden opleggen. Hij gaat zelfs zo ver dat hij de ondertekenaars van de brief ‘totalitarian wannabes’ noemt.

Maarten Boudry volgde in zijn recente bijdrage in het NRC dezelfde koers, door onze brief te vergelijken met gevallen in de VS waar activisten lezingen hebben verhinderd, een tactiek die bekendstaat als ‘no-platforming’. Wat Boudry’s opvattingen over ‘no-platforming’ dan ook mogen zijn, het is moeilijk om de relevantie daarvan in te zien, aangezien een dergelijke bedreiging onder geen beding gemaakt werd in genoemde brief, en het evenement aan de UvA zonder incidenten verliep.

Wat er wel gebeurde, is het volgende. Enkele van de ondertekenaars ontvingen doodsbedreigingen van Peterson’s sympathisanten. Vervolgens werd Peterson op het podium volledig vrij gelaten om zonder enige kritische vraag of kanttekening zijn controversiële opvattingen te verkondigen over bijvoorbeeld het homo-huwelijk, dat blijkbaar begrepen moet worden als een uitvoerig ‘sociaal experiment’ waarvan de lange termijn gevolgen onbekend zijn. En over de ‘solide’ wetenschap die de sociaal-economische ongelijkheden tussen mannen en vrouwen rechtvaardigt.

We werden ook getrakteerd op een wazig verhaal over een spel dat Peterson speelt met zijn kleindochter, nadat iemand in het publiek een vraag had gesteld over hedendaags seksisme – een vraag die aldus volledig onbeantwoord bleef. En we zagen hem uiteindelijk in tranen, zoals hem wel vaker overkomt in zijn interviews wanneer hij beschrijft hoe diep hij geraakt wordt door de positieve feedback die hij krijgt op zijn zelfhulp-boek van zijn overwegend jonge, mannelijke fanbase. Van kritische discussie of adequate representatie van de diversiteit en complexiteit van huidige wetenschappelijke opvattingen was geen spoor te bekennen – hoewel dit precies de waarden zijn die de UvA, volgens eigen zeggen, hoog in het vaandel heeft staan.

Het blijft dan ook hoogst opmerkelijk dat het verzoek voor een open debat voortdurend geframed werd als niets anders dan een (milde) vorm van ‘no-platforming’. Een eis tot open discussie over discutabele standpunten is toch juist precies het tegenovergestelde van iemand moedwillig de mond snoeren? De organisatie die Peterson uitnodigde voert – ironisch genoeg – uitgerekend de naam ‘Room for Discussion’! In een instituut als de UvA, dat haar studenten leert dat alle ideeën en opvattingen kritisch tegen het licht moeten worden gehouden, kunnen we toch niet accepteren dat er een ondoordachte identificatie plaatsvindt tussen het eisen van een open debat en het verhinderen van de vrijheid van meningsuiting van een spreker? Hoe komt het dan toch, dat men zo blind is voor dit volstrekt evidente verschil?

Deze blindheid is niet toevallig. Voor Boudry, net als voor Peterson, verhindert de recente opkomst van ‘safe spaces’ en de tirannie van ‘politieke correctheid’ op universiteiten rechtse politici en denkers hun ideeën vrij te uiten. Maar deze klacht is ouder dan de linkse ‘safe spaces’ in Noord-Amerika. Het hedendaagse debat over intellectuele vrijheid op universiteiten, imiteert het oudere debat over vrije meningsuiting: conservatieve en (extreem-)rechtse figuren claimen dat hen het zwijgen wordt opgelegd, terwijl zij tegelijkertijd een gigantisch mainstream publiek bereiken met hun boodschap. Ik ben er persoonlijk helemaal niet op uit om een ‘safe space’ te vragen waar Peterson’s ideeën niet besproken mogen worden. Ik heb gevraagd om een ruimte waar zijn ideeën op zodanige wijze worden besproken, dat er mogelijkheid is voor politiek en intellectueel debat over de inhoud – zodat studenten en het bredere publiek onderscheid kunnen maken tussen wetenschap en pseudo-wetenschap, waar Peterson systematisch tussen laveert. Als een dergelijke ruimte niet aan de universiteit te vinden is, waar vinden we het dan wel? 

De afwijzing van openlijke discussie bij zijn optreden aan de UvA, door Peterson zelf en door zijn sympathisanten en anderen, was geen verdediging van intellectuele vrijheid of universele mensenrechten. Wat zij verdedigden, was een ruimte waarin Peterson zonder enige kritische noot zijn discutabele ideeën kon articuleren: een ‘safe space’. En dit is precies wat de organisatoren van dit evenement, en de UvA, hem gegeven hebben.

Boudry maakt zich zorgen om de UvA, omdat de verstikkende atmosfeer die de linkse en progressieve ‘safe spaces’ zouden produceren aan de Noord-Amerikaanse universiteiten, zich naar Amsterdam zouden verplaatsen, om ook hier de vrijheid van meningsuiting te beperken. Maar dit horror-scenario is veel dichterbij dan Boudry suggereert: we hoeven onszelf niet eens over de Atlantische Oceaan te begeven, om te zien hoe vrije wetenschapsbeoefening wordt ingeperkt door de rechtse politiek.

In Hongarije, binnen de Europese Unie waar wij deel van uitmaken, werden recentelijk hele academische onderzoeksvelden verboden en hun financiering stopgezet – iets waar Peterson ook toe heeft opgeroepen – met beroep op uiterst conservatieve politieke ideeën over het biologische verschil tussen man en vrouw die het complexe wetenschappelijke onderzoek naar deze kwestie gewoonweg wensen te negeren. Dát is iemand het zwijgen opleggen. U ziet – hopelijk – het verschil, met een eis om wetenschappelijk debat.

Geef een reactie

Laatste reacties (154)