26.278
173

Journalist

Annemieke Ruggenberg rondde haar universitaire studie media en journalistiek af in Zuid-Afrika waar ze onderzoek deed naar nieuwsconsumptie onder Zuid-Afrikaanse jongeren. Ze is redacteur bij Kidsweek en 7Days en publiceert als freelance journalist artikelen in o.a. Trouw, De Pers, AD, Volkskrant, Marie Claire en One World.

De voedselbank? Dat is toch voor arme mensen?

'Ik snap het even niet', zei een vriend. 'Ze heeft dus nul inkomen en krijgt niks van de overheid? Dat kan toch helemaal niet?'

Mijn vriendin Hafida is een opgeruimd type. Als je bij haar op bezoek komt, ruikt het naar bleek. Vaak heeft ze de thee al klaar. En ze heeft precies de dingen in huis gehaald die jij lekker vindt. Dat laatste doet ze nog steeds, maar nu ligt er in huis overal speelgoed. De geur van bleek is verdwenen, samen met haar vrolijkheid en de glans in haar ogen.

Vorige week kwamen er twee vrouwen bij Hafida langs. Onaangekondigd. Nu is dat in haar cultuur niet ongebruikelijk, maar deze mensen kende ze niet. “Zijn er meer mensen in huis?”, was het eerste wat ze vroegen. Hafida moest een beetje lachen, want ze had die regel net geleerd tijdens haar studie pedagogiek: altijd eerst vragen of er meerdere personen in huis zijn, om de situatie in te kunnen schatten. “Alleen mijn dochtertje. Zij slaapt boven”, antwoordde ze.

De twee vrouwen kwamen haar huis binnen, doorzochten haar administratiemappen, keken in kasten en trokken deuren open. Ze zeiden meer informatie nodig te hebben over haar leven. Voor de slaapkamerdeur van Hafida’s tweejarige dochtertje stonden ze stil. “We moeten zeker weten of u echt een dochter heeft”, zei de één. De ander had de deur al opengemaakt. Nadia werd wakker en begon te huilen. “Sorry”, mompelden de vrouwen. “U hoort nog van ons.”

Wat hieraan vooraf ging waren talloze bezoekjes van Hafida aan het UWV. Tegen die eerste afspraak zag Hafida enorm op, maar haar spaargeld was op en ze kreeg al een half jaar geen WW-uitkering meer. Door haar zwangerschap verloor ze haar parttime baan bij de crisisopvang. Kort na de zwangerschap raakte ze in een depressie. Ze vroeg bijstand aan. Wekenlang hoorde ze niets.

Haar broer leende haar geld, net als een tante uit Turkije. De enige familieleden waar ze nog contact mee heeft sinds haar vader haar verstootte. Hafida kreeg Nadia van een Nederlandse man en dat vond haar familie onacceptabel. Ze trok hoogzwanger in bij haar onberekenbare ex. Kort na de geboorte zette hij moeder en dochter het huis uit. “Te veel gedoe aan mijn hoofd”, zei hij. Nu geeft hij haar iedere maand honderd euro cash voor de boodschappen. Veel te weinig, maar Hafida wil hem niet om meer vragen, zoals ze nooit iemand iets wil vragen. Behalve nu dus aan het UWV, omdat ze niet anders kan. Haar ex laat ze langskomen wanneer hij wil. “Zodat Nadia een vader heeft.” Dat is onregelmatig en afhankelijk van zijn sterk wisselende gemoedstoestanden.

Terug naar het UWV. Hafida wil bijstand, maar zo makkelijk gaat dat dus niet. Eerst startte er een onderzoek naar haar. “Waarom bent u niet meer met uw vriend? Hoeveel geld krijgt u van hem? Heeft u daar een bewijs van? Stuurt u ons alle rekeningafschriften van de afgelopen maanden? Hoe vaak gaat u terug naar Turkije?” De vragen waren het ergste niet. Dat was het wantrouwen. “Waarom heeft u een spaarrekening geopend als u geen geld heeft?” Hafida opende een rekening voor Nadia waar ze iedere maand geld op had willen zetten. “Heeft u nog meer buitenlandse rekeningen?”

Na drie maanden wachten lag er een brief op de mat: uit ons onderzoek blijkt dat u geen recht heeft op bijstand. De reden werd niet gemeld. Na nog twee bezoeken aan het UWV begreep Hafida dat het kwam omdat ze student is. Als ze haar studie pedagogiek stopzette zodat ze beschikbaar is voor het werk dat het UWV haar wil laten doen, willen ze haar dossier heropenen. Stoppen met haar studie ziet Hafida niet zitten. Haar zwangerschap, de ziekte die ze na de zwangerschap kreeg en het alleenstaande ouderschap kostten haar al twee jaar van haar studie en daarbij het recht op studiefinanciering. Maar nu, twee jaar verder, hoeft ze nog maar twee vakken en een stage.

“Ik wil voor Nadia een goed voorbeeld zijn en doorzetten”, zegt ze. Toch twijfelt ze vanwege het geld. Met tranen in haar ogen vertelt ze me dat ze het verjaardagssgeld van Nadia had gebruikt om rekeningen te betalen. “Ik voel me zo schuldig.” Tijdens een etentje met vrienden vertelde ik over Hafida. “Ik snap het even niet”, zei een vriend. “Ze heeft dus nul inkomen en krijgt niks van de overheid? Dat kan toch helemaal niet?” Een vriendin dacht meteen mee en noemde dingen als de voedselbank en socialmedia-groepen van moeders die gratis op elkaars kinderen passen. Dingen die ik weer met Hafida bespreek.

“De voedselbank?”, vraagt ze. “Dat is toch voor arme mensen? Zo zie ik mezelf niet. Anderen hebben het harder nodig.” Ook wil ze me haar rekeningnummer niet geven zodat ik geld naar haar kan overmaken.”‘Dat voelt gewoon niet goed.” Als ik doorga over andere ideeën zegt ze vaak: “Het komt wel goed hoor. Zullen we het over jou hebben? Ik wil geen energievreter zijn.”

Gelukkig is het bijna kerst. Ik maak haar wijs dat het een Nederlandse gewoonte is om vrienden kerstpakketten te geven. En zo’n cadeau kun je natuurlijk niet weigeren. Naast een envelop met geld doe ik daar spullen in als luiers, babyvoeding en waardebonnen. Wil je meedoen of kun je iets missen? Stuur me dan een bericht. Maar het hoeft niet hoor, zou Hafida zeggen. 

Geef een reactie

Laatste reacties (173)