Laatste update 04 januari 2016, 15:00
4.302
69

Trainer/adviseur

Roald Pool is trainer en adviseur van managers bij gedragsverandering in organisaties (Vergouwen Overduin). Hij is van oorsprong econoom.

De vooroordelen van Han van der Horst

Hoezo moeten mensen hier per definitie gedwongen worden om meningen en expressies te zien?

Han van der Horst bekritiseert (let wel: inhoudelijk en met respect) de uitlatingen van Rosemarie Buikema, hoogleraar kunst, cultuur en diversiteit aan de Universiteit van Utrecht. Zij stelt dat vluchtelingen veel ongemak kunnen voelen bij promiscue reclame uitingen met de daarop volgende risico’s voor integratie. Conclusie: dit soort uitingen moeten we inperken.

Van der Horst gebruikt twee argumenten om die stelling van Buikema te ontkrachten: (1): ze gaat er (bevooroordeeld) van uit dat die groep mensen beschermd moet worden. En (2): ze kan niet aantonen hoe groot het aantal vluchtelingen is dat zich hier (mogelijk) aan stoort.

Het zijn logische tegenargumenten, maar ze gaan voorbij aan het essentiële en redelijke  principe van een liberale, vrije samenleving, verwoord door John Stuart Mill: “Je eigen vrijheid houdt op waar de vrijheid van een ander begint”.

Met dat liberale principe valt er veel te zeggen om afbeeldingen waar mensen aanstoot aan kunnen nemen zo veel mogelijk te vermijden in de openbare ruimte. Denk hier bij het begrip ‘openbare ruimte’ bijvoorbeeld aan plekken buiten op straat waar je in wezen gedwongen moet zijn: bushaltes, stations, een benzinestation, winkelcentra, etc.

Vrijheid van expressie en meningsuiting is prima, maar kan in die openbare ruimte ook overgaan in een gedwongen ontvangst van die expressies en meningen. Platgezegd: als je iedere dag via CS Amsterdam naar je werk moet gaan, waarom moet je dan gedwongen geconfronteerd worden met afbeeldingen die voor jou aanstootgevend zijn?

In wezen worden wij ingezetenen nu al beschermd tegen extreme vormen van expressie. Zo hebben we een verbod op naaktlopen. Een Engelsman procedeerde enkele jaren lang tot aan het Europese hof om door heel de UK naakt te mogen wandelen. Hij werd niet in het gelijk gesteld. Het oordeelde dat zijn recht om zich (zijn genitaliën) te mogen uiten zorgde voor andere burgers die worden gedwongen om zijn expressie aan te zien.

Zo moet ook een gelovig christen aanvaarden dat zijn geloof tot op het bot wordt bespot in Life of Brian. Dat gaat wel gepaard met de keuzemogelijkheid om de film te bekijken of niet. Die keuzemogelijkheid garandeert het principe van Stuart Mill.

Zo is het sinds enkele jaren ook verboden om in tankstations expliciete porno in de rekken te plaatsen. Die vrijheid beperkt de vrijheid van ouders die hun kinderen willen meenemen in het tankstation en hun kroost (nog even) niet willen blootstellen aan sex. Het doet niets af aan de vrijheid van een pornozoeker om zijn geneugten te zoeken en te vinden.

Zo kun je ook parallellen trekken met de discussie die ontstond na de Charlie Hebdo moorden: “Mogen mensen ‘de profeet’ uitbeelden of bespotten?” Ja natuurlijk, dat moet mogen in onze (vrije) maatschappij. “Moet een school voor journalistiek afbeeldingen van ‘de profeet’ verbieden omdat een deel van de leerlingen moslim is?” Nee, natuurlijk niet! Aspirant journalisten moeten juist getraind worden in het tot zich nemen van alle feiten en gebeurtenissen, zonder hun objectiviteit te verliezen. Dat staat los van de vraag welk geloof je aanhangt. Maar: moeten moslims of puriteinse christenen, die elke ochtend hun weg afleggen door bus- of treinstations, gedwongen geconfronteerd te worden met beelden die hen ongemakkelijk doen voelen? Nee. Hier eindigt de vrijheid van de een OMDAT die de ander afneemt.

Het beperken van die vrijheid voorkomt ongerief voor anderen, welk percentage die andere ook uitmaakt van de totale bevolkingsgroep. Het beperken van die vrijheid betekent niet dat er sprake is van een absolute vorm van menings- of expressie uiting. Sterker: die in deze tijd bijna oneindig: Twitter, Facebook, Instagram, Youtube, bloggen, tentoonstellen, films maken, aanschuiven in talkshows, etc, etc… Er zijn meer podia dan ooit. En die podia bieden de meningsuiters een enorme vrijheid van expressie. En tegelijkertijd bieden die podia de mogelijkheid voor iedere burger om zich aan elk van die meningen te laven of te onttrekken.

Duidelijke en strikte overheidsregels over uitingen in de openbare ruimte die mogelijk aanstoot kunnen geven aan mensen verdienen daarom serieuze aandacht. Het voorkomt dat mensen gedwongen worden om allerlei meningen en expressies tot zich te nemen. Tegelijkertijd beperkt het geenszins de vele podia die mensen kunnen betreden om vrijheid van meningsuiting of expressie te kunne uitoefenen.

Dat is geen bevooroordeelde betutteling, maar een maatschappij waarin ieder individu vrij is.

Lees hier het artikel van Han van der Horst: De vooroordelen van Rosemarie Buikema

Geef een reactie

Laatste reacties (69)