5.887
118

Docent wiskunde, cognitief psycholoog, actief voor BIJ1

docent wiskunde
cognitief psycholoog
actief voor BIJ1

Dekolonisatie van het wiskundeonderwijs

Om de complexe wereld waarin wij leven te begrijpen, kunnen we niet volstaan met het bestuderen van een enkel gezichtspunt. Daarom is dekolonisatie van het onderwijs noodzakelijk.

Op 19 september stelde Sylvana Simons dat het hard nodig was dat er in het onderwijs in Nederland een ander geluid zou klinken, dat het onderwijs zou dekoloniseren. Daarbij noemde zij ook expliciet dat dekolonisatie niet alleen in de maatschappijvakken nodig is, maar ook in de exacte vakken zoals wiskunde. Op de facebookgroep Leraar Wiskunde zagen enkelen wel ruimte om meer aandacht te geven aan de niet-westerse geschiedenis van de wiskunde; maar velen grapten over de kleur van inkt of de stelling van Zwarte Piethagoras. Wat er nu eigenlijk inhoudelijk verstaan kan worden onder dekolonisatie van het onderwijs, daarover werd niet gesproken.

cc-foto: Free-Photos

Het onderwijs heeft als doel dat de leerlingen worden voorbereid op een zelfstandig leven in onze maatschappij. Om die reden trainen ze vaardigheden die onder andere nodig zijn om beroepen te kunnen uitoefenen en leren ze kennis die nodig is om kritisch te denken over ontwikkelingen in de maatschappij. Dit betekent natuurlijk dat als de wereld verandert, het onderwijs mee moet bewegen om aan nieuwe en verwachte behoeften te voldoen. Bijvoorbeeld: beroepen worden tegenwoordig anders uitgevoerd dan vroeger, sommige banen verdwijnen terwijl andere door technologische ontwikkelingen ontstaan. Minstens net zo belangrijk is dat de samenleving zelf voortdurend verandert. Dat gebeurt door vergrijzing, migratiestromen, digitalisering van het leven, enzovoorts.

De afgelopen jaren is er een groeiende roep om het onderwijs aan te passen en minder Eurocentrisch te maken. In het basis- en voortgezet onderwijs lijkt het alsof bijna alle kennis ontstaan is in westerse landen en dat de geschiedenis vooral draait om wat er in Europa en Noord-Amerika is gebeurd. We leren dat Columbus in 1492 Amerika ontdekte en dat de kruistochten naar Jeruzalem vertrokken. Zelden wordt erbij stilgestaan dat deze gebeurtenissen door de bewoners van die gebieden heel anders ervaren werden.

Wij leven in West-Europa, dus dat is ons referentiekader, dat is niet vreemd. Vanzelfsprekend is het zo dat hier in Nederland met name de Europese geschiedenis belangrijk is om ontwikkelingen in de maatschappij goed te kunnen duiden. De geschiedenis van China, Korea en Japan is misschien interessant, maar die heeft lange tijd geen grote directe invloed gehad op de West-Europese maatschappij. Maar de wereld wordt steeds kleiner en daarmee de invloed van Oost-Azië steeds groter. Door de media en ICT, door handel en migratie worden delen van de wereld die traditioneel ver van mijn bed waren steeds belangrijker. Een ander voorbeeld is de geschiedenis van Zuid-, Noord- en Midden-Amerika van vóór Columbus. Kennis daarover is nodig voor een goed begrip van de sociale problemen die ontstaan bij de winning van fossiele grondstoffen daar. Dat raakt ook ons, al was het maar omdat Nederlandse bedrijven medeverantwoordelijk zijn voor financiering en uitvoering.

Een andere ontwikkeling die roept om een aanpassing van het onderwijs is dat in de Nederlandse samenleving een grote groep mensen leeft met een niet-westerse achtergrond. We kunnen niet alléén maar de West-Europese kant van het verhaal vertellen als de mensen die met elkaar omgaan en die elkaar willen begrijpen niet dezelfde geschiedenis hebben. Het koloniale verleden gaat niet alleen over specerijen en overzeese gebieden, maar ook over roof, slavernij en onderdrukking. Om de complexe wereld waarin wij leven te begrijpen, kunnen we niet volstaan met het bestuderen van een enkel gezichtspunt. Daarom is dekolonisatie van het onderwijs noodzakelijk.

De meest basale betekenis van dekolonisatie is dat landen hun zelfstandigheid terugwinnen na een periode van kolonisatie. Meer uitgebreid betekent het ook het terugvinden van een identiteit en trots op de eigen cultuur, want die heeft gedurende de periode van kolonisatie onder druk gestaan. In de minst zware gevallen werden cultuur en identiteit als primitief en minderwaardig gezien; in de meest heftige gevallen is de oorspronkelijke cultuur actief vernietigd.

Het is niet alleen een morele plicht om ruimte te maken voor de herwaardering en het herstel van oorspronkelijke culturen, maar het is ook waardevol voor iedereen. Culturen zijn rijke bassins van kennis en wijsheid, waarmee niemand wil zeggen dat alle culturele gebruiken en uitingen onproblematisch zijn. Enerzijds is het goed te weten welke referentiekaders de mensen met wie we omgaan hebben; of wij nu door migratie buren zijn geworden, of doordat we voor goede handels- en politieke relaties willen hebben met een sterke onderhandelingspositie. Anderzijds staan wij onszelf toe breder en rijker te ontwikkelen door van elkaar te leren en elkaar met oprecht respect zien.

Met de dekolonisatie van het onderwijs in Nederland wordt dus bedoeld dat de kennisbasis verbreed wordt door het onderwijzen van de geschiedenis zoals die is ervaren door andere dan de Europese mensen, maar ook door het delen van andere overtuigingen, kunstuitingen en verhalen. Dat gaat niet alleen over geschiedenis en andere maatschappijvakken, maar ook over de natuurwetenschappen en de wiskunde.

De wetenschappen van de westerse wereld hebben hun wortels in de traditie van de klassieke Griekse filosofen, met name Plato. Die traditie paste goed bij het dominante religieuze wereldbeeld dat in Europa heerste. De grondleggers van de westerse wetenschappen gaan ervan uit dat de natuur gehoorzaamt aan wetten die wiskundig van aard zijn: Galileo had het over het Boek van de Natuur. God was de auteur en Zijn taal is de wiskunde. Kant voegde hieraan toe dat de natuur op de pijnbank gelegd moet worden, zodat zij haar geheimen prijs zal geven.

We zien dus dat veruit de dominante visie binnen de exacte wetenschappen is: de natuur moet onderworpen worden aan ons verstand en de natuur gehoorzaamt aan wiskundige wetten die een eigen bestaan hebben, los van de wereld zoals wij die waarnemen. De wiskunde is als het ware een landschap dat ontdekt en veroverd kan worden door middel van het verstand. Bovendien heerst er een negatief dogmatisme dat stelt dat beweringen niet waar kunnen zijn als ze niet ondersteund worden door meetresultaten of door logisch-wiskundig redeneren. Overtuigingen die niet op dit rationalisme gebaseerd zijn worden afgedaan als bijgeloof en verdienen niet het predicaat ‘kennis.’

In andere tradities beschrijft de wiskunde de eigenschappen van de ruimte en aantallen. De patronen die wiskundigen onderzoeken bestaan dan niet als onafhankelijke werkelijkheid die met behulp van de logica blootgelegd worden, maar zijn gebaseerd op ervaringsfeiten. In de gekoloniseerde gebieden zijn die kennistradities van de wiskunde en natuurwetenschappen onderdrukt en afgedaan als naïef, dat gebeurt tot op de dag van vandaag.

Tegen het programma om het onderwijs te dekoloniseren klinkt regelmatig de kritische vraag naar de objectieve criteria die gehanteerd moeten worden. Maar het is precies díe vraag die een vooringenomen stelling verraadt: die vraag komt namelijk voort uit de rationalistische traditie die de oorzaak was van de stereotyperingen waar we vanaf willen. Als het gaat om zaken van maatschappelijk en persoonlijk belang, heb je meer aan redelijkheid dan aan logica.

In de recente geschiedenis is er toch ook een groeiende herwaardering van de niet-westerse wiskunde. Bovendien worden er al langer vraagtekens gezet bij de grondslagen van de ‘standaard’ wiskunde. Dit heeft echter nauwelijks gevolgen voor het wiskunde- en rekenonderwijs op scholen. Die gaat namelijk grotendeels over meetkunde en algebra die van India tot Mexico en van China tot Engeland bekend waren. Geen wonder dat velen niet begrijpen wat er te dekoloniseren valt aan dingen zoals de stelling van Pythagoras.

Juist dáárom is het ook nodig om het wiskundeonderwijs te dekoloniseren: nu wordt het vooroordeel in stand gehouden dat alleen de westerse beschaving relevante ontwikkelingen in de wiskunde en de natuurwetenschappen heeft gemaakt, hier en daar aangevuld met een Arabische bijdrage. Dat voedt het, vaak onbewuste, beeld dat witte mensen slimmer en beschaafder zijn dan niet-witte mensen; dat de verlichte westerse cultuur verder ontwikkeld is dan andere culturen. Dat stereotypische beeld heeft een genadeloze impact op onze kinderen.

Net zoals meisjes vaak moeten opboksen tegen het vooroordeel dat hun emotionele wezen hun rationele vaardigheden beperkt, moeten kinderen van kleur opboksen tegen het stereotype dat zij meer ‘lichamelijk’ zijn, waardoor ze ongeschikt zijn voor de vakken waarin denken het grootste deel van het werk is. Culturele indoctrinatie raken we niet zomaar kwijt en het benoemen van onbewuste vooroordelen roept weerstand op. Toch is juist dát nodig, dat zijn we aan onszelf en onze kinderen verplicht.

Deze tekst is een aangepaste versie van een lezing gegeven op het Wiskundecongres van 21 november in Hilversum.

Geef een reactie

Laatste reacties (118)