Laatste update 21:31
5.552
85

Tweede Kamerlid DENK

Selçuk Öztürk (1972) is sinds 8 november 2012 lid van de Tweede Kamer. Tot 14 november 2014 maakte hij deel uit van de PvdA-fractie. Nu vormt hij samen met Tunahan Kuzu een fractie. Zij richtten in 2015 de beweging DENK op. De heer Öztürk was raadslid in Roermond en lid van Provinciale Staten van Limburg. Daarnaast was hij managementconsultant.

DENK biedt mosterd tijdens de maaltijd

De individuele gegevens over de afkomst van mensen worden met mijn voorstel niet door de overheid geregistreerd en blijven uit de handen van Wilders & co.

De historicus Han van der Horst heeft vandaag een opiniestuk geschreven op Joop.nl, waarin hij mij ervan betichtte met ‘giftige mosterd na de maaltijd’ te komen, omdat ik een amendement heb ingediend bij een wetsvoorstel van PvdA-Kamerlid Yücel.  Nu ben ik zelf een groot liefhebber van mosterd, maar niet van giftige. Daarom zal ik in dit stuk reageren op de uitingen van de heer Van der Horst.

Allereerst stelt de heer Van der Horst dat het voor Kamerleden van belang is dat zij de wet kennen. Dat stelt hij met recht, want als men functioneert in de wetgevende macht is het natuurlijk noodzakelijk dat men kennis heeft van de wet. Het probleem is echter dat de heer Van der Horst suggereert dat ik de wet niet heb bestudeerd, wat niet klopt.

 Ik ben bekend met de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen (Wet BEAA) en met de Wet Stimulering Arbeidsdeelname Minderheden (Wet SAMEN), waar de heer Van der Horst in zijn opinie volgens mij naar verwijst.  De heer Van der Horst vindt dat ik zou moeten weten van het bestaan van deze wetgeving. Het probleem is echter dat beide wetten, waarbij de Wet SAMEN een latere en aangepaste versie van de Wet BEAA is, niet meer in werking zijn. De Wet SAMEN is vervallen per 1-1-2004 en bestaat dus niet meer.

Vervolgens stelt de heer Van der Horst dat de hierboven vermelde wetten, alsmede mijn amendement, een gevaar kunnen zijn. Ze zouden een opmaat kunnen bieden voor discriminatie en worden door de heer Van der Horst in één adem genoemd met de Ariërverklaring (!) uit 1940. In zijn woorden zijn de wetten en mijn amendement “klaar om door de Wildersen en de Bosma’s van deze wereld voor de dag te worden gehaald”.

Naast het feit dat dit rijtje van de heer Van der Horst ook aangevuld kan worden met de Schippersen, de Rutte’s en de Zijlstra’s van deze wereld (omdat ook deze mensen geen genoeg kunnen krijgen van uitsluiting) en dat hún mogelijke kwade intenties mij moeilijk zijn aan te rekenen, zal ik voor mijn amendement uitleggen waarom van het angstbeeld van de heer Van der Horst geen sprake is.

Het wetsvoorstel van mevrouw Yücel strekt ertoe om ondernemingen verantwoording af te laten leggen aan de ondernemingsraad over het beleid dat ondernemingen hebben opgesteld om gelijke beloning te bevorderen tussen vrouwen en mannen voor gelijk of gelijkwaardig werk, over de beloningsverhouding tussen mannen en vrouwen binnen dezelfde functiegroep en om ondernemingen in het jaarverslag melding te laten maken van de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. Zo wordt de positie van de ondernemingsraad versterkt en het bewustzijn over gelijke beloning vergroot.

Mijn amendementen strekken ertoe om de reikwijdte van dit voorstel te verbreden naar de afkomst van mensen. De reden dat ik dat voorstel, is omdat uit verschillende onderzoeken blijkt dat afkomst, net als geslacht, in sommige gevallen uitmaakt voor de vraag hoeveel iemand verdient. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam vonden in 2015 dat jong afgestudeerden met ouders van buiten de OECD 2% minder salaris krijgen dan jong afgestudeerden met ouders die zijn geboren binnen de OECD.

Als men het geheel intersectioneel benadert zou een vrouw met een migrantenachtergrond dubbel benadeeld kunnen worden in haar loon: vanwege haar geslacht en vanwege haar afkomst. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat elk loonverschil direct loondiscriminatie impliceert, maar die mogelijkheid bestaat. Dat zou natuurlijk niet moeten kunnen en dat is dan ook de reden waarom ik mijn amendementen heb ingediend. Om dat onrecht te proberen te verminderen.

Waarom ik niet bang ben dat mijn voorstel door de Wildersen, de Bosma’s, de Schippersen, de Rutte’s en de Zijlstra’s van deze wereld kan worden gebruikt, is omdat het publiceren van de cijfers van bedrijven gebeurt op basis van gemiddelden, en niet op basis van individuen. Daarnaast is het de bedoeling dat dit publiceren, in de woorden van de indienster van het wetsvoorstel, “geanonimiseerd moet gebeuren”. Indien dat niet of nauwelijks mogelijk is, zal “een bedrijf de ruimte moeten krijgen om op een andere manier aan te tonen dat ofwel er geen ongelijkheid bestaat ofwel er beleid is om in specifieke gevallen de ongelijkheid te bestrijden”.

Het feit dat door de heer Van der Horst de Ariërverklaring wordt genoemd gaat dus uit van een volstrekt doorgeslagen vergelijking, daar deze verklaring een van staatswege opgelegde registratie was die te herleiden was naar individuen, en daar is in deze wet geen sprake van.  De gegevens bij deze wet zijn niet te herleiden naar individuen en niet centraal geregistreerd. De gegevens over de afkomst van mensen blijven met mijn voorstel uit de handen van Wilders en co.

Geef een reactie

Laatste reacties (85)