875
27

Directeur UN Women Nationaal Comité Nederland

Marije Cornelissen (1974, Stiens) was tot 2014 Europarlementariër voor GroenLinks en vice-voorzitter van de Groene fractie. Nu is zij directeur van het UN Women Nationaal Comité Nederland

Denk zondag ook eens aan Bosnië

Tegelijk met de WK-finale Nederland-Spanje herdenkt Bosnië de genocide in Srebrenica.

Op hetzelfde moment dat Nederland zich komende zondag in oranje hult en het bier koud zet voor de finale van het WK, verzamelen tienduizenden mensen zich in Bosnië voor de herdenking van de genocide in Srebrenica. Precies 15 jaar geleden werden daar meer dan 8.000 moslimmannen vermoord, nadat het Nederlandse bataljon dat hen zou beschermen hier niet toe in staat bleek.

In 1995 werden een aantal maanden na de massamoord in Srebrenica de Dayton Akkoorden ondertekend, die een eind maakten aan de Bosnische oorlog. De Akkoorden creëerden een staat die volledig langs etnische lijnen georganiseerd is, voor Bosnische moslims, Bosnische Serviërs en Kroaten. De internationale gemeenschap houdt  toezicht op de naleving, met troepen en een Hoge Vertegenwoordiger, die de macht heeft om Bosnische politici af te zetten en besluiten te forceren als de Bosnische politiek daar niet toe in staat is. Daarnaast werd door de Europese Unie uitzicht op toetreding geboden, net als aan de andere landen in de regio. Als Europese eenwording zo goed heeft gewerkt voor ‘nooit meer oorlog’ in West-Europa, waarom dan niet in de Westelijke Balkan?

In de eerste jaren na de Dayton Akkoorden werd veel geïnvesteerd in vrede en wederopbouw, maar na de terroristische aanslagen in New York en de oorlog in Irak verzette de internationale gemeenschap de bakens. Met de oorlog tegen het terrorisme was een nieuw strijdtoneel ontstaan, dat alle aandacht opslokte. Troepen werden elders ingezet en het beleid in Bosnië werd gericht op terugtrekking. De EU en de VS geloofden dat het uitzicht op toetreding tot de EU voldoende waarborg zou zijn voor de ontwikkeling van Bosnië tot een vredige democratie.

In 2010 moeten we concluderen dat dit een misrekening was. De Bosnische politiek is al jaren gevangen in een etnische patstelling, de simpelste besluiten worden geblokkeerd. Zelfs een debat over een nieuwe snelweg gaat louter over wie er meer overheen zal rijden; Kroaten, Bosnische moslims of Bosnische Serviërs. Laat staan dat ze tot de broodnodige grondwetswijzigingen kunnen komen. De spanningen lopen intussen op. De Bosnisch Servische president Dodik dreigt met een referendum over afscheiding, terwijl veteranen aan de kant van de Bosnische moslims zich beginnen te organiseren om dit te voorkomen, desnoods met geweld. Private veiligheidsorganisaties aan alle kanten beginnen steeds meer op paramilitaire groepen te lijken en in de pers laait de etnische retoriek hoog op in aanloop naar de verkiezingen komende oktober. De internationale gemeenschap heeft het aantal troepen zover teruggebracht dat ze geen overzicht en grip meer heeft. De Hoge Vertegenwoordiger gebruikt zijn macht om een doorbraak te forceren allang niet meer en is verworden tot een papieren tijger.

Het enige waar Bosnische politici het wel over eens zijn is toetreding tot de EU. Dat lijkt inmiddels de enige waarborg tegen openlijke vijandelijkheden en geweld. Zo is het uitzicht op toetreding inderdaad een rem op een nieuwe oorlog, maar niet meer dan dat. De etnische patstelling blijft in stand. Europese integratie blijkt op zichzelf niet genoeg te zijn voor een ontwikkeling naar een goed functionerende multi-etnische staat. Zo’n ontwikkeling is onder de beste omstandigheden lastig, zoals Ierland, België en ook Spanje laten zien. Het vergt minimaal een voor alle partijen werkbare staatsvorm en voldoende onderling respect en vertrouwen. Daar ontbreekt het in Bosnië compleet aan op dit moment. Voor vooruitgang is een grondwetswijziging nodig, maar daar is geen meerderheid voor te vinden zolang de grondwet niet gewijzigd is.

Dit zijn de omstandigheden waaronder de herdenking van de genocide bij Srebrenica 15 jaar geleden plaatsvindt. Hervormingsgezinde Bosniërs hopen dat deze herdenking voor een symbolische doorbraak kan zorgen. Nadat premier Erdogan van Turkije beloofde erbij te zullen zijn, hebben alle landen uit de regio aangekondigd ook regeringsleiders te zullen sturen. Inclusief Servië. De EU en de VS zullen op hoog niveau vertegenwoordigd zijn. De herdenking kan daarmee een krachtig signaal zijn; de internationale gemeenschap is Bosnië niet vergeten, en degenen die het land willen splijten staan geïsoleerd.

Dit artikel is geschreven door de GroenLinks-Europarlementariërs Marije Cornelissen (die komende zondag in Srebrenica bij de herdenking zal zijn) en Judith Sargentini.

Geef een reactie

Laatste reacties (27)