4.057
141

Universitair hoofddocent

Casper Albers is universitair hoofddocent in Psychometrie en Statistiek op het Heymans Institute for Psychological Research aan de Universiteit Groningen.

Die opkomstdrempel dus. Die is stom

Wat hadden de voorstanders anders moeten doen om te winnen?

I told you so. In oktober schreef ik hier over een systeemfout in het referendum. Ook schreven onder andere Tom Louwerse en Kristof Jacobs op StukRoodVlees.nl, en Ionica Smeets in de Volkskrant  hierover.

Het probleem van de opkomstdrempel is dat deze zorgt voor twee conflicterende strategieën waarop voorstanders van (in dit geval) het associatieverdag kunnen ‘winnen’ bij het referendum:

  1. Niet stemmen – zodat de opkomst onder de 30 procent blijft;
  2. Wel stemmen – zodat er meer voor- dan tegenstemmen zijn.

Het probleem is dat niemand weet wat de andere voorstanders doen. Als de voorstanders hun keuzes verdelen over strategie 1 en strategie 2, kan het zomaar zijn dat de opkomstdrempel toch gehaald wordt en dat het aantal tegenstemmen de meerderheid heeft. En dat lijkt precies te zijn wat er nu aan de hand is.

Wat cijfers (op basis van de voorlopige uitslagen zoals die op donderdagmorgen 08:00 in de media te lezen zijn):

  • Aantal stemgerechtigden: 12.838.934
  • Opkomst: 32,2%, dus ca. 4,134 miljoen
  • Tegenstemmen: 61,1% van 4,134 miljoen, dus 2,526 miljoen
  • Voorstemmen: 38,1% van 4,134 miljoen, dus 1,575 miljoen
  • (en iets meer dan 30 duizend blanco stemmen; ongeveer de kiesdrempel van de afgelopen TK-verkiezingen)

Tegen heeft dus duidelijk gewonnen (gefeliciteerd hoor), maar dat hoeft niet te betekenen dat er ook meer tegenstanders dan voorstanders zijn: we weten niet hoeveel voorstanders vanwege ‘strategie 1’ zijn thuisgebleven.

Wat hadden de voorstanders anders moeten doen om te winnen? Twee opties:

  1. Meer Strategie 1 hanteren. De opkomst ligt 2,2 procentpunt boven de drempel. Waren 282 duizend van de anderhalf miljoen voorstemmers thuis gebleven, dan was de opkomst onder de 30 procent gebleven. Omdat de politiek heeft aangegeven de mening van 29,9 procent van de Nederlanders niet te boeien en de mening van 32,2 procent van de Nederlanders als bindend te beschouwen, zouden die extra thuisblijvers het referendum ‘ongeldig’ gemaakt hebben. Dit houdt in dat van elke vijf-en-een-halve voorstemmer gisteren, er eentje eigenlijk beter thuis had kunnen blijven.
  2. Meer Strategie 2 hanteren. Nee had ongeveer een miljoen stemmen meer, dus als een miljoen extra voorstanders gestemd hadden, had voor gewonnen. Een miljoen is best veel; dit komt er op neer dat 37,6 procent van de voorstanders bewust thuisgebleven zou zijn vanwege Strategie 1.

We weten natuurlijk niet hoeveel voorstanders thuis zijn gebleven, en we weten niet of optie 1 of 2 hierboven realistisch is. Zoiets valt best te peilen, bijvoorbeeld door Maurice de Hond of een collega van hem; maar die had sowieso best kunnen peilen hoe Nederlanders over dat verdrag met Oekraïne denken. De Hond had dat ook een kleine 40 miljoen goedkoper kunnen doen. Het is tenslotte slechts een raadgevend referendum. Dat PvdA en CDA vooraf al zeiden het als een bindend referendum te zien, daarmee de “wil van het volk” (die ooit heeft vastgelegd dat voor zo’n referendum een grondwetswijziging nodig is) negerend, is erg jammer. Niet alleen heeft de politiek een weeffout in het referendum gestopt, ze stoppen ook een weeffout in de uitwerking. Op gebrek aan consistentie kan je ze tenminste niet betrappen…

Er zijn natuurlijk ook tegenstanders thuisgebleven, bijvoorbeeld omdat ze hun stempas kwijt waren of nooit stemmen. Dat soort mensen heb je ook bij de voorstanders en bij elke verkiezing. Het gaat mij in deze blogpost puur om de mensen die om strategische redenen thuis zijn gebleven: dat is een unicum, want elke andere verkiezing is zodanig opgezet dat een extra stem nooit ongunstig kan zijn.

Wat zou er nu moeten gebeuren?

  1. De politiek moet over het verdrag praten. Hoe terecht de klacht over de weeffouten ook is, dat 2,5 miljoen mensen gisteren tegen gestemd hebben, is een duidelijk signaal. (Kleine nuance: nu heeft 0,6 procent van de EU-bevolking zich tegen het verdrag uitgesproken.) Of die tegenstem nu tegen het verdrag was, of tegen ‘Brussel’ of wat dan ook, doet daar niet aan af. Bij reguliere verkiezingen vragen we ook niet aan de stemmers of ze wel valide argumenten hebben gebruikt om een partij te kiezen.
  2. De politiek moet razendsnel (want Baudet cum suis zinspeelt al op een volgend referendum; en ook aan de andere kant van het politieke spectrum staat men in de startblokken) die Referendumwet aanpassen. Hoe heb ik in mijn vorige blog al uitgelegd: of haal die opkomstdrempel weg (het is tenslotte slechts raadgevend), of zet de opkomstdrempel alleen op het aantal tegenstemmen. Het huidige systeem leidt tot chaos, zo is wel gebleken.

Dit opiniestuk verscheen eerder op het blog van de auteur. Volg Casper Albers ook op Twitter.

Geef een reactie

Laatste reacties (141)