398
11

Directeur WSPA Europe

Ruud Tombrock werkte negen jaar bij het Nederlandse Rode Kruis. Daarna ging hij twee jaar aan de slag met zijn eigen adviesbureau voor goede doelen, met klanten als Slachtofferhulp Nederland en de foundation van Ruud van Nistelrooy. In januari 2011 werd hij directeur van WSPA Benelux (World Society for the Protection of Animals). Volgens Tombrock staat het welzijn van dieren nog bij te weinig mensen hoog op de agenda.
"Dat geldt voor mensen in andere landen, waar regelmatig zeer respectloos met dieren wordt omgesprongen, maar ook in ons eigen land. Ook hier kan het beter. Denk bijvoorbeeld aan de intensieve veehouderij waar dieren te veel als een commercieel product worden gezien en te weinig als levende wezens met gedachten, gevoelens, pijn en angst." Tegenwoordig is Tombrock directeur van WSPA Europe.

Dierenwelzijn, het vergeten hoofdstuk

VN-conferentie Rio +20 over duurzame ontwikkeling richt terecht zijn pijlen op een van 's werelds meest vervuilende industrieën: De veeteelt. Nederlandse regering wordt wakker!

Vandaag, woensdag 25 januari, beginnen hoge diplomaten in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York onderhandelingen over de ontwerpverklaring – zero draft in het diplomatieke jargon – van de conferentie ‘Rio +20′ over duurzame ontwikkeling. Twintig jaar na de eerste wereldtop over milieu en ontwikkeling, over een duurzame aarde in Rio de Janeiro moet de wereld de balans opmaken en verdere stappen zetten. De conferentie zelf zal in juni plaatsvinden, opnieuw in de Braziliaanse miljoenenstad. Het nu voorliggende document van 19 pagina’s is even hoogdravend als teleurstellend.

Onder de werktitel ‘De wereld die we willen’ laten de staatshoofden en regeringsleiders weten dat ze zullen samenwerken aan “een welvarende, veilige en duurzame toekomst voor onze volkeren en onze planeet”. De voornemens zijn plechtig en veelomvattend. Alle vormen van honger en gebrek worden opgeheven, er wordt gestreefd naar samenlevingen die niet alleen rechtvaardig en billijk zijn maar ook ‘inclusief’, terwijl en passant wordt gezorgd voor economische stabiliteit en groei waar iedereen van zal profiteren. En dat alles gaat ook nog eens ‘vergroenen’.

In het voorliggende document komt veel aan bod, van de dreigende ondergang van eilandstaatjes in de Stille Oceaan tot het verbeteren van het lot van inheemse boeren. Terecht. Het kan echter niet verhullen dat het vooral een herhaling is van bestaande afspraken en het gehalte vrijblijvendheid groot is. Bovendien, de pretentie van integrale duurzaamheid ten spijt, ontbreekt elke aandacht voor dieren en hun welzijn. Zij vormen een vergeten hoofdstuk. Slecht nieuws voor de dieren, maar ook voor de planeet en zijn menselijke bewoners.

Veeteelt is verreweg de grootste menselijke gebruiker van land: een derde van al het land op onze planeet wordt gebruikt voor veeteelt – in toenemende mate om veevoer te verbouwen. Inmiddels wordt bijna twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt door veeteelt. De verwachting is dat, zonder goed beleid, de wereldwijde vraag naar dierlijke producten zal zijn verdubbeld in 2050, met dank aan de groei van de wereldpopulatie en de stijging van de welvaart in landen als China, India, Rusland en Brazilië. Industriële dierenproductie is daarop geen duurzaam antwoord, zoals de ervaring in de Verenigde Staten en Europa leert: vervuiling van grond, lucht, water, antibioticaresistentie en andere gevaren voor de volksgezondheid, verlies aan biodiversiteit en, last but not least, dierenleed op astronomische schaal.

Industrialisatie is ook niet nodig om een groeiende wereldbevolking te voeden, wel beleid om te kunnen omschakelen naar een duurzame, dus ook diervriendelijke voedselproductie. Voor de veeteelt betekent dat: niet gebaseerd op graanvoeding, kunstmest, pesticiden, antibiotica en dolgedraaide fokprogramma’s, maar op het benutten van ecologische kringlopen. Geen dierenfabrieken die kleine boeren uit de markt drukken en naar de sloppenwijken van megametropolen jagen, maar veeteelt als onderdeel van gemengde bedrijven en bedrijfjes waardoor ongeveer een miljard mensen, meestal behorend tot het armste deel van de wereldbevolking, in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Geen vee-industrie die dieren behandelt als producten, maar een dierhouderij waarin een varken een varken kan zijn en een kip een kip.

Van de Nederlandse regering, die zich graag op de borst slaat als het aankomt op dierenwelzijn en ‘agrokennis’, zou verwacht mogen worden dat zij haar beste beentje voor zet om duurzame, diervriendelijke landbouw hoog op de agenda te krijgen van Rio+20. Tot nu toe is het echter akelig stil gebleven. Gezien het binnenlandse beleid op dit gebied, of het gebrek daaraan, is dat misschien niet verrassend. Maar toch. Het is nog niet te laat, de echte onderhandelingen beginnen pas vandaag – en New York loopt zes uur achter.

Volg WSPA op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (11)