2.946
110

Burgemeester van Arnhem

Ahmed Marcouch was tot 2017 Tweede Kamerlid voor de PvdA. Hij volgde het Individueel Technisch Onderwijs (ITO) en de mts. Na de middelbare school werkte hij tien jaar bij de Amsterdamse politie, waarvan de laatste vijf jaar als brigadier. Hij had een baan als leraar maatschappijleer aan het ROC en was procesmanager jeugdbeleid van de Gemeente Amsterdam. In april 2006 werd hij stadsdeelvoorzitter van Slotervaart. In maart 2010 werd hij met twaalfduizend voorkeur stemmen gekozen in de gemeenteraad. Toen hij op 17 juni bovendien gekozen werd als Tweede Kamerlid, moest hij op 8 september 2010 zijn zetel in de gemeenteraad opgeven.
Op 1 september 2017 werd Ahmed Marcouch geïnstalleerd als burgemeester van Arnhem.

Discriminatie maakt mensen kapot

Discriminatie is de hofleverancier van de pijn en het verdriet in onze samenleving. Het Nationale Actieplan Tegen Discriminatie van het kabinet is te licht voor zo’n zwaar onderwerp. Discriminatie bestrijden vraagt om een Pedagogische Wijk.

Discriminatie is in deze tijd van terreur zo agressief en omvangrijk, dat het Chefsache wordt voor burgemeesters. Ik dring aan op lokale opvoedprogramma’s in De Pedagogische Wijk, waar naast de ouders ook de school, de sportverenigingen en buurtorganisaties verantwoordelijkheid nemen. Helaas zie ik basisscholen waar homo’s en Christen hun ringetjes en kruisjes thuis laten, met docenten die hun school sluiten tijdens het Suikerfeest. En ROC’s die zich neerleggen bij werkgevers die mbo-moslima’s een stageplaats weigeren. Dat is niet de manier waarop wij kinderen leren zichzelf te zijn en dat ook andere kinderen gunnen.

Discriminatie maakt mensen kapot. Ik zie extraverte homo’s veranderen in argwanende jongemannen na de vuistslag van de homohater en actieve moslims in gedesoriënteerde puinruimers na de brandbom van de moslimhater. Ik voel de behoedzaamheid waarmee Joodse moeders hun kinderen naar school brengen. En ik heb te doen met de kids op het voetbalveld die elk weekend verrot gescholden worden om wie zij zijn; en daar erg onrustig van worden. Schooljongens die juichen bij de aanslagen in Brussel, zitten fout. Maar veel fouter nog zijn de volwassen mannen die beter horen te weten als zij dreigtweets zitten te tikken of brullen dat moslims moeten verdwijnen en dat ‘de victorie begint in Leiden’.

Wat te doen met zoveel pijn en boosheid? Het Nationaal Actieplan tegen Discriminatie moet helpen tegen urgente zware problemen. Daar is het nieuwe interdepartementale actieplan nu al te licht voor. De Koninklijke weg bij de hatecrimes is: aangifte doen. Dus het vinkje voor moslimdiscriminatie, in het rijtje tussen homogeweld en antisemitisme, is een vooruitgang. Het helpt. Als knoop in de zakdoek voor de Officier van Justitie, een wegwijzer voor een short cut naar boete of celstraf. Als de keten-afhandeling strak geregeld is, gaat het vast ook beter met de bereidheid om te melden.

Verzwaren
Dus aangifte doen, zeg ik altijd. Dat is één. Voor Leila uit Yerseke bleek dit echter een doodlopende weg. Zij is één van de mbo-moslima’s die volgens recent onderzoek worden geweigerd bij ROC-stages. Dit type discriminatie vernietigt zo mogelijk nog meer – niet eens met fysiek geweld, maar met uitsluiting. Buiten gesloten van wat mensen heel hard nodig hebben: een opleiding, een woning, een baan. Je tweederangsburger voelen, dat is killig. Leila redde het toen zij gelijk kreeg bij het College voor de Rechten van de Mens; zij loopt nu stage hier bij ons in de Tweede Kamer en dat doet ze geweldig. Helemaal erg is dat het ROC van Leila verzuimde om voor hun leerling in de bres te springen bij de werkgever en om in de klas te laten zien hoe de school discriminatie bestrijdt. Misschien hebben wij zwaarder toezicht nodig van zowel de arbeidsinspectie als de onderwijsinspectie. Intensievere trainingen voor docenten. En een serieuzer vak burgerschapskunde. Echt iets voor zo’n actieplan.

Superieur
En vooral moet het actieplan helpen in de lokale omgeving, in de haarvaten waar discriminatie plaats vindt én waar tegelijkertijd de kinderen ook gevormd kunnen worden tot de nieuwe generatie die discriminatie kan stoppen. Waar ook de sociale controle is, zoals je die tegenwoordig op social media vindt tegen discriminatoire uitingen, daar hoeft geen meldpunt of provider meer aan te pas te komen. Vorming gebeurt in de klas. Op het voetbalveld. Het schoolplein. De bibliotheek. Op straat. Wij missen in dit rijtje één locatie: in huis. Waar Emma of Fenna, Wouter of Wahid vanaf dag één worden opgevoed door ouders naar hun gelijkenis, onder het motto ‘Wij zijn anders, wij zijn beter. Wij zijn superieur.’ Die alledaagse polariserende opvoeding, daar moeten wij ons niet bij neerleggen. Zoals ook de scholen zich niet moeten neerleggen, maar moeten vormen, per kind acht jaar lang. Ik bezocht recent een openbare school die het schoolleven vorm gaf door alle identiteitskenmerken thuis te laten, van de oorringetjes van de homomeester tot het kruisje van de Christenjuf. Goed bedoeld, maar zo leer je kinderen geen tolerantie voor verscheidenheid. 

It takes a village
Dat mis ik, een opvoedingsprogramma rondom de ouders en hun kinderen. Om kinderen vanaf dag één te vormen tot mooie sterke persoonlijkheden met talent voor tolerantie. Een Pedagogische Wijk, samen met consultatiebureaus, meesters en juffen, buurvrouwen en sportbegeleiders. Met ook een verandering voor de ouders, die hun eigen discriminatie-erfenis moeten doorbreken. Ik zag dat bij Youth for Christ in Koedijk bij Alkmaar. Hun jongerenwerk organiseert daar een anti-discriminatieprogramma dat jongeren meeneemt naar het naburige AZC, daarna naar Westerbork en uiteindelijk naar Auschwitz. Toen ze het presenteerden, staken ook de ouderen hun vinger op: ‘Ik doe mee’. Ik wil af van die blinde vlek voor de gemeenschappelijke opvoeding en de sociale controle. Voor wat de Afrikanen zo prachtig verwoorden: It takes a village to raise a child.

Geef een reactie

Laatste reacties (110)