632
11

Aafke Beukema toe Water heeft geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit
van Amsterdam en werkt daar nu aan een proefschrift over de geschiedenis van de Nederlandse migratiewetgeving. In het verleden was ze onder meer voorzitter van de Amsterdamse afdeling van de jongerenorganisatie van GroenLinks.

Ditmaal zonder maskers

Occupy Campaign #1: Het was voorspelbaar dat 'progressieven' het slaapcomfort van hun boxsprings verkozen boven een luchtbed op het Beursplein, maar ze hadden de beweging toch in ieder geval in woorden kunnen steunen?

Dit weekend voert een uit de Occupy-beweging voortgekomen tak met de naam ‘Occupy Campaign’ actie in onder meer de Jan van Galenbuurt in Amsterdam. Dat gebeurt naar Amerikaans model: met folders, banners, een huis aan huis team en een phonebank. Zie: www.occupycampaign.nl. Joop publiceert een aantal teksten van betrokkenen over Occupy, over de maanden op Beursplein, de doelstellingen van de Occupy beweging, dilemma’s en scenario’s voor de toekomst. Hier Aafke Beukema toe Water over Occupy en haar critici.

Toen in oktober de Occupy-beweging in Nederland voeten aan de grond kreeg, bevond ik mij in een fysieke en geestelijke staat van spanning. De Nederlandse tak van deze wereldwijde beweging kon het repressieve tij dat was ingezet met de huidige regering keren. Progressief Nederland zou de handen ineen slaan; er zou een stevige oppositie gevormd worden tegen Rutte I. Opvallend genoeg keerde echter op datzelfde moment een aanzienlijk deel van wat ik beschouwde als mijn natuurlijke progressieve bondgenoten – zoals opiniemakers in vooruitstrevende dagbladen en intellectuelen in en om de Universiteit van Amsterdam – zich tegen de occidentale follow-up van de Arabische lente. Hoewel het natuurlijk voorstelbaar is dat deze ‘progressieven’ het slaapcomfort van hun boxsprings verkozen boven een luchtbed op het Beursplein, vind ik het toch uitermate opmerkelijk dat ze zich zo kritisch in plaats van positief hebben uitgelaten over de Occupy-beweging. Ze hadden de beweging toch in ieder geval in woorden kunnen steunen?

Zo schreef Renske de Greef, columniste bij nrc.next, dat ze voortdurend twijfelde tussen scepsis en bevlogenheid over de beweging en stelde: “ik wil wel verandering, maar niet met jullie”.  Pieter Hilhorst, columnist bij de Volkskrant, noemde Occupy op vergelijkbare wijze een “richtingloze noodkreet”, die niet in staat was concrete verbeteringen voor te stellen. Frank Kalshoven, econoom en publicist, schreef een cynisch stuk waarin hij de beweging gebrek aan feitenkennis verweet. Deze citaten komen voort uit dagbladen, maar ook in mijn directe omgeving domineerde afkeuring van de beweging. In de maanden van de demonstraties op het Beursplein in Amsterdam sprak ik met tientallen mensen in Nederland die negatief waren over de Occupy-beweging. Dat waren, in overeenstemming met mijn sociale positie, vooral kritische intellectuelen van rond de vijfentwintig. Wat waren de grondvesten van hun afkeuring? Is het mogelijk hen wel te overtuigen om mee te doen aan een volgende ronde van protest?

De kritiek op Occupy is grofweg in drie categorieën onder te brengen. In de eerste plaats voelden veel mensen waar ik mee sprak een principieel wantrouwen tegenover mensen die de tijd hebben om weken achter elkaar te demonstreren: dat moet wel werkschuw tuig zijn, was hun redenering. Bekende kritiek waar vrijwel alle ‘professionele’ activisten mee te kampen hebben. Het is alleen noodzakelijk in te zien dat deze kritiek ook bestaat buiten de doelgroep van PowNews en GeenStijl. De vorm van de Beurspleinbezetting heeft veel mensen afgeschrikt die zich wel ideologisch verwant zouden kunnen voelen met de Occupy-beweging. Het is voor ons nu dan ook zaak om strategieën te ontwikkelen om Nederlanders die we nog niet hebben kunnen bereiken bij een aan Occupy gelieerde beweging te betrekken – zoals de Occupy Campagne dit probeert te doen.

In de tweede plaats waren er veel mensen die, vergelijkbaar met Renske de Greef, niet gerepresenteerd wilden worden door Occupy. Iemand zei tegen me: “ik voel me niet vertegenwoordigd door een gast in een Guy Fawkes masker” – het fameuze besnorde masker van de hoofdpersoon uit de strip en gelijknamige film ‘V for Vendetta’. Op hem had de uniformiteit van het masker een vervreemdende werking. Eveneens hoorde ik regelmatig dat mensen gefrustreerd waren doordat ze nu ineens gecategoriseerd werden als de ’99 procent’ en op die manier tot slachtoffers van de elite – de ‘één procent’ – bestempeld werden. Zij wilden, paradoxaal genoeg, niet tot de meerderheid gereduceerd worden en keurden als gevolg daarvan de Occupy-beweging in zijn geheel af.

In de derde plaats waren er mensen die vaak actief in het maatschappelijk middenveld waren. Zij vonden de inhoudelijke boodschap van Occupy juist te verdeeld. Iemand vertelde me “Occupy is iemand die in een kamer vol met mensen ineens op zijn hoofd gaat staan, waardoor alle mensen in die kamer totaal in paniek raken”. Hij vond het, anders geformuleerd, een sympathiek gebaar om een deel van de publieke ruimte bezet te houden, maar vond dat de gefragmenteerde boodschap die op het Beursplein werd uitgedragen tekort schoot.

Het is niet fraai dat mensen die zichzelf tot het progressieve kamp rekenen en zeggen te streven naar politieke verandering alleen vanaf de zijlijn kritiek op Occupy leveren. Wat hun kan worden verweten is dat zij er niet voor hebben gekozen uit hun kritiek actieve consequenties te trekken. Maar het feit dat hun kritiek zo alom gedeeld is betekent dat wij, de Occupy Campagne, hun argumenten moeten vertalen naar vernieuwing van de beweging. Dit weekend zullen we met Occupy Campagne een nieuwe strategie toepassen om het politiek potentieel van Nederland aan te spreken: een campagne, met telefoonbank, actiecentrum en teams die van deur tot deur gaan om Occupy te verbreden. Het is ons antwoord en handreiking aan de kritiek. Ditmaal zonder maskers.

Bekijk hier de Occupy Campaign website

Geef een reactie

Laatste reacties (11)