1.777
31

Schrijver/columnist/kunstenaar

Karel Kanits, 55 jaar. Geboren en getogen Hagenees. Schrijver/columnist/voordrachtkunstenaar. Lid van de harde kern van de literaire roadshow Puur Gelul. Optredens, doorspekt met (Haagse) humor door heel Nederland in theaters, op poppodia en festivals (o.a. Crossing Border, Parkpop en Lowlands). Publicaties o.m.: 'In de Schaduw van het IJspaleis’, 'Haags Reklamewo^hdeboek' en 'De Teennagels van Keith Richards'.

Dood in je eigen zeik in een ziekenhuis in Heerlen

Je wenst het je ergste vijand niet eens toe

“Dood in je eigen zeik in een ziekenhuis in Heerlen”. Toegegeven, het klinkt als de titel van weer zo’n spannende streekroman, maar de werkelijkheid is anders. In het Atrium Medisch Centrum in Heerlen heeft een bejaarde man twee dagen dood in een toilet gelegen. De zeer oude man was daar overleden aan een hartstilstand, bevestigde een woordvoerster van het Atrium maandag.

De man, die leed aan hart- en longklachten, had woensdag een afspraak op de poli. Voordien was hij naar het toilet gegaan, waar hij overleed. Hij werd daar pas vrijdagochtend ontdekt toen de WC-deur uit het slot werd gehaald.
Hart- en longklachten: je hoeft met zo’n kwaal maar een iets te harde bierdrol naar buiten te persen om een acute hartstilstand te krijgen. Dat was trouwens knap lullig getimed, want in principe was hij wel degelijk op zijn afspraak verschenen. Dus dat de woordvoerster zegt dat het wel vaker gebeurt dat mensen niet komen opdagen, is op z’n zachtst gezegd nogal gemakzuchtig geredeneerd.

”Zoiets is hier nog nooit gebeurd”, zei de woordvoerster ook nog. Nee, dat zou er godverdomme nog bij moeten komen. Dat dus met een aanvaardbare frequentie van, pak hem beet, eens per drie maanden een hurkend skelet met toegeknepen ogen op de poepdoos kan worden aangetroffen.

De gemakzucht in de redenatie van de woordvoerster is dan ook van dien aard, dat mocht ik in Limburg onverhoopt tegen een lichte aangezichtstyfus aanlopen, ze mij dan zeker niet in het Atrium Medisch Centrum zullen zien. Met mijn zwakke blaas kan het zo maar gebeuren dat ik nietsvermoedend het die dag nog niet gereinigde toilet betreed en dat ik met het openen van de WC-deur een lijk naar buiten trek, dat in de voorafgaande vergeefse worsteling met de aanstaande dood met de vrije hand nog steun had gezocht bij de deurklink aan de binnenkant. Of nog smeuïger; de in ziekenhuislatrines spreekwoordelijk aanwezige vliegen blijken dit keer niet alleen op de faecaliën af te zijn gekomen, maar ook op de inmiddels in staat van ontbinding verkerende patiënt.

En dat nog daargelaten de niet geheel ondenkbare situatie dat ikzelf bij het langdurig toiletteren uiteindelijk in versteende toestand kan worden aangetroffen als de sluitspier weer eens een snipperdag heeft opgenomen.

”Het gaat om een man met een stevige ziektegeschiedenis, die ondanks zijn hoge leeftijd nog alles zelf wilde doen”, aldus nogmaals de woordvoerster. Daar zit een tegenspraak met voorbedachte rade in, want je mag veronderstellen dat iemand ‘met een stevige ziektegeschiedenis’ dan minstens zo stevig in de gaten wordt gehouden. Het afschuiven van enige verantwoordelijkheid van ziekenhuiswege zit hem in het tweede deel van deze ongetwijfeld door de hoofdmuts van de afdeling Communicatie voorgebakken zin: ‘…die ondanks zijn hoge leeftijd nog alles zelf wilde doen’.

In een samenleving die van de bedilzucht en bemoeizorg aan elkaar hangt, is plotseling heel die ongevraagde betutteling schielijk verdwenen als zo’n ouwe baas alle hulp afwijst en zichzelf daarmee slachtoffert. Ik pleit er niet voor om ouderen te behandelen als kinderen, maar als het aankomt op het peilen van een niveau van zelfredzaamheid, heb je bij beide leeftijdsgroepen de verantwoordelijkheid om minimaal in de gaten te houden of iemand die beweert dat ie het allemaal zelf wel kan zich ook daadwerkelijk redt. Zoiets heet zorg of begeleiding, geloof ik.

Want ondanks dat de man -in weerwil van zijn zeer hoge leeftijd- kennelijk alles zelf wilde doen, weet ik één ding zeker. En dat is dat hij in al die onafhankelijkheidsdrift voor een veel glorieuzer einde zou hebben gekozen.

Dood worden aangetroffen in je eigen zeik in een ziekenhuis in Heerlen.
Je wenst het je ergste vijand niet eens toe.

Alleen al om die reden moeten we bij elk schijthuis in de Limburgse ziekenhuizen zo’n gezellige bemoeisnol met een schoteltje neerzetten.

Geef een reactie

Laatste reacties (31)