816
24

redacteur

Samira Ahli (Amsterdam, 1980) is redacteur. Ze studeerde journalistiek aan de Hogeschool Utrecht, werkte bij verschillende mediabedrijven en maakte de documentaires Ghetto Girls (2006) en Vrouw vs Geweld (2004)

Dossier Allochtonië

Deel 6 van een serie, waarin Joop-opiniemakers zich buigen over de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen

Tot aan de verkiezingen zullen diverse van onze opiniemakers zich buigen over de verschillende verkiezingsprogramma’s. Zij zullen elk de paragrafen onder de loep nemen die onder hun expertise vallen. Vandaag Samira Ahli over integratie.

Na bijna tien jaar van uitzichtloos geëtter was ik het onderwerp eigenlijk helemaal zat. Maar nu de integratie in de verkiezingscampagnes door de economie naar de achtergrond is verdrongen, mis ik het zowaar. Het was namelijk helemaal niet zo dat ik het niet over integratie wilde hebben, ik had alleen graag op een andere manier over het onderwerp gesproken en vooral de politiek op een andere manier met het onderwerp om zien gaan.

Ik had zo graag gezien dat het publieke debat over integratie weer zou gaan over waar het eigenlijk over moet gaan: de sociale en economische positie van een grote groep burgers van dit land. De laaggeschooldheid, werkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid, de culturele spagaat waarin sommigen zich bevinden, een uitzichtloze positie in een zich rondom uitstrekkend landschap van welvaart en eindeloze mogelijkheden. Financiële problemen, fysieke en psychische klachten, gedragsproblemen en criminaliteit onder jongeren. Kortom, migratieproblematiek.

(Ja, er gaan ook heel veel dingen goed, het gaat zelfs steeds beter met steeds meer individuen die tot deze groep worden gerekend. Maar daar hoeft de overheid geen apart beleid voor te maken, want die hebben het gered. Lang geleden hadden zij het misschien ook nodig, maar toen ervoer de samenleving allochtonen nog niet als last en werd apart beleid niet nodig geacht.)

Het publieke debat ging echter lange tijd niet over de problemen van deze mensen en hoe deze op te lossen. Het ging over wie zij waren, hoe zij eruit zagen, wat zij geloofden en wat zij allemaal wel niet fout deden. (Het staat u vrij om het wijzende vingertje erbij te denken)

Voor de Tweede Kamer verkiezingen verwachtten we allemaal dat integratie, of wat er in het debat van over was gebleven, een heet hang ijzer zou worden. Toch? Ik keek er in ieder geval niet naar uit. Maar de verkiezingen zijn vroeg gekomen en, zoals gezegd, de economie overvleugelt alle andere issues.

Toch hebben vrijwel alle partijen in hun programma’s wel een hoofdstukje aan integratie gewijd. Plannen die zijn gebaseerd op iets anders dan de werkelijkheid zal ik hier niet serieus nemen. Er komt geen tsunami van moslims en radicalisering van de moslims die er in dit land zijn, vindt nauwelijks plaats. Van massa-immigratie uit welk niet-westers land dan ook is evenmin sprake, want daar hebben we intussen een lekker strenge wet tegen, die tot nog toe niemand wil versoepelen.

De programma’s van de PVV en TON zijn hiermee dus automatisch gediskwalificeerd. Ook de nieuwe partijen, die geen zetels gaan halen, bespaar ik mezelf. Over de SGP kunnen we kort zijn. Voor deze fundamentalisten zijn alle mensen gelijk, maar sommigen (lees christenen) zijn meer gelijk dan anderen. Dit feit komt ook deze partij op diskwalificatie te staan.

Het CDA begint met een redelijke beschrijving van de problematiek. Een groot gedeelte van de immigranten heeft zijn draai gevonden, een deel nog niet. Wat aan dat laatste gedaan moet worden, loopt vervolgens vast op één woord: Nieuwkomers. Dat is de focus van het hele hoofdstuk. Vergeten lijkt de groep die hier al veel langer is en toch nog niet, zoals dat zo mooi heet, meedoet.

De derde confessionele partij die het Nederlandse politieke landschap ‘rijk’ is, de ChristenUnie, constateert dat we in een veelkleurig land leven en dat dit ook zo moet blijven. Een ander mooi punt van de CU is dat een inburgeringcursus niet alleen een taalles zou moeten zijn, maar moet worden gecombineerd met een vakopleiding, vrijwilligerswerk of een betaalde baan. Het is in de kleinzerige details over gezichtsbedenkende kleding, Marokkaanse namenlijsten, dienstplicht in Turkije en (daar is ‘ie weer) de dreigende radicalisering dat de CU mij ergert. Gaat het toch weer over hoe mensen eruit zien, waar ze vandaan komen en wat ze geloven.

Kijken we naar rechts dan zien we dat de liberalen vooral geen geld willen uitgeven aan integratie. De VVD misbruikt het ideaal van de mondige, zelfredzame burger om mensen aan hun lot over te laten. Inburgeren? Dat betaal je maar lekker zelf en je zoekt ook zelf maar een school.

Dezelfde (geveinsde?) naïviteit zie je terug in de verplichte taaltoets voor driejarige kinderen die de partij voorstelt. Jongens, ik heb Nederlandse kinderen meegemaakt die ouder waren en nog amper drie woorden aan elkaar konden plakken. Bovendien zijn kinderen van die leeftijd bijna niet te toetsen. Jammer, omdat het punt waar de VVD in het onderwijs meer aandacht wil voor kinderen met een (taal)achterstand wel legitiem is.

De focus op onderwijs vinden we gelukkig ook terug bij de links liberale partijen. Bij D66 en GroenLinks is het even speuren naar de standpunten over integratie. U raadt het al, door het hele programma heen, slim verwerkt in het beleid voor onderwijs en arbeids- en woningmarkt. Dat lijkt er al meer op. GroenLinks noemt het onderwijs een “emancipatiemachine” en D66 geeft onderwijs een “spilfunctie in de samenleving”. Sociaal economische status verbeter je, ook naar mijn bescheiden mening, voor een goed deel via deze weg.

Maar ook de links liberalen maken hierbij wat denkfoutjes. Beide partijen willen segregatie in het onderwijs, de witte en zwarte scholen, terugdringen. Confessionele scholen mogen leerlingen niet meer weigeren op basis van hun achtergrond, ouders moeten gelijke kansen hebben om hun kind op een bepaalde school te krijgen. GroenLinks wil ook dat kinderen zoveel mogelijk in hun eigen buurt naar school gaan. Al deze maatregelen zouden moeten voorkomen dat witte ouders met hun witte kindjes snel kunnen uitwijken naar goede scholen in een andere buurt.

Hierbij wordt geen rekening gehouden met het feit dat die witte ouders ook gewoon wat sneller zijn hierin. Ze weten beter de weg. Zo bepaalt de wieg waarin je wordt geboren alsnog waar je eindigt.

Ook wordt vergeten dat het vaak niet alleen de school is die gesegregeerd is, maar dat er ook nog zwarte en witte wijken zijn. Nou vind je bij beide partijen terug dat ze die verkleurde wijken ook niet willen. Echter, mensen dwingen om ergens anders te gaan wonen, willen ze dan weer niet. GroenLinks en D66 geven iedereen evenveel recht op van alles, maar zijn huiverig voor dwang.

Moeten we ons dan maar concentreren op het verbeteren van alle scholen en de “kleur” accepteren? Nee, zeggen de traditionele linkse partijen PvdA en SP, we moeten gaan voor zowel gemengde buurten als gemengde scholen.

Gemeenten en scholen moeten daarvoor zorgen, desnoods met een nieuwe huisvestingswet (SP) én dubbele wachtlijsten voor autochtoon en allochtoon (SP en PvdA).

Kijk, van de PvdA is het jammer dat ook deze partij begint over radicalisering, maar als die laatste vier nou eens de programma’s naast elkaar zouden leggen en eruit halen wat ík er goed aan vind, dan hebben we misschien eindelijk een echt integratiebeleid. Eén dat er op gericht is zowel de economische als de sociale positie van mensen te verbeteren. Juist nu, in tijden van economische crisis, omdat het verleden ons heeft geleerd dat in moeilijke tijden, allochtonen vaak het eerst getroffen worden.

Geef een reactie

Laatste reacties (24)