840
4

Schrijver en arts

Thijs Feuth (Nijmegen, 1981) is schrijver en arts en marathonloper. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam, promoveerde in Utrecht en werkt als arts in Finland. Zijn debuutroman Zwarte ogen verscheen in oktober 2015 bij De Arbeiderspers. In juni 2017 verscheen het boek 'Achter de rug van God - een vreemdeling in Lapland'.

Duurzaam geluk

Thuis zijn betekent geen rekenschap af te hoeven leggen over je aanwezigheid. Maar geldt dat ook voor mij?

cc-foto: Melissa Cooperman/IFPRI

Met een lampje schijn ik in Catherine’s ogen. De zwarte speldenknopjes vertonen geen enkele reactie. Voorzichtig maak ik de bovenste knoop van haar shirt los en leg ik mijn stethoscoop op haar glanzende huid. Ik luister naar het vertrouwde geruis door de luchtwegen, dat me doet denken aan de branding van de zee, maar sneller is, veel sneller, en hoger van toon. De spierreflexen in haar armen en benen zijn afwezig. Onder haar linkerborst, waarin melkklieren in ontwikkeling zijn, roffelt haar hart met meer dan honderd slagen per minuut.

Een collega smeert gel op de onderbuik en stelt vast dat het hartje van de kleine vrolijk klopt. Op de echo zijn er geen foetale afwijkingen te zien, de bevindingen zouden passen bij een ongecompliceerde zwangerschap van zo’n tweeëntwintig weken.

Een ongecompliceerde zwangerschap, behalve dan dat Catherine hoge koorts heeft en in coma ligt. In diepe coma, en we weten niet waarom. In ons ziekenhuis zijn de mogelijkheden tot aanvullend onderzoek uitgeput en verwijzing wordt door het universitair ziekenhuis herhaaldelijk afgewezen. Deze vrouw, van amper vijfentwintig jaar oud, gaat sterven, en haar kindje ook. Er is niemand meer die nog gelooft in een goede afloop.

Dit is het verhaal van een vrouw met HIV en epilepsie, die buiten bewustzijn was aangetroffen in het veld. Maar vooral is dit het verhaal van een vrouw ergens in Malawi, een van de armste landen van de wereld. ‘Aanvullend onderzoek’ is in dit geval een eufemisme voor een malariatest, een paar standaard laboratoriumtesten en de genoemde echoscan. Geen scan van het brein, niet eens een longfoto of een bloedkweek.

Er zijn veel dingen ten goede veranderd sinds ik tien jaar geleden als coassistent voor het eerst in Malawi was. De sterfte aan malaria is zo’n beetje gehalveerd, de HIV-epidemie lijkt onder controle te komen en ook de kindersterfte is flink afgenomen. Toch zijn er nog altijd veel mensen die buiten de boot vallen, die geen geld hebben om naar het ziekenhuis te komen (waar de zorg overigens gratis is) of bij wie de ziekte in het ongewis blijft of niet op behandeling reageert. Nog steeds gaan er veel te veel mensen onnodig dood.

In de nacht zie ik een patroon van groene en rode kronkelende lijnen en bewegende stippen en hoor ik stemmen. Rechts van me fluistert Faithless dat hij geen slaap kan krijgen, links schreeuwt een zwangere vrouw om hulp. Is dit een droom, of ben ik aan het hallucineren van de malariaprofylaxe? Dan doven de beelden en stemmen uit als een kaars in de wind die regen tegen de ramen en op de aluminium dakplaten slaat. Ik voel me leeg, ik ben het midden van de nacht, een klamme nacht die gevangen is in een muskietennet.

Wat is mijn rol, in het ziekenhuis, in dit land? Doe ik wel het goede? Is het werk dat ik verricht wel effectief en duurzaam? En ben ik niet een beetje schuldig aan de armoede om me heen? Wie als westerling in Afrika aan de slag gaat, krijgt hoe dan ook met zulke vragen te maken. Ben je het zelf niet die je die vragen stelt, dan vallen anderen je er wel mee lastig. Maar zijn die vragen eigenlijk relevanter dan de vraag of je gelukkig bent?

Ik sla het laken van me af en staar naar het punt waarmee het net aan het plafond is bevestigd, midden boven het bed. Dat is mijn poolster op het zuidelijk halfrond. Plotseling realiseer ik me dat mijn zelfkritische vragen worden ingegeven door het idee dat je thuishoort in het land waar je geboren bent. Thuis zijn betekent geen rekenschap af te hoeven leggen over je aanwezigheid. Maar geldt dat ook voor mij? Ik voel me overal ter wereld gemakkelijker thuis dan in mijn vaderland.
Natuurlijk kan het geen kwaad om jezelf zo nu en dan de vraag te stellen of je het goede doet. Als ik voor mezelf spreek: ik kan niet duurzaam gelukkig zijn zonder het welzijn van de ander erin te betrekken. Zorg dragen voor de ander maakt onderdeel uit van zorg voor jezelf.

Starend naar het zenit van mijn muskietennet dwaal ik in gedachten door de dorpsstraat, waar het leven zich in al zijn vitaliteit voltrekt, en dan door mijn Nederlandse dorpsstraat op Twitter, waar ondanks de weelde waarin ze leven mensen altijd weer een reden vinden om ontevreden te zijn. Misschien is een vroege dood wel minder erg dan nooit echt te leven, denk ik, en met die schuldige gedachte val ik in slaap.


Laatste publicatie van ThijsFeuth

  • Achter de rug van God

    Een vreemdeling in Lapland

    juni 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (4)