288
4

Sectorhoofd FNV Vervoer

Roel Berghuis (1957) is van 1975 tot 1992 werkzaam geweest als Smelter bij Hoogovens te IJmuiden. In die periode was hij actief vakbondskaderlid in de toenmalige Industriebond FNV. Vanaf 1992 tot heden is hij werkzaam bij de FNV in verschillende bezoldigde functies. Vanaf 2000 is hij vakbondsbestuurder voor FNV en vanaf 2005 tot 2014 vertegenwoordigde hij de leden van FNV Spoor als vakbondsbestuurder/onderhandelaar bij de Nederlandse Spoorwegen. Vanaf 2014 is hij sectorhoofd van FNV Vervoer.

Een herkenbare vakbeweging, wie wil dat niet?

Pensioenakkoord blijft tikkende tijdbom

Er is vernieuwend leiderschap in de FNV nodig met lef, visie en daadkracht en die in staat is om de FNV in een toenemend polariserend klimaat op koers te houden. Als de verkenners Wijffels en Noten dit bedoelen dan gloort er een goede toekomst voor een brede vakbeweging.

Wijffels en Noten hebben over van alles gesproken met de voorzitters van de FNV bonden maar niet over het pensioenakkoord, waar de FNV zo over verdeeld is. Daarmee is het pensioenprobleem een tikkende tijdbom gebleven. Deze tijdbom had echter wel ontmanteld moeten worden door deze ervaren bemiddelaars.

Op bijna on-Hollandse wijze hebben de 2 grootste vakbonden (FNV Bondgenoten en AbvaKabo FNV) Agnes Jongerius eerder al de wacht aangezegd omdat zij het pensioenakkoord heeft getekend. Vette ruzie in de FNV. Dat dit verzet vooral van de grootste FNV bonden komt, is niet toevallig. De vakbondsbestuurders van FNV Bondgenoten en de AbvaKabo FNV zitten namelijk in ongeveer 80 procent van alle pensioenfondsbesturen en zij hebben vanuit hun rol als belangenbehartiger veel te verliezen voor hun vakbondsleden in de markt en overheidsbedrijven. 

Het scherpe meningverschil maskeert naar mijn mening geheel andere oorzaken van dit dieper liggende conflict. In de laatste decennia is de vakbeweging onvoldoende in staat geweest om met de werkgevers aan de centrale onderhandelingstafel tot gedegen en ‘het verschil makende’ akkoorden te komen. Als FNV-onderhandelaar merk ik de laatste jaren dat ik in de sector spoorwegen helemaal niets meer heb aan centraal afgesloten akkoorden. Het zogenaamde historische ‘Wassenaarakkoord’ van 1982 stond nog in het teken van werkgelegenheid met afspraken over arbeidsduurverkortende maatregelen.

Maar de laatste jaren is het vooral gegaan over loonmatiging, verslechteringen van sociale zekerheidsregelingen en boterzachte intenties over arbeidsparticipatie. Met dergelijke afspraken konden diverse FNV bonden nauwelijks uit de voeten. Deze bonden hadden vaak zware kritiek omdat zij deze akkoorden gewoon niet konden uitleggen aan hun achterban. Om de lieve ‘FNV vrede’ te bewaren gingen deze FNV bonden jaar in jaar ontevreden mee met deze matige centrale akkoorden.

Centrale akkoorden worden afgesloten door de onderhandelaars ‘als generaals zonder troepen’ van de FNV Vakcentrale. Zij moeten zich aan de achterban, de 19 voorzitters van de verschillende FNV bonden, verantwoorden. Een weerbarstig en ongelijk achterbanberaad. Want de twee grootste bonden, FNV Bondgenoten en de AbvaKabo FNV, vertegenwoordigen al ruim twee derde van de 1,4 miljoen leden. De statutaire stem van de kleinere bonden bleek voldoende om het pensioenakkoord te kunnen tekenen.

Dat de FNV-structuur niet meer van deze tijd is, daar hebben Wijffels en Noten helemaal gelijk in. De FNV structuur maakt de coördinatie van werknemersbelangen niet alleen onnodig versplinterd, maar nog duur ook. De negentien FNV-bonden hebben elk hun eigen kantoor, personeel, individuele dienstverlening, facilitaire dienst, bondsblad, bestuur, directie, administratie, vereniging en wat al niet meer. Hier zijn veel kosten mee gemoeid die opgebracht moeten worden uit de contributie van de vakbondsleden.

De FNV (of in welke naam ook) moet zich nu heel erg snel anders gaan organiseren. Een organisatie die zich inricht naar werkproces. Dan krijg je bijvoorbeeld: FNV Zorg, FNV Bouwplaats, FNV Spoor, FNV Metaal, FNV Gemeentepersoneel, FNV Havens, FNV Schoonmaak, FNV Beveiliging enzovoort….

Deze beroepsgroepen, onder de FNV paraplu, zouden in mijn visie ook ruimte moeten krijgen om eigen beleid te ontwikkelen dat afgestemd is op de situatie in de betreffende vakgroep of sector. Dus veel dichter bij werknemers en de vakbondsleden waardoor meer draagvlak ontstaat. Waar het om gaat is dat de vakman of vrouw ‘de bond’ werkelijk herkent als zijn of haar vertegenwoordiger.

Daarvoor moeten de FNV-bonden het vakbondswerk in de sectoren en bedrijven versterken. Deze herkenbare bonden maken een brede agenda waar de vakbeweging voor staat en gaat. De arbeidsmarkt verandert structureel en in een razend tempo en vakmensen stellen nieuwe eisen aan hun werkomgeving. Een onafhankelijke werknemer die uitgaat van professionaliteit en vakmanschap. Daar moet de FNV met ‘beroepsgroepenvakbonden’ op inspelen. En zij moet vernieuwing aanjagen waarbij de werknemer eigenaar blijft van zijn/haar arbeidsvoorwaarden. Een herkenbare FNV die dicht bij mensen staat, is naar mijn overtuiging de toekomst. Dat is voor jongeren, oudere jongeren en ouderen aantrekkelijk. Daar willen mensen van links tot rechts bijhoren.

Om dit te realiseren is vernieuwend leiderschap in de vakbeweging meer dan nodig. Een leiding met lef, visie en daadkracht en die in staat is om de vakbeweging in een toenemend polariserend klimaat op koers te houden.

Geef een reactie

Laatste reacties (4)