2.751
96

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Een Ibn Ghaldoun is niet het probleem maar de inspectie

Als een school jarenlang beneden de maat presteert, kan dit alleen maar worden geweten aan een falende inspectie. Die heeft dan zitten slabakken 

Nederland kent vrijheid van onderwijs. Dat is en hoeksteen in het gebouw van Thorbecke, zoals VVD’ers ons staatsbestel graag noemen. Sinds 1917 zijn openbare en “bijzondere” scholen financieel met elkaar gelijk gesteld. Een bijzondere school heeft een levensbeschouwelijke grondslag. Aan deze regeling ging een politieke strijd van een halve eeuw vooraf die werd gevoerd door het gelovige deel van de bevolking.

Zijn de bijzondere instellingen van onderwijs vrij om zomaar wat aan te rommelen? Nee, want om voor subsidie in aanmerking te komen moeten zij een door het ministerie van onderwijs bepaald aantal vakken geven tot een vastgesteld niveau. Een inspectie van het onderwijs ziet erop toe dat dit ook gebeurt. Althans die zou dat moeten doen. Als een school jarenlang beneden de maat presteert, kan dit alleen maar worden geweten aan een falende inspectie. Die heeft dan zitten slabakken.

Wie het persbericht en de achterliggende documenten, die de inspectie op 10 september openbaar maakte, leest krijgt niet de indruk dat er bijzonder voortvarend is opgetreden. Bestuur en docenten kregen de kans om jarenlang aan te modderen. Ook was men kennelijk zeer coulant toen het erop aankwam de school een startkwalificatie te geven. Daarmee heeft de Inspectie vooral de Ibn Ghaldoun en zijn leerlingen een slechte dienst bewezen.

Wat bekijkt zo’n inspectie eigenlijk? Vroeger, in de jaren vijftig, gebeurde het wel eens dat een strenge meneer achterin de klas plaatsnam en dan werd de meester zenuwachtig. Wij zaten allemaal recht want we wisten: dit is de inspecteur en we wilden hem helpen een goede indruk te maken. Nu gaat dat anders.

Twee jaar terug bezocht ik een reünie van mijn oude middelbare school, het Sint Franciscus College in Rotterdam, ooit een van de beste scholen in de regio Rijnmond, want wij katholieken wilden de rest van de stad een poepie laten ruiken. Daar waren de paters, de docenten en de leerlingen het hartgrondig over eens. “Met een diploma van het Sint Fransciscus College gaan de deuren van het bedrijfsleven wagenwijd voor je open”, zei de rector pater Geers OFM.

Van die sfeer was op de reünie weinig te merken. Het was allemaal slecht aangeveegd en lamlendig. Dit constateerde ook de inspectie blijkens een rapport van bevindingen. Het oordeel wordt daarin bijgesteld van ‘zeer zwak’ naar ‘zwak’. Waarom is dat het geval? Kort samengevat luidt het rapport:

Alles op school is in orde maar je leert er niks.”

De docenten doen alles goed maar slagen er kennelijk niet in de lesstof op afdoende wijze over te brengen. Je verwacht juist over dat probleem een analyse in een rapport van de inspectie. In plaats daarvan krijgen de leraren een voldoende voor de duidelijkheid van hun uitleg, het realiseren van een taakgerichte werksfeer, whatever that may be, en het actief betrekken van de leerlingen bij hun onderwijsactiviteiten. De inspectie prijst de school voor het invoeren van ‘nieuw aanbod’ (science en business). Het doel is om leerlingen te werven die ‘gemotiveerd en geschikt zijn om eisenstellend onderwijs te volgen’.

Men sluit de tent dus niet maar probeert die te redden door een modetrend te volgen in plaats van alles te richten op de degelijkheid en de verdieping van het bestaande onderwijsaanbod en aan te geven waar de communicatiestoornis tussen docenten en leerlingen ligt.

Het bijzonder onderwijs is niet het probleem. De inspectie is het probleem. De aard van het toezicht maakte de ontsporing van het Ibn Ghaldoun mogelijk. Niet de inrichting van het Nederlands onderwijs. (lees aanvulling)

Daarom is het falen van een enkele bijzondere school geen argument om het hele stelsel te veroordelen. Er zijn best argumenten om terug te keren naar de situatie van voor 1917 maar niet het falen van afzonderlijke instellingen. Er bestaan tenslotte ook openbare scholen die beneden de maat zijn. Een discussie over de keuze voor bijvoorbeeld een Frans systeem met uitsluitend seculier door de overheid gefinancierd onderwijs kan dan ook uitsluitend een ideologisch en levensbeschouwelijk debat zijn. Dat heeft niets met onderwijskwaliteit te maken.

Aanvulling
Dit verwijt zou oneerlijk zijn zonder de toevoeging dat de Inspectie moet werken met een hand op de rug gebonden. Dat hebben CDA en VVD gedaan door in 2005 de wet BIO door de Tweede Kamer te loodsen. Deze wet betekent een zware administratieve belasting voor het onderwijs omdat er van elke docent een dossier moet worden bijgehouden met betrekking tot zijn bekwaamheid. Tegelijkertijd kregen bestuurders veel meer ruimte om onbevoegde docenten aan te stellen. Daar kan de inspectie weinig tot niets tegen doen. Zo lang ze maar (al dan niet zogenaamd) aan de zeven competenties kunnen voldoen: is het meestal wel goed.
Volg Han van der Horst ook op Twitter.

Gerelateerd: Bart Schut: Nooit meer (Ibn Ghal)doen


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (96)