2.150
60

Oud-minister van Milieu

Jacqueline Cramer (Amsterdam, 1951) werd in de jaren 1970 gegrepen door het rapport van de Club van Rome en heeft zich sinds die tijd sterk gemaakt voor een duurzame samenleving. In 1976 studeerde Cramer af als biologe aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna was zij als medewerkster verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze in 1987 promoveerde.

Tot 2007 was Cramer hoogleraar duurzaam ondernemen aan het Copernicus Instituut van de Universiteit van Utrecht. Daarvoor was ze achtereenvolgens hoogleraar milieumanagement aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Brabant en bijzonder hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ook werkte ze als adviseur bij TNO. Vanaf 1999 heeft ze naast haar wetenschappelijke activiteiten een eigen adviesbureau op het gebied van duurzaam ondernemen geleid. Zij heeft vele nevenfuncties gehad, waaronder kroonlid van de Sociaal Economische Raad en diverse commissariaten.

Jacqueline Cramer maakt zich al haar leven lang sterk voor een beter milieu. Als milieuactivist, als wetenschapper, in het bedrijfsleven, en de laatste jaren in de politiek. Haar motto is ‘duurzaamheid is van iedereen’. Op Joop.nl zal ze opiniestukken schrijven over duurzaamheid, energie en politiek.

Een onbegrijpelijke draai van Maria van der Hoeven

De aanpak van het klimaatprobleem wordt onderdeel van de verkiezingsstrijd.

De gong voor de eerste ronde is geluid met het ingezonden stuk van Maria van der Hoeven, demissionair Minister van Economische Zaken, in de Volkskrant. Tot mijn verbazing neemt ze fel afstand van het duurzame energie beleid dat ze de afgelopen jaren met verve samen met mij van de grond heeft getild.

We begonnen drie jaar geleden met een deplorabele achterstand op duurzame energie gebied. Vorige kabinetten hadden een zigzag beleid gevoerd. Daardoor werd de markt onvoldoende zekerheid geboden en was de investeringsbereidheid in duurzame energie gering. Bij het aantreden van Balkenende IV was de belofte dat we nu eindelijk een consistent beleid zouden gaan opzetten. En na drie jaar waren we daarmee een heel eind gevorderd. Nog lang niet ver genoeg natuurlijk, maar we zitten op de goede weg.

En dan opeens het stuk van Van der Hoeven. De markt moet de handschoen zelf maar oppakken, schrijft ze in de Volkskrant. Geen subsidies of andere vormen van financiële stimulering meer, is haar parool. Ik zou dat ontzettend onverstandig vinden. De overgang van een fossiele naar een duurzame energievoorziening gaat niet vanzelf. Het vergt gerichte sturing van de overheid. Er zal een nieuwe, stabielere financieringsvorm van duurzame energie moeten komen, die verrekend wordt in de energiekosten. Daarover was in 2009 al in het aanvullend beleidsakkoord ter bestrijding van de crisis besloten door het toenmalige kabinet. De wettelijke voorbereiding hiervoor is al in volle gang. Daarnaast is het van belang om wettelijk vast te leggen welke percentages duurzame energie in 2020,2030, 2040 en 2050 gerealiseerd moeten worden. Dat geeft de energiesector de lange termijn zekerheid waarop ze zitten te wachten.

Geleidelijk aan zullen de duurzame energiebronnen concurrerend worden in prijs. Daarvoor moet de techniek nog worden verbeterd en opgeschaald, zodat steeds meer mensen die duurzame energiebronnen gaan toepassen. Die investeringen kosten de maatschappij aanvankelijk geld, maar we krijgen er veel voor terug. Onafhankelijkheid van dubieuze olie- en gaslanden, meer zekerheid dat we op termijn in onze energie kunnen voorzien, groene banen en een schoner milieu. Uiteindelijk zullen de fossiele energiebronnen steeds schaarser worden en dus duurder, terwijl duurzame energie steeds lucratiever wordt. Laten we nu eens consistent overheidsbeleid blijven voeren. Met haar plotselinge draai bewijst Maria van der Hoeven de energievoorziening een bitter slechte dienst.

Geef een reactie

Laatste reacties (60)