17.994
101

conservator, De Eendenman

Kees Moeliker (1960) werkt al twintig jaar bij het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Hij stond aan de wieg van het museum toen het eind jaren ’80 van de vorige eeuw huisvesting vond in Villa Dijkzigt en een nieuwe toekomst tegemoet ging. In de beginjaren verzorgde hij de museumlessen en rondleidingen voor schoolklassen, later werd hij conservator en hoofd communicatie. Moeliker combineert (precies genoeg) inhoudelijke kennis, gevoel voor humor en publiciteit zodanig dat het NMR regelmatig in het nieuws komt. Een onbetwist hoogtepunt was zijn publicatie over het eerste (wetenschappelijk gedocumenteerde) geval van homoseksuele necrofilie bij de wilde eend, waarmee hij in 2003 de felbegeerde Ig Nobelprijs won. Ook zijn ingeving om de Dominomus tot museumstuk te verheffen, en de oproep om ‘de laatste’ schaamluis aan het museum te schenken trokken nationaal en internationaal grote mediabelangstelling.

Een stervende bultrug op het strand, is dat zielig?

Wanneer een walvis voor de ogen van mensen en televisiecamera’s sterft, ontstaat de drang om te helpen

De laatste populatieschatting van de bultrug (Megaptera novaeangliae) komt uit op een aantal van 60.000, waarvan een dikke 11.000 (PDF) in de noordelijk Atlantische Oceaan. Dat is een mooi aantal voor een groot zeezoogdier en reden voor de IUCN om de soort de status least concern te geven: geen reden tot zorg (voor uitsterven).

Van die gezonde populatie van 60.000 bultruggen gaan er ook exemplaren dood. Zo gaat dat. Ze sterven van ouderdom, aan ziekten, door ongelukken, noem maar op. Ze blazen kun laatste adem uit en zinken naar de zeebodem, waar de kadavers een rijk substraat vormen voor ander leven. Niemand ziet dat, niemand vindt dat zielig.

Soms verdwalen bultruggen, ze zijn dan meestal al ziek of zwak. Hun leefgebied is diep water, open zee. In de ondiepe Noordzee, een fuik met als enige zuidelijke uitweg het Nauw van Calais, is de kans groot ze stranden, op het strand, op een zandbank of in een andere ondiepte. Potvissen, vinvissen, bulruggen en andere grote zeezoogdieren die in onze kustwateren terechtkomen, eindigen meestal dood op het strand (en vervolgens als skelet in een natuurhistorisch museum). De een spoelt dood aan, de ander levend, maar het einde – de dood –  is onherroepelijk. Is dat zielig?

Wanneer een walvis voor de ogen van mensen en televisiecamera’s sterft, ontstaat de drang om te helpen, om in te grijpen, om de walvis te redden van de dood. Het is natuurlijk ook zielig zo’n hulpeloos dier, zeker als het oog van de arme walvis je hoopvol aankijkt. Met emotie als belangrijkste drijfveer wordt er met man en macht aan het 20.000 kilo zware dier getrokken, in de hoop dat hij weer doorzwemt. En dan? Slaat hij bij wijze van laatste groet met zijn staart, pinken de redders een traantje weg, en kiest hij het ruime sop? Nee, de kans is groot dat het zieke, verzwakte dier alsnog sterft, opnieuw aanspoelt of naar de zeebodem zinkt. In het laatste geval ziet niemand dat, en vindt niemand het zielig.

Het verhaal van de Texelse bultrug is vergelijkbaar met het verhaal Morgan de orka en Happy Feet de pinguïn. Ze waren beter af geweest als ze met rust gelaten waren.



Volg Kees op Twitter, bezoek z’n weblog.


Het nieuwste boek van Kees Moeliker is De bilnaad van de teek

Meer over de bultrug:
Opinies
Nourdeen Wildeman: De Syrische bultrug
Han van der Horst: Hoe medelijden verdacht wordt gemaakt
Sander Terphuis: Bultrug Johannes onze redding
Cartoons
René Krewinkel: Stille tocht…
Sandra de Haan: Slag om de bultrug

Geef een reactie

Laatste reacties (101)