817
29

Hoogleraar Toegepaste Filosofie

Michiel Korthals is hoogleraar Toegepaste Filosofie aan de Wageningen Universiteit. Hij studeerde Filosofie, Sociologie en Duits aan de Universiteit van Amsterdam en de Karl Ruprecht Universität in Heidelberg (BRD). Zijn academische belangstelling richt zich op bioethiek (met name voeding, dieren en milieu), deliberatieve en democratische theorieën en Amerikaans pragmatisme. Hij heeft een verscheidenheid aan publicaties op zijn naam staan.
Korthals is tevens voorzitter van de Stichting FREE (Foundation for the Restoration of European Ecosystems), die ongeveer 1500 Hooglanders, Konikspaarden, Wisenten en Rode Geuzen beheert. De laatste jaren treedt hij veelvuldig op met gedichten over eten, landbouw en natuur.

Eetbaar Nederland

Voeding mag niet totaal in handen vallen van een anonieme voedselsector, maar moet zoveel mogelijk zelf ter hand worden genomen

cc-foto: Anne Helmond
cc-foto: Anne Helmond

De laatste jaren is er over de hele wereld een golf van kleine en grote bewegingen opgekomen die zich bezighouden met voeding dichtbij huis. In moestuinen, stadstuinen, tuinbakken, hangpotten, kassen en op andere plekken wordt ijverig gezaaid, geschoffeld, gevloekt en geoogst. Bijna alle grote steden hebben een beweging als ‘eetbaar…’ en ook kleine gemeente hebben aanzienlijke oppervlaktes waarop aan groenten en fruit wordt gewerkt.

Akkerbossen, voedselbossen en andere op permacultuur en agro-ecologie georiënteerde projecten worden uitgevoerd, verbonden met educatieve en andere doeleinden (permacultuur en agro-ecologie houden meer dan biologische landbouw rekening met ecosystemen). De gedachte achter deze beweging is dat bezig zijn met lokale voedingsproductie een groot goed is, en het de moeite waard is om er flink wat tijd aan te besteden. Overwegingen als kleinere milieuvoetafdruk, sociale integratie en buurtverbetering, verbetering van een achteruit hollende biodiversiteit, en meer ruimte voor bos en andere natuurvormen spelen een grote rol. Organisaties als Rotterdam Platform Eetbaar Amsterdam; Eetbaar Rotterdam; Transition Zaanstreek; NMF Flevoland, Landtuur; Groenteclub Bussum; Eetbare natuur en voedselbossen zijn wat voorbeelden (zie: Stadseboeren.nl; transitionnetwork.org). De hoeveelheid vrijwilligers die zich met deze projecten bezighouden is aanzienlijk en ook het aantal betaalde banen stijgt. De projecten moeten vaak eerst veel tegenstand overwinnen van de plaatselijke autoriteiten, maar in sommige gevallen (zoals Lingezegen) hebben ze de wind meegekregen.

Interessant is dat deze beweging van lokale voedselproductie in ontwikkelingslanden zoals Colombia, Ecuador, en Uganda, is begonnen, en pas later over genomen is door mensen in VS, Duitsland, Italië en nu ook Nederland. In Uganda heeft bijvoorbeeld Slow Food zich verbonden met plaatselijke boeren, en hun organisatorische en educatieve middelen verstrekt om meer bekendheid te geven aan ‘voedsel soevereiniteit’. Inderdaad: dat is het woord: de bewegingen worden gevoed door het idee dat voeding niet totaal in handen mag vallen van een anonieme voedselsector, maar zoveel mogelijk zelf ter hand moet worden genomen.

Zure reacties
Tegen de achtergrond van dit enthousiasme, is het verbazend wekkend dat er een groot aantal mensen zijn die hierop zeer zuur reageren. Natuurlijk, van de gevestigde landbouw- en voedselwetenschappers kan je wel zoiets verwachten, hoewel ook hier verrassende meedenkers zijn te vinden. Maar vooral de ecomodernisten vinden dit soort ontwikkelingen maar niets. Ecomodernisten menen dat Nederland de landbouw nog meer moet intensiveren, dat wil zeggen hogere opbrengsten moet verzorgen met meer inputs, want alleen zo kan de wereld van honger worden bevrijd en de natuur worden gered. Intensievere landbouw geeft ruimte aan meer natuur. Op zich is deze redenering al zeer wonderlijk, immers de intensieve landbouw zorgt voor een ongekende terugloop van biodiversiteit en een miljard hongerige, en twee miljard ondervoede mensen. Bovendien, is het wel zinvol als Nederland voedsel voor landen in Afrika en Azië gaat verzorgen? Geef een visser niet vis, maar een hengel, geef een boer niet zaad maar goede omstandigheden om te boeren, hoort het principe te zijn.

Niettemin, de ecomodernisten menen dat alleen intensieve landbouw, met veel chemische inputs, genetische modificatie, waterstandverlaging en mechanisering, de voedseltekorten kan opheffen, en ook de ruimte schept voor meer natuur. Zo beweert bijvoorbeeld Hidde Boersma (De Correspondent, januari 2016) dat er in Nederland meer land vrij kwam voor bos door de toename van de intensieve landbouw. Lokale landbouw verweven met natuurgebieden betekent volgens hem natuurvernietiging en hele lage opbrengsten: ten slotte honger! Het is duidelijk dat deze redenering, als die juist zou zijn, een stevige knauw geeft aan alle vormen van lokale, op verweving met de natuur gerichte, meestal biologische, agroecologische of permaculturele landbouw. Volgens Boersma moeten de consumenten tevreden zijn met de producten van de anonieme voedsel industrie, die van overal vandaan kunnen komen.

Boersma noemt lokale voedselbewegingen bewegingen dan ook romantisch en nostalgisch. Maar zijn redenering klopt van geen kanten. Ten eerste laat hij een derde factor weg: woeste gronden (zandvlakten, duinen, heide, moerassen), Zijn voor het merendeel door de toename van landbouwgrond zijn opgeslokt. Er is daarom nu 50% meer landbouwgrond dan voor 1900 (overigens ook door inpoldering) (Landbouwatlas 2009. p. 36). Ten tweede, meer bos kwam er door de activiteiten van NGOs en het beschikbare areaal woeste gronden, niet omdat er grond beschikbaar kwam van de landbouw. Ten derde laat hij weg dat Nederland vanwege globale vrijhandel steeds meer (vee)voer importeert, dus drie tot vier meer land elders gebruikt. Meer natuur in Nederland is mogelijk omdat het veevoer van elders komt. Over de hele wereld gezien, is er het zelfde patroon. Overal heeft de intensieve landbouw steeds meer land opgeslokt dat voorheen savanne of nauwelijks gebruikt grasland was. Intensieve boeren hebben zoveel geïnvesteerd in hun bedrijf, dat de winstmarges steeds kleiner worden als ze niet uitbreiden. Bossen zijn natuurlijk ook gekapt.

Hoe dan ook, de tegenoverstelling tussen beide stromingen is niet verstandig. Natuurlijk zijn er bulkproducten nodig, zoals suiker, graan en aardappelen; en daar gaat het er nu om dat de intensieve teelt wordt verduurzaamd, en daarbij kan veel van agroecologie en permacultuur worden geleerd. Omgekeerd, de kwantiteit en vooral de kwaliteit van de opbrengsten (meer nutriënten) kan ook omhoog. In de landbouw is een of, of, niet zinvol; de precieze context moet uitmaken wat het beste is. De verkettering door de ecomodernisten is dom. Ik voorzie dat Nederland veel eetbaarder wordt, niet alleen voor vee, maar juist voor mensen. De vraag naar kortere ketens is zowel voor het milieu, voor het landschap als voor mensen te belangrijk.

Over deze thematiek wordt op 22 april een studiedag gehouden.
Zie: www.dagvandemilieufilosofie.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (29)