3.675
24

Schrijver en eerwraakdeskundige

Celal Altuntas (1972) is schrijver en eerwraak-specialist. Celal is geboren in Diyarbakir (Turkse Koerdistan) kwam als vluchteling op zijn twintigste naar Nederland. Zijn debuut "Het dorp van zeven broers" is recentelijk ook in het Turks uitgebracht. Celal is vooral betrokken bij de maatschappelijke en cultureel gerelateerde ontwikkelingen in Nederland.

Eigen bloed is sterker dan religie

We moeten ook aandacht schenken aan de potentiele daders van eerwraak, niet alleen aan de slachtoffers

In Zwitserland heeft een Koerdische man zijn vrouw vermoord, lees ik in de Koerdische krant. Om zijn ‘eer’ te zuiveren. In de Turkse krant lees ik dat een Turkse jongen zijn 15-jarige zusje heeft vermoord, nadat ze al zoenend met haar 25-jarige vriend, die overigens getrouwd is, betrapt werd. De jongen wist te ontkomen, maar zij niet. Zo moest ze met haar leven boeten voor de eer van haar familie.

In Turkse en Koerdische media is het bijna dagelijks aan de orde: vrouwen die worden vermoord om de familie-eer te redden. Dat dit gebeurt is het meest eerloze. Geen cultuur, religie of traditie zou belangrijker moeten zijn dan je dochter of zus. 

Twee weken geleden werd ik benaderd door een van oorsprong Turkse, maar in Nederland geboren en getogen jongen. Hij vroeg me of ik even tijd voor hem had, hij wilde iets belangrijks met me bespreken, nadat hij mijn boek ‘Het dorp van de zeven broers’ had gelezen en me op televisie had zien spreken over eergerelateerd geweld en eerwraak.

Murat is een jongen van 22 jaar en worstelt met een probleem. Hoewel hij zélf een (Nederlandse) vriendin heeft, heeft hij zijn zusje verboden een vriend te hebben. Als hij er ooit achter komt dat zij wel een vriend heeft, dan zwaait er wat. Dan heeft ze een probleem, heeft hij haar verteld. Alleen: Murat staat zelf niet volledig achter dit idee. Daarom heeft hij mij benaderd, in de hoop dat ik hem kan helpen met zijn soms gewelddadige gedachten.

Voordat hij mij benaderde is Murat in het geheim met een hulpverlener gaan praten. Jammergenoeg kon deze niet veel voor hem betekenen. Verder dan een “je woont in Nederland dus heb je het recht niet om je zusje te verbieden een vriend te hebben” kwam het niet. Het is het leven van het zusje van Murat en zij mag daarmee doen wat ze wil. Na een tweede gesprek met de hulpverlener besloot Murat dan ook te stoppen. De hulpverlener raakte hem kwijt. Uit mijn ervaring met de jongens, mannen en hulpverleners weet ik dat hulpverleners vaak weinig of geen kennis en expertise hebben om met dit soort jongens en mannen om te gaan. Met zo’n antwoord is Murat niet geholpen, zijn dilemma wordt alleen maar groter.
 
In het verleden is alle aandacht naar de slachtoffers van eerwraak gegaan. Weinig wordt gesproken over de potentiële daders. Het is uiteraard vanzelfsprekend dat aandacht voor de slachtoffers noodzakelijk is, maar ook aan de andere kant dient iets te gebeuren. Na een interview met mij in een krant waarin ik dit punt aankaart, reageerde een antropologe verbaasd op mijn voorstel om ook potentiële daders te helpen. Zij was het er niet mee eens dat er weinig of geen aandacht is voor hen, immers: justitie houdt hen wel degelijk in de gaten. Maar waar ik juist voor pleit is dat we het niet meer tot dat contact met justitie moeten laten komen. Dan is het namelijk al te laat. Dan is het misdrijf vaak al gepleegd.

De aandacht moet uitgaan naar Murats opvoeding en de bagage die hij met zich meezeult. Waarom is hij zo boos? Waarom verbiedt hij zijn zusje een vriend te hebben? Cultuur, traditie en religie zijn een belangrijk onderdeel van Murats boodschap. Wie deel uitmaakt van een collectieve cultuur – ofwel een schaamtecultuur met een religieuze achtergrond – denkt anders over eer en de aantasting daarvan, dan wie opgroeit in een op het ‘ik’ gerichte individualistische samenleving. Bij jongens als Murat wordt de individuele identiteit geblokkeerd door de collectieve identiteit. Van kinds af aan is hen geleerd de familie-eer te beschermen. Al kunnen veel van hen de definitie van die eer niet eens beschrijven. Hun familie-eer wordt opgehangen aan de kuisheid van hun vrouwelijke familieleden. Daarbij is die collectieve cultuur geen cultuur van communicatie. Geen woorden, maar daden, dat idee. Er wordt weinig gesproken over culturele normen en thema’s.

Ik zei tegen Murat: “Wat zou jouw reactie zijn als jouw vader jou zou verbieden een relatie te hebben met jouw vriendin?” Het antwoord van Murat was: “Ik zou het niet leuk vinden en ik zou stiekem toch doorgaan met mijn relatie.” Ik vroeg hem wat hij van zijn eigen vader verwachtte ten aanzien van zijn relatie. Murats antwoord was: “Ik zou willen dat mijn vader mij vertrouwt en blij is voor mij”. Ik stelde Murat nog een vraag: “Wat is het belangrijk voor je, je cultuur, traditie, geloof of je zusje?” Murat was overtuigd van zijn antwoord: “Natuurlijk vind ik mijn zusje belangrijker.”

Uit Murat’s verhaal is te horen dat hij het liefst niets te maken willen hebben met de gewelddadige kant van schaamtecultuur. Maar zo makkelijk is het niet voor hem, want hij maakt zelf deel uit van die schaamtecultuur.

Ik wilde Murat laten zien dat er nog andere manieren zijn om zijn angsten en gevoelens met zijn zusje te bespreken zonder gelijk geweld te gebruiken. Murat kan ook als een eervolle broer voor zijn zusje zijn.

Ik heb Murat geadviseerd met zijn zusje in gesprek te gaan over zijn gevoelens en angsten. Hij moet er voor zorgen dat ze elkaar kunnen vertrouwen en een goede band met elkaar te hebben. Als zij bang is van hem dan zal zij juist dingen stiekem gaan doen en dat kan leiden tot problemen. Hij moet ervoor zorgen dat hij haar broer is en blijft, niet haar controleur. Zij moet bij hem terecht kunnen wanneer zij fouten maakt. Als een lieve broer moet hij haar kunnen helpen.

Want niet één cultuur, traditie en religie is belangrijker dan je eigen bloed.


Laatste publicatie van CelalAltuntas

  • Regen zonder modder

    Het leven van een asielzoeker in Nederland

    oktober 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (24)