Laatste update 12:52
17.470
32

Schrijver/theatermaker en psychiater in dialoog

Actrice Mirjam Vriend en psychiater Bram Bakker, beiden ook schrijver, corresponderen maandelijks

Elitaire psychiatrie en de ondergang van de hulpverlening

Ik, de long-time cliënt die meerdere therapeuten van de straat heeft gehouden, werd de eerste beste keer dat ik aanklopte bij een hulpverlener terug naar huis gestuurd

Mirjam Vriend en Bram Bakker corresponderen over de geestelijke gezondheid.

Beste Bram,

‘We zijn het lijden verleerd.’ Aldus luidt de kop van een interview met psychiater Damiaan Denys in de Volkskrant van een paar weken terug. Er stak een stevige storm op na het verschijnen daarvan, en dat kan ik begrijpen. Het momentum valt bovendien samen met een belangrijke stap die jij zelf heel bewust hebt genomen, Bram; je hebt je psychiater-titel opgegeven, om hulp te kunnen bieden zoals jij voelt dat je dat moet doen, hetgeen conflicteert met de strakke richtlijnen die aan therapeuten mét titel worden opgelegd. Daarnaast ben ík er, als cliënt die meerdere therapieën heeft ‘geconsumeerd’, ook alternatieve. Ik dacht en voelde van alles bij het lezen van het interview en jij vast ook.

Een resumé van de argumenten van Denys: We lopen te snel naar een therapeut. Hierdoor hebben zij te weinig tijd voor de “echt zware gevallen” (schizofrenie, meervoudige persoonlijkheid, wanen, etc.). We zijn verleerd dat lijden in zekere mate gewoon bij het leven hoort, we weten niet meer hoe dat te dragen en (indien mogelijk) te verwerken, we accepteren niet meer dat niet alles maakbaar is. Onze luxe zit ons eerder in de weg dan dat ze in ons voordeel is, want hierdoor verleren we het om ergens voor te knokken.

Ik, de long-time cliënt die meerdere therapeuten van de straat heeft gehouden, werd de eerste beste keer dat ik aanklopte bij een hulpverlener terug naar huis gestuurd. Eigenlijk kreeg ik een variant op het verhaal van Denys als argumentatie: ik viel onder ‘modale somberheid’ en die hoorde bij het leven. Ik had een slecht verkooppraatje gehouden.

Ja, dat is wat je als cliënt soms pijnlijk duidelijk voelt: dat je, terwijl je net zo assertief als een natte krant bent, een goed pleidooi voor jezelf moet houden om de therapeut tegenover je te overtuigen dat je diens tijd waard bent. Het kon niet slechter treffen, want op het moment dat je daar zit komt er weinig indrukwekkends uit je mond, omdat het niet best met je gaat. Het vraagt een groot aanvoelingsvermogen van de professional tegenover je om in te schatten hoe het achter dat onbeholpen exterieur met de hulpvrager gesteld is. Plat gezegd denk ik niet dat er een hoog percentage mensen is die laagdrempelig een therapeut bezoekt, louter om tegen betaling lekker tegen iemand aan te kunnen janken.

Maar goed; schizofrenie, bipolaire stoornis, borderline: dat zijn allemaal aandoeningen waar ik niet tegenop kan bieden. Wel kan ik zeggen dat ik de nacht nadat ik huiswaarts was gestuurd enkel geen zelfmoord heb gepleegd omdat ik niet kon bedenken hoe dat gegarandeerd snel en pijnloos kon. Maak daar maar eens chocola van, meneer Denys.

Ik had, naast mijn diepe en structureel geworden somberheid, een bonus meegekregen van de therapeut die me huiswaarts zond: schaamte. Mijn visie als ervaringsdeskundige is zo langzamerhand dat die schaamte niet zelden de doorslag geeft, dat die nog funester is dan die hele somberte. Wat is de boodschap die ik hoorde? Dat ik een aansteller was.

Het onderscheiden van ‘zwaardere’ en ‘lichtere’ gevallen vind ik net zo riskant en onterecht als het onderscheid tussen ‘hoger’ en ‘lager’ onderwijs (waar nu dan ook terecht fel tegen geageerd wordt). Dat is veel te lineair, zo concreet kun je dit helaas niet maken. Het gaat er volgens mij om dat je je empathische antenne uitschuift en inschat hoe groot de lijdensdruk is bij de persoon die hulp vraagt. En dat je in goed vertrouwen aanneemt dat die persoon kennelijk die hulp niet kan vinden in de eigen omgeving. Of dat nu komt omdat ie dat zelf niet durft te vragen of dat hulp van de omgeving helaas niet toereikend is, maakt feitelijk niet uit.

“Als 17 procent (van de Nederlanders) depressief is, zijn de criteria te ruim”, aldus Denys. Een merkwaardige vorm van wishful thinking, lijkt mij. Die 17 procent voelt zich depressief; ik neem aan dat het onderzoek waaraan hij dit percentage ontleent wel sluw genoeg in elkaar zat om periodiek verdriet met een duidelijke aanleiding enerzijds te onderscheiden van structurelere somberheid anderzijds… Het zal toch geen Libelle-vragenlijstje zijn geweest?

Ik moest denken aan de woorden van een andere, illustere vakgenoot. Psychiater Viktor E. Frankl. Een man die meerdere concentratiekampen overleefde, waarbij hij zijn geliefde vrouw en bijna zijn hele familie verloor. Regelmatig voelde een cliënt zich tegenover dit indrukwekkend lijden bezwaard. Het eigen probleem leek veel te onbenullig. Hierover zei Frankl; “Lijden zie ik als een gas. Het maakt niet uit of het veel gas is of weinig, het komt een ruimte binnen en vult die geheel. Ik ga uw hoeveelheid gas niet de maat nemen, ik neem uw lijden, dat u geheel vult, serieus.”

Misschien zijn we het lijden inderdaad verleerd. Maar we gaan het niet leren tijdens “een wandeling in het bos”(Denys). En als ons probleem tijdens therapie vrij simpel blijkt, zijn we ook zo weer weg, toch?

Warme groet,
Mirjam

Ha Mirjam,

Alles wat je hier schrijft raakt me persoonlijk. Professor Denys en zijn belachelijke betoog zijn de zoveelste bevestiging dat ik er verstandig aan heb gedaan de elitaire boegbeelden van deze beroepsgroep de rug toe te keren. Je merkt de emotie, maar dat kan me even niet schelen.

Laat ik wel even de disclaimer doen: er zijn natuurlijk en gelukkig ook psychiaters die zich ongemakkelijk voelen bij het betoog van deze autoriteit: psychiater, professor en ook nog filosoof. En jarenlang voorzitter van de beroepsvereniging ook nog. Dit kan toch niet? Er zijn psychiaters die klagen dat ik in NRC mijn persoonlijke verhaal (over de patiënt Bram B.) heb mogen vertellen, maar is dat kwalijker dan dit?

Deze man krijgt een podium om volstrekt ongefundeerd te beweren dat miljoenen Nederlanders (17% van 17 miljoen is toch al ongeveer 3 miljoen) zich een beetje aanstellen. Letterlijk staat het er niet, dat geef ik toe, maar het is wel de gevoelsboodschap van het artikel. Van een meneer die het allemaal heel goed weet voor ons allemaal… Wat een arrogantie. Het is de ‘Wij weten wel wat goed voor u is-houding’ in haar slechtste vorm. Een disfunctionerende sector (de ggz) waar psychiaters een groot en essentieel onderdeel van uitmaken gaat zich nu tegen het disfunctioneren verdedigen door te klagen dat er te veel mensen aanbellen? Dat is toch godgeklaagd.

Jarenlang hebben we gestreden voor meer openheid over psychische kwetsbaarheid, mensen aangemoedigd hun somberheid wel te delen. Er was heel veel onbehandelde depressie, en dat was niet goed (vooral niet voor de medicijnverkoop, ben ik bang). En dan dit… Wat er gebeurt als we dit soort mensen te veel platform bieden is dat er steeds meer mensen dezelfde ervaring zullen hebben als jij: je voelt je een aansteller, en de toch al aanwezige schaamte wordt alleen maar groter. En zoals je bekent (dapper vind ik dat): het kan je het leven kosten.

Het had de professor gesierd als hij eens de hand in eigen boezem had gestoken, en erkend dat de psychiatrie domweg het antwoord niet heeft dat de zorgwekkende ontwikkelingen in onze samenleving kan keren. Zorgwekkend, toepasselijk woord he? Steeds meer mensen zijn mentaal ernstig uit balans, denk bijvoorbeeld aan die relschoppers, maar de baas van de psychiatrische afdeling van een academisch ziekenhuis laat vanuit zijn ivoren toren even weten dat de psychiatrie daar niet voor bedoeld is.

Nu steeds duidelijker wordt dat antidepressiva en cognitieve therapie slechts lapmiddelen zijn, en allesbehalve geneesmiddelen, zou men binnen de beroepsgroep eens terug moeten gaan naar de basis van het vak: hulpverlenen aan kwetsbare mensen. Dat heeft om te beginnen niets te maken met de diagnose die je erop plakt. Je kunt de verschillende gedaanten die leed heeft nooit met elkaar vergelijken. Mensen met psychische problemen hebben recht op zorg, of ze nu jarenlang gedwongen op een gesloten psychiatrische afdeling moeten verblijven of dat ze per acuut overwegen voor de trein te springen omdat ze zijn gedumpt door hun grote liefde maakt helemaal niet uit.

Voor de goede orde: ik heb deze ex-collega nooit persoonlijk ontmoet. Ooit werd ik uitgenodigd voor een publiek debat, waar hij ook aan deel zou nemen. Toen hij hoorde dat ook ik was uitgenodigd weigerde hij deelname, tenzij men mij als deelnemer zou schrappen. Dat gebeurde natuurlijk, want ik was geen professor en filosoof en het was zo’n grachtengordelbijeenkomst…

Het kost me geen moeite om te erkennen dat ik me gekwetst voelde en afgewezen, door deze gang van zaken. Dat komt natuurlijk omdat ik ook zo’n patiënt ben die niet kan leven met de beperkingen van het moderne leven. Ik ben inmiddels in gesprek met mijn vierde psychotherapeut. Het is nog steeds hard nodig.

Ter verdediging hiervan kan ik zeggen dat ik iedere euro zelf betaal, dat ik nog nooit op een wachtlijst heb gestaan en dat ik ook geen diagnose heb die in de statistieken voorkomt. Is dit relevant? Ja, want ik ben lang niet de enige. Er zijn duizenden mensen in ons land dagelijks aan het werk met de eigen psychische kwetsbaarheid. Ze bezoeken uiteenlopende hulpverleners, met verschillende kwaliteiten. Ze staan niet op de wachtlijst bij de ggz en houden ook hun hand niet op. Over deze groep horen we professor Denys niet. Hoe groot de groep is weten we niet, omdat er geen belanghebbende partijen zijn die dit willen onderzoeken. Dat ze met hun proactieve hulpzoek-gedrag een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het niet veel eerder en/of nog veel meer ontsporen van de ggz wordt voor het gemak nooit benoemd. Is niet relevant voor de boodschap.

Ondertussen: suïcide is de belangrijkste doodsoorzaak bij jonge mensen geworden (vanaf tien jaar al!) en van alle mensen die zichzelf het leven benemen is een groot deel nooit bij een psychiater geweest. Dat zijn de feiten waar meneer Denys mee aan de slag moet. Terwijl hij zich ondertussen eindelijk ook eens een beetje gaat schamen, hoop ik…

Mijn groet aan jou is ook warm!
Bram

In deze bijdrage gaat het over zelfdoding. Mocht je daar vragen over hebben of behoefte te hebben om er over te praten, bel 0900-0113 of bezoek 113.nl.

Laatste publicatie van Mirjam Vriend Bram Bakker

  • Genade

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (32)