1.889
56

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

En nu zelfs Odessa…

'Serieuze peilingen laten zien dat een overgrote meerderheid van de inwoners bij Oekraïne wil horen en geen aansluiting bij Rusland wil'

Sinds 1998 ben ik om familiale redenen vaak in Odessa geweest. Het is onmogelijk om niet voor de charme te vallen van de ‘parel aan de Zwarte Zee’. Het sfeervolle oude centrum met door gebouwen en acacia’s-omlijnde boulevards uit begin 19e eeuw, de gastvrije bewoners met hun inderdaad typische Odessa-humor, het uitbundige en relaxte uitgaansleven, de stranden en Odessa’s bewogen geschiedenis. Tegelijkertijd is het niet moeilijk om snel de zwaar negatieve kanten van de Oekraïense samenleving te ontdekken: de alomtegenwoordige corruptie, het gebrek aan democratie op alle niveau’s en de afwezigheid van elementaire beginselen van een rechtstaat.

De eerste jaren na de zogenoemde ‘Oranje-revolutie’ van december 2004 waren er op deze terreinen echte, zij het beperkte, verbeteringen te bespeuren. Je voelde dat de zaken vooruitgingen, zich in een westerse richting ontwikkelden. Met het aan de macht komen van President Yanukovich in 2010 ging het echter direct bergaf. Regelmatig vroeg ik mijn Oekraïense gesprekspartners hoe het in vredesnaam mogelijk was dat Oekraïners niet in opstand kwamen. Hoe konden ze na al die jaren mismanagement van hun land blijven accepteren dat het door een corrupte politieke kliek en oligarchen werd leeggezogen?

Corruptie en onderdrukking
De laatste twee jaar wilde ik familie en vrienden in het fraaie Odessa niet meer bezoeken. Te goed besefte ik de corruptie en onderdrukking die schuil ging achter het ogenschijnlijk zorgeloze leven van zon, strand, bezienswaardigheden bezoeken en uitgaan. Vandaar mijn grote opluchting toen eind februari van dit jaar President Yanukovich en zijn bende de aftocht bliezen en er een voorlopige regering aan de macht kwam met een programma om grote schoonmaak te houden.

Wel had ik vanaf het begin van de Maidan-demonstraties mijn Oekraïense gesprekspartners duidelijk gemaakt dat het in het belang van de Maidan-aanhangers zelf was, alsook in dat van een sterk Oekraïne, om actief in gesprek te gaan met hun landgenoten in het oosten en zuiden. Het was immers al jaren bekend dat die een uiterst vertekend beeld hebben van alles wat er in Kiev gebeurt. Voornamelijk door de desinformatie op de Russische televisiezenders en de zenders van de regionale oligarchen, vaak hun enige bron van informatie.

Russische agitatie
Na de eerste, massieve schok van de Krim-invasie kwam die van de door Rusland aangewakkerde onrust in Oost-Oekraïne. Toen vervolgens ook Odessa genoemd begon te worden als mogelijke plaats van Russische agitatie kon ik dat met moeite geloven. Noch minder dan in het oosten speelt daar namelijk het punt van ‘etnisch-Russisch’ of ‘etnisch-Oekraïens’. Ook op grond van eigen ervaring kan ik stellen dat het er überhaupt niet speelt, of beter, speelde.

Sinds Oekraïne’s onafhankelijkheid in 2001 is Russisch de de facto hoofdtaal gebleven. Ook toen later nationale wetgeving Oekraïens als officiële taal voorschreef en die ook in de stadsadministratie en op school werd gebruikt. Zelfs in de gemeenteraad bleef men gewoon Russisch spreken. Net zoals in andere regio’s bestaat er in Odessa traditioneel een groot wantrouwen tegen ‘Kiev’. De Odessieten willen zeker meer bevoegdheden voor hun stad en regio. Sinds jaar en dag laten serieuze peilingen echter zien dat een overgrote meerderheid van de inwoners bij Oekraïne wil horen en geen aansluiting bij Rusland wil. Een peiling van medio april bevestigt dit nog eens. Alle voorbehouden die bij peilingen in acht genomen moeten worden zijn mij bekend, maar tegen de methodologie van deze peiling en de reputatie van de uitvoerders is weinig in te brengen. En tot nog toe bestaan er geen peilingen die andere resultaten tonen.

Binnenlandse aangelegenheden
Op de vraag “Steunt u afscheiding van uw regio van Oekraïne en aansluiting bij Rusland?” antwoordt 78 % met “nee” en 7,2 % met “ja”. “Deelt u de mening dat Rusland illegaal intervenieert in de binnenlandse aangelegenheden van Oekraïne?” Daarop antwoordt 61 % “ja” en 14,6 % zegt het het niet zo zeker te weten. 75,8 % antwoordt ontkennend op de vraag “Bent u bereid om mee te doen aan demonstraties voor aansluiting van uw regio bij Rusland?”, terwijl 12,6 % zegt moeilijk een antwoord te kunnen geven.

In het licht van deze uitslag is er slechts één verklaring voor de gewelddadige aanval op 2 mei door tweehonderd gewapende mannen op een mars van duizend pro-Oekraïne demonstranten. Eerst gingen die met stokken, ander slagtuig en stenen te werk, vervolgens met pistolen en zelfs automatische wapens. Gedetailleerde beschrijvingen van wat er precies is gebeurd zijn op allerlei blogs na te lezen. Daar zijn ook beangstigende foto’s te zien van de gewapende mannen met automatische wapens op de pro-Oekraïne demonstranten schieten, op plekken waar normaliter toeristen en ouders met hun kinderen slenteren.

Gewelddadige groep
De politie heeft inmiddels vastgesteld dat een aanzienlijk deel van de gewelddadige groep uit Rusland komt en uit het tussen Oekraïne en Roemenië gelegen Transnistrië, waar veel etnische Russen wonen. Onder de doden die bij de brand na de demonstratie vielen zijn vijftien Russen en vijf Transnistriërs. Namen en persoonsgegevens zijn op websites na te lezen.

Transnistrië ligt op een zestig kilometer van Odessa. Al maanden werd er bericht over jonge mannen die van daaruit Odessa infiltreren ter voorbereiding van onrust. In april schreef The Economist daar nog over. Binnen Oekraïne heeft Odessa altijd een bijzondere plaats ingenomen, ook tijdens de Sovjet-periode. Het is een havenstad die leeft van in- en uitvoer, handel en toerisme, en is daardoor cosmopolitisch en naar buiten gericht. Daarom was ik er van uitgegaan dat de stad erin zou slagen om zich goed voor te bereiden op provocaties als die van 2 mei en om die effectief te bestrijden wanneer die zich zouden voordoen. Dat dit niet is gelukt wijten Oekraïense analisten aan corruptie bij de politie en de politisering van de ordediensten onder President Yanukovich. Inmiddels zijn twee hoge politiemensen ontslagen en heeft een nieuwe politiechef gisteren het roer overgenomen.

De verwachting is dat Odessa uiteindelijk de storm zal overleven, maar het gaat, geheel onverdiend, een uiterst zware periode tegemoet.

Willem-Gert Aldershoff is voormalig afdelingshoofd Europese Commissie en Oekraïne-analist te Brussel.

Geef een reactie

Laatste reacties (56)