3.327
101

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

En toen ging de dokter plots met vakantie

Derde kerstdag zouden we horen we of de rug van Job moet worden geopereerd 

Woedend ben ik. Was ik. En ben ik.

Het is donderdagochtend, half tien. De telefoon: de afspraak over vier uur in het ziekenhuis, gaat niet door. Want de dokter is er vandaag niet. Maar wij zijn er wél. Ik ben thuis, mijn gehandicapte kind (8) is thuis en mijn man komt zo thuis. We zijn allemaal vrij omdat we die afspraak hebben. Een belangrijke afspraak in het ziekenhuis.

Donderdag is Derde Kerstdag. Dán horen we of de rug van Job moet worden geopereerd.
Na een traject van een jaar. Dokter hier, dokter daar, foto’s, mri. De hele rataplan. Een jaar lang opgekropte spanning. Het is niet niks, zo’n rugoperatie. Kindje kan doodgaan op de operatietafel. Of er komen ernstige complicaties. Niet ingrijpen is minstens zo erg. De scoliose zal verergeren. Een krom kind heb ik al – hij is er niet minder lief om -, maar chronische pijn en organen die in de verdrukking komen, liggen op de loer. Niemand die het weet.

Maar de artsen hebben een plan. Dat gaan ze ons vertellen, met z’n tweeën, op Derde Kerstdag.

‘De afspraak wordt verzet naar maart’, zegt de mevrouw in hoorn. Nee, dat wordt-ie niet. Ga ik niet mee akkoord. Kan een ziekenhuis niet maken. Schandalig. Respectloos.

Zo ga ik nog even door.

Dat ze het niet snappen. Het is geen controle bij de tandarts. Dit is ons léven.
‘Vervelend’, beaamt ze. ‘Nee’, zeg ik. ‘Dit dóe je niet.’ Ze zal kijken. Misschien in januari. Ze zal bellen.

Ik kijk naar Job. Ik kan niks, jongen. Mama is geen dokter, weet je. Ze is afhankelijk van anderen. Net als jij.

Ik denk aan het eerste gesprek over de rug. De dokter die zei: ‘De kromming wordt erger. Willen we corrigeren, dan moet dat binnen een jaar.’ Dat zei hij ruim een jaar geleden. Zó lang duurt het traject van dokter hier, dokter daar, foto’s, mri. Machteloos blijf ik kijken naar mijn kromme zoon. We kunnen vloeken, beleefd blijven, erachteraan bellen, het helpt niet.

Vandaag is de dokter die er zou zijn, er niet.

Ik zoek de brief. Gewoon, omdat ik het gevoel wil hebben er iets aan te doen. Kijk, hier staat het, Job. Dagtekening 11 november. ‘Op 27 december wordt u verwacht bij de dokters.’
Die ene man (of zijn secretaresse) wist toch al dat hij er niet zou zijn? Toch eerder dan deze donderdagochtend?

Misschien heeft-ie een crematie. Of een kind dat in doodsnood op de IC ligt. Staat-ie een spoedoperatie uit te voeren?

Met trillende handen leg ik de brief weg. Ik bel gewoon. Naar zijn afdeling. Ik moet het weten.
‘Is de dokter er?’

‘Nee mevrouw, die heeft vakantie. De hele week.’

Deze column staat ook op de website van Annemarie Haverkamp


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Job gaat viral

    November 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (101)