Laatste update 19:32
1.566
32

vicevoorzitter FNV en portefeuillehouder Energietransitie

Vicevoorzitter FNV en portefeuillehouder Energietransitie

Energietransitie vereist een nationale energievrouw

Het gaat niet alleen om een technologische exercitie, maar vooral om een maatschappelijke omschakeling

Wat de doorrekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op 13 maart ook gaat uitwijzen: de opdracht om tot een CO2-reductie van 49% te komen in 2030 wordt een loodzware taak. Alleen al bezien vanuit de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de doelstelling te halen en de financiering daarvan. Politici gaan zich daar de komende maanden het hoofd over breken. Gevaar is dat de heren en dames politici geen raad weten met het feit dat de energietransitie niet alleen een technologische exercitie is, maar vooral een maatschappelijke omschakeling vergt. Daarbij moet het uitgangspunt zijn dat niemand in de kou staat, letterlijk of figuurlijk. Sterker nog, de energietransitie is een kans om een positieve maatschappelijke beweging te bewerkstelligen.

Wij betogen dat een ‘Nationale Energievrouw’ een goed instituut kan zijn voor het bewaken en aanjagen van de energietransitie. Ook kan het aandacht genereren voor de positie van vrouwen bij de energietransitie en op de toekomstige ‘groene’ arbeidsmarkt.

Nationale energievrouw
Omdat de energietransitie een lange periode zal beslaan, moet het lange termijn perspectief goed geborgd worden. De overheid moet stevig aan het roer staan en maatschappelijke opdracht voor jaren vastleggen, die zij samen met betrokken partners formuleert. Alleen zo is draagvlak verzekerd.
Het zou goed zijn als de overheid hier een onafhankelijke instantie voor in het leven roept die de energietransitie aanjaagt en die langer meegaat dan een enkele kabinetsperiode. We kennen de Nationale Ombudsman. Wij stellen voor een vergelijkbare instantie in het leven te roepen, door een gezichtsbepalende vrouw te laten leiden en deze instantie de Nationale Energievrouw te noemen.
Zo’n instituut vraagt om regionale en lokale verankering. Bij zekerheid bieden hoort ook langjarige financiële zekerheid voor het uitvoeren van maatschappelijke programma’s. Bijvoorbeeld het opvangen van energie-armoede van mensen die klimaatmaatregelen niet kunnen betalen, en zorgen dat het beleid dat door de overheid wordt uitgezet, ook voor de bedrijven, consequent wordt toegepast. Tenslotte moet de overheid een betrouwbare partner zijn.

Deze nationale energievrouw focust op de maatschappelijke vraagstukken. Leidend daarbij is een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten vanuit het principe dat de vervuiler betaalt, waarbij niemand door de bodem mag zakken. Om iedereen mee te laten doen aan de transitie moet de basis worden versterkt. Dat wil zeggen dat het sociaal minimum moet worden verhoogd, dat kinderen meer steun verdienen bij hun schoolcarrière en dat iedereen een goede baan moet kunnen krijgen. De energietransitie biedt immers tal van kansen. Daarbij is het wenselijk dat het potentieel van vrouwen beter wordt benut.

Wat betekent dat concreet?
Wij willen dat met name het MBO-onderwijs kansen versterkt en de beroepsbevolking klaar maakt voor de energietransitie. Daarbij pleiten wij voor meer focus op vrouwen in technische opleidingen, zodat zij ook instromen in technische beroepen. Maar dat vereist ook een omslag in de cultuur van de technische sector. En afspraken waardoor de combinatie van werk en zorg beter wordt voor vrouwen én mannen, bijvoorbeeld door het aanpassen van schooltijden en grotere deeltijdbanen. Ook willen we quota voor vrouwen op invloedrijke posities, bijvoorbeeld in de energieregio’s.

Er zijn ook mensen die hun baan verliezen door de energietransitie en niet kunnen worden omgeschoold. Waar het bedrijfsleven zelf onvoldoende compenseert, bijvoorbeeld door ontbrekende sociale plannen, moet de overheid ondersteuning bieden. De overheid zou (sociale) armoede moeten aanpakken die mogelijk versterkt wordt door de energietransitie. Bijvoorbeeld door een wijkgerichte aanpak en ondersteuning van bewoners, al is het maar door een financiële bijdrage te leveren aan zaken als een elektrisch fornuis. Het lijkt ons goed als gemeenten met kwetsbare groepen zoals ouderen en alleenstaande moeders in gesprek gaan over ondersteuning. Ook kunnen gemeenten decentrale energieopwekking en -besparing stimuleren, alsmede een goed aanbod voor burgers om zich aan te sluiten bij energie-coöperaties. Tenslotte vinden we dat het belasting- en subsidiestelsel moet worden herzien, ten gunste van de minst vervuilende groepen.

Kortom: als je echt maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie wilt, is het nodig dat iedereen mee kán doen en dat de positie van vrouwen daarbij, zowel in opleidingen als op de arbeidsmarkt, nadrukkelijker aandacht krijgt. Een ‘nationale ombudsvrouw’ kan die ambitie ondersteunen.

Kitty Jong schreef dit stuk samen met Karin Schrederhof, wethouder Wonen, WMO en Sport in Delft en Kirsten Meijer, directeur Women Engage for a Common Future Nederland.

Cc-foto: Damien McMahon

Geef een reactie

Laatste reacties (32)