1.269
2

Motivational speaker

Esther Jacobs geeft motivationals speeches en workshops over anders denken. Haar motto is: ‘Doe meer met minder’. Ze studeerde bedrijfskunde en antropologie, reisde door meer dan 100 landen en spreekt 7 talen. Ze werkt slechts enkele maanden per jaar en verdeelt haar tijd tussen Curacao en Amsterdam. Ze verwierf bekendheid metd e inzamelactie Coins for Care op en richtte de Donateursvereniging op, een watchdog voor goededoelen-organisaties.

Er is altijd een excuus om niet te veranderen

Ik gebruikte Expeditie Robinson om mijn leven een andere wending te geven.

Ik had me in een opwelling ingeschreven voor Expeditie Robinson, omdat ik even weg wilde. Weg van alle e-mails en telefoontjes. Weg van de goededoelenwereld die ik onder veel weerstand probeerde transparanter te maken.

Al jaren zeiden vrienden tegen me dat ze dat programma echt iets voor mij vonden, omdat ik altijd zo avontuurlijk reis. Ik legde dan uit dat het overlevingsaspect me wel aansprak, maar dat het programma ab-so-luut niets voor mij was.‘Ten eerste ben ik zo ongeveer verslaafd aan eten en zou ik wel gek zijn als ik voor zo’n programma honger zou gaan lijden. Ten tweede ben ik helemaal geen groepsmens en spreekt dat psychologische groepsgebeuren me totaal niet aan.’ Duidelijk dus.

En toch had ik me in een vlaag van verstandsverbijstering aangemeld voor het programma.

Enkele dagen na mijn e-mail werd ik uitgenodigd voor een selectiedag. In totaal hadden zich achtduizend hoopvolle kandidaten aangemeld. We moesten maar liefst 25 pagina’s psychologische test invullen, met vragen variërend van ‘hoe zou je jezelf omschrijven als weggebruiker’ (mijn antwoord was ‘pittig, maar veilig’) tot ‘wat zou je meenemen naar een onbewoond eiland?’

De meeste kandidaten hadden zich goed voorbereid en wilden heel graag meedoen. Ik had er nog niet zo goed over nagedacht, maar zag al die concurrentie en wist dat ik me zou moeten onderscheiden. Die uitdaging hield me eigenlijk meer bezig dan de vraag of ik wel echt mee wilde doen. Bij de vraag ‘waarom wil je meedoen aan het programma?’ vulde ik naar waarheid in: ‘eigenlijk wil ik helemaal niet graag meedoen. Ik eet namelijk om de twee uur en ben een ontzettende einzelgänger’. Hopelijk zou dat ongebruikelijke antwoord de aandacht trekken.

En inderdaad, ik werd uitgenodigd voor de tweede selectieronde. Onderdeel daarvan was een gesprek met de productie, onder leiding van presentator Ernst Paul Hasselbach. Hij probeerde vooral uit te vinden of ik wel een doorzetter was. ‘We kunnen het niet hebben als een kandidaat na een paar dagen opgeeft,’ legde Ernst Paul uit.

Ik had met mezelf afgesproken dat ik gewoon naar het eiland zou gaan als ik geselecteerd werd, maar dat ik meteen zou stoppen als ik te veel honger kreeg. Het leek me niet verstandig dat tijdens de selectie te vertellen. ‘Ik ben iemand die niet snel opgeeft,’ beloofde ik daarom. ‘Kennen jullie de actie Coins for Care?’ vroeg ik en legde uit wat een gedoe het was geweest om die op te zetten. ‘Ondanks tegenslagen en tegenwerking heb ik doorgezet,’ eindigde ik mijn pleidooi.

Er volgde een gesprek met een psycholoog die probeerde uit te vinden hoe ik me in een groep zou gedragen. ‘Ik ben een echte einzelgänger,’ viel ik meteen met de deur in huis. ‘En bovendien ben ik helemaal gefixeerd op eten. Als ik honger heb, vervallen voor mij alle sociale normen.’ Ik probeerde een voorbeeld te vinden om dit toe te lichten. ‘Stel dat ik op het eiland een mango vind en we met acht man moeten overleggen wanneer en hoe we die gaan verdelen… Sorry, dan denk ik dat ik die mango al heb opgegeten…’ besloot ik een beetje beschaamd. De psycholoog keek op van zijn papieren om te zien of ik serieus was. Hij noteerde iets en zei: ‘Bedankt voor je toelichting, je kunt gaan.’Was ik te eerlijk geweest?

Voor een realityprogramma als Expeditie Robinson zoeken ze mensen met een sterke persoonlijkheid. Ze combineren kandidaten met karakters die zullen botsen. Kennelijk paste ik in dat profiel, want ik ging door naar de laatste ronde, de gezondheidstest. Onder toezicht van een arts moest ik eindeloos fietsen met allemaal draden op mijn bovenlichaam geplakt. Ik was verkouden en bang dat ze me daardoor niet gezond genoeg zouden vinden. Van tevoren had ik veel vitamine

C geslikt om mijn verkoudheid de baas te worden. Toen ik een flesje urine moest inleveren, bleek mijn urine fluorescerend geel gekleurd door de vitamine. Mijn flesje viel enorm op tussen de andere flesjes. Ik schaamde me dood. Gelukkig werd ik medisch goedgekeurd.

Tot slot was er een zwemtest. De productie legde uit: ‘Veel van de proeven tijdens de expeditie zullen in het water plaatsvinden. Het is dus belangrijk dat iedere kandidaat goed kan zwemmen. Daarom willen we jullie zwemkwaliteiten graag testen.’We werden meegenomen naar het zwembad van het hotel waar de selectie plaatsvond. Het bad was niet groter dan drie bij vijf meter. ‘Hoe kunnen ze hier in hemelsnaam zien of iemand kan zwemmen?’ vroeg ik me af. Maar het doel werd al snel duidelijk. Iedere kandidaat werd gevraagd om even heen en weer te zwemmen en dan, voor het oog van de camera’s, het zwembad uit te komen. ‘Kun je nog een keer het water in en uit lopen?’ vroegen de cameramensen vervolgens, terwijl ze bleven filmen. Het bleek geen zwemtest, maar een bikinitest te zijn!

‘Je weet dat je geen groepsmens bent, dus je zult op een andere manier je plekje in de groep moeten verdienen,’ zette een vriendin me aan het denken. ‘Hoe ga je dat doen? Je moet iets bedenken waardoor je onmisbaar bent voor de groep,’ spoorde ze me aan. Ik dacht hardop na: ‘Vissen is niet mijn ding, fysiek ben ik niet echt sterk en sociaal lig ik ook niet goed,’ vatte ik de situatie lekker ongenuanceerd samen. ‘Wacht eens even, ik heb tijdens een onderzoek bij de Maya-indianen ooit geleerd over geneeskrachtige planten. Als ik me nu eens verdiep in eetbare planten die we daar in Maleisië tegen kunnen komen, dan heb ik in elk geval een toegevoegde waarde voor de groep.’ Dat vond mijn vriendin een goed idee.

Toen de kans steeds groter werd dat ik mee zou doen, twee weken voor het mogelijke vertrek, probeerde ik me zo goed mogelijk voor te bereiden op de expeditie. Ik belde de botanische tuinen in Den Haag met de vraag of iemand daar verstand had van eetbare planten in Maleisië. Ik kreeg de naam van een expert, met wie ik een afspraak maakte.

‘Ik heb niet zoveel verstand van eetbare planten, maar zal je alles vertellen wat ik weet,’ gaf de gids toe aan het begin van de persoonlijke rondleiding. Voor mij leken alle planten op elkaar, maar ik probeerde een aantal belangrijke te onthouden. Er was een soort eetbare knol die erg voedzaam zou zijn. Ik probeerde de vorm van de bladeren te onthouden. Ik had het gevoel alsof ik voor een onmogelijke taak stond. In een paar uur alle kennis opdoen die nodig was om te overleven, op een onbewoond eiland en in een groep…

Ook zocht ik op internet naar een survivalexpert. Met een omslachtige, algemene omschrijving probeerde ik informatie te vinden. ‘Ik ga een tijdje naar een onbewoond eiland en wil graag de belangrijkste dingen leren om te overleven.’ Een survivalexpert uit België schreef me terug: ‘Goh, ga je soms meedoen met Expeditie Robinson? Ik heb ook meegedaan een aantal jaar geleden en wil je graag wat dingen leren. Maar dan moet je mijn naam wel geheimhouden, want ik mag officieel niet praten met nieuwe kandidaten…’

Een paar dagen later reisde ik af naar de mooie Belgische Ardennen voor een privésurvivalles. De expert liet me zien hoe je op verschillende manieren zonder lucifers vuur kunt maken. De meeste technieken vergat ik meteen weer.

‘Waarom is dat allemaal zo ingewikkeld?’ riep ik gefrustreerd. Met veel geduld leerde de expert me een paar eenvoudige knopen om takken aan elkaar te binden voor een driepoot boven het vuur, een hutje etc. ‘Dat zal je later nog van pas komen,’ zei hij vol zelfvertrouwen.

Het leukste vond ik om van een beetje bloem en wat water heel eenvoudig een deegje te maken. ‘Als je dit om een stok doet en boven het vuur roostert, heb je een heerlijk broodje!’ legde de expert met een schittering in zijn ogen uit. ‘Je krijgt een beetje bloem en rijst tijdens de expeditie, maar dat is bij lange na niet genoeg. Je moet echt alles eten wat eetbaar is, ook insecten bijvoorbeeld…’ vervolgde hij met een grote glimlach. Tot mijn afgrijzen haalde hij een zakje met bevroren sprinkhanen en kevertjes uit zijn tas. Toen ze ontdooid waren, roosterde hij ze boven het vuur.

‘De torretjes kun je in zijn geheel eten. Van de sprinkhaan trek je de vleugels en de poten eraf voordat je hem eet,’ legde hij uit, terwijl hij het voordeed. De insecten verdwenen in zijn mond en hij kauwde er smakelijk op.

Ik had het gevoel alsof ik moest kokhalzen. ‘Ik ben hier om te leren overleven,’ zei ik tegen mezelf en moedig nam ik ook een torretje en een sprinkhaan. Men zegt weleens dat ze een beetje naar noten smaken, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik niet echt geproefd heb. De rillingen liepen over mijn rug terwijl ik de vreemde hapjes doorslikte.

‘Het valt best mee…’ zei ik met trillende stem tegen de expert die me hoopvol aankeek. ‘Wil je er nog een? Er zijn er genoeg!’ probeerde hij nog, maar ik had voldoende geleerd, vond ik. ‘Het is dat deze net ontdooid zijn, daarom smaken ze een beetje zompig,’ excuseerde de expert zich, ‘maar vers geroosterd zijn ze echt heel lekker!’

‘Wow, ik heb al zoveel geleerd!’ zei ik terwijl ik probeerde de knopen en andere adviezen te onthouden. Ik wilde alle kennis in me opnemen. ‘Wat zijn je drie belangrijkste tips voor de expeditie?’ vroeg ik de ervaringsdeskundige daarom aan het eind van de dag. Hij dacht even na. ‘Als ze je ooit een bed aanbieden, moet je dat absoluut weigeren, onder welke omstandigheden dan ook! Verder, als je de kans hebt, neem vitaminepillen mee. Je krijgt echt heel weinig voedingsstoffen binnen en elke vitamine is een grote meevaller voor je lichaam,’ vervolgde hij. ‘Tot slot, laat het gewoon gebeuren en geniet ervan.’

Ik knoopte alles goed in mijn oren en was opgewonden over het idee aan de expeditie mee te doen. In de auto op weg naar huis liet ik alles nog eens de revue passeren. De lessen van de survivalexpert, de eetbare planten uit de botanische tuinen, de tips van mijn vriendin; ik had een hoop nuttige

dingen geleerd. Toch had ik een onheilspellend gevoel. Ik wist dat ik over mijn eigen grenzen zou moeten gaan, ik wist alleen nog niet welke grenzen en hoe ver.

Het was alsof de sprinkhaan en het torretje nog steeds door mijn slokdarm kropen. Ik moest de hele autorit vanuit de Ardennen terug naar Nederland mijn uiterste best doen om ze binnen te houden…

Dit is een fragment uit het boek Wat is jouw excuus? dat op 2 november verscheen.

Geef een reactie

Laatste reacties (2)