1.402
51

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Er is geen objectief juiste beloning voor een bankier

Als die zeven ton al een enorme concessie was ten opzichte van wat de bankiers wilden, is het goed denkbaar dat Dijsselbloem vanuit die context het uiteindelijke voorstel heel redelijk vond

In een klassiek sociaal-psychologisch experiment zaten deelnemers in groepjes in een compleet verduisterde ruimte, waar een lichtpuntje op de muur te zien was. Door de werking van het oog lijkt het of zo’n lichtpuntje beweegt; hoe precies, dat ziet iedereen verschillend. Aan de deelnemers werd gevraagd hardop schattingen te maken van de afstand waarover het lichtpuntje zich verplaatste. Aanvankelijk liepen de schattingen flink uiteen, maar na verschillende rondes kwamen ze steeds dichter bij elkaar: doordat de deelnemers elkaars schattingen hoorden, gingen ze elkaar beïnvloeden. Ze namen het lichtpuntje ook echt zo waar: zelfs als ze op een veel later tijdstip afzonderlijk getest werden, kwamen hun individuele schattingen nog steeds overeen met de eerder gevormde consensus. Deelnemers uit ander groepjes zagen iets heel anders.

We zien onszelf als individualistisch en onafhankelijk, maar in wezen zijn mensen groepsdieren die elkaar voortdurend beïnvloeden. Binnen een groep of cultuur vormen mensen met z’n allen hun eigen visie op de werkelijkheid. Wat met de waarneming van het lichtpuntje gebeurde, gebeurt in het dagelijks leven met mode, muziek, politiek – in feite alles waarbij geen duidelijke objectieve maatstaven beschikbaar zijn. En zelfs als die er wel zijn. Objectief gezien is iemand bijvoorbeeld 1.70 lang, maar of dat groot of klein is hangt af van de lengte van de mensen eromheen. Objectief is het water in het ‘pierenbadje’ 16ºC, maar als je er net in stapt is het koud en als je uit de zee komt is het warm.

Objectieve beloning
Objectief gezien is een salarisverhoging van 600.000 naar 700.000 een stijging van een ton, maar waar de ene groep dat ziet als ‘inleveren’, vindt de andere het exorbitant en van de pot gerukt. In de publieke opinie, en van de meeste commentatoren, zijn de ABN-Amro-bestuurders het contact met de werkelijkheid volledig kwijt. Zo klinkt het alsof wij met z’n allen leven in ‘de echte werkelijkheid’ en zij in een wolk van zelfbedrog. Maar in feite leven we allemaal in ons eigen donkere kamertje waar niets objectief vastligt en we met elkaar, al overleggend, uitmaken wat waar is en wat juist is. Er is geen objectieve juiste beloning voor een bankier, of voor wie dan ook. In onze werkelijkheid zijn bankiers de wortel van het kwaad. Het is leuk om het met elkaar eens te zijn over hun domheid en arrogantie, je hoort erbij als je meemoppert en het is ook nog goed voor ons ego – want wij zouden zoiets nooit in ons hoofd halen natuurlijk. Maar zoals altijd ziet de boosdoener zelf het natuurlijk anders. De bankiers kijken vanuit een totaal ander referentiekader naar hun salarissen. Zij hebben miljoenen ‘ingeleverd’ door van bonussen af te zien. Natuurlijk, die bonussen hebben ze helemaal niet verdiend – is de bank weer evenveel waard als ze de staat gekost heeft? Nou dan! – maar dat is weer bekeken vanuit óns raamwerk. In hun wereld hadden zij die bonussen altijd al en was hun salaris daarop afgestemd. In hun wereld is zeven ton een laag salaris.

Ook Dijsselbloem heeft ongetwijfeld bij deze gesprekken gezeten en met dit referentiekader naar de verhoging gekeken. Als die zeven ton al een enorme concessie was ten opzichte van wat de bankiers wilden, is het goed denkbaar dat hij vanuit die context het uiteindelijke voorstel heel redelijk vond. Als hij net een koude plens over zich heen had gekregen, voelde het misschien als een acceptabel pierenbadje.

Afgunst
In die andere wereld circuleren bovendien tal van argumenten waarom die ‘bescheiden’ verhoging nu toch echt moet kunnen: de internationale concurrentie, we slaan een modderfiguur, we hebben al zoveel ingeleverd, we hebben het verdiend en een zekere mate van gemopper en afgunst bij het publiek is hoe dan ook onvermijdelijk. Net als de deelnemers in de kamertjes worden mensen het meest beïnvloed door de mensen in hun omgeving. Net als wij allemaal. Er zijn genoeg experimenten die laten zien dat mensen altijd weer overschatten hoe autonoom ze zelf zouden reageren in een dergelijke situaties, waar ze uiteindelijk toch meebewegen met de groep – vaak uit overtuiging, soms met sluimerende twijfels in het achterhoofd, maar ook dan wil niemand degene zijn die ‘opeens moeilijk doet’. Zelfs duidelijke normovertredingen – zoals hogeschool-docenten die briefjes invulden over lessen die ze niet hadden gegeven om een subsidie op te strijken, of geschuif met declaraties om vergoedingen te optimaliseren – kunnen zich binnen een groep tot norm ontwikkelen: als je er niet aan meedoet, benadeel je immers je eigen organisatie. Elkaar overtuigen doen we allemaal en er is voor alles een goede reden te geven.

In die zin zijn we in potentie allemaal ‘slechte mensen’. We doen mee met onze groep en we vallen ten prooi aan algemene menselijke zwaktes, zoals zelfbedrog en onoplettendheid. Het vraagt bovenmenselijke vermogens om boven de consensus en boven de natuurlijke neiging tot zelfrechtvaardiging uit te stijgen. Een goed mens zijn, op eigen kracht, is keihard werk. En je wordt het niet door lekker tevreden met jezelf, smalend of mopperend af te geven op al die slechteriken zonder moraal en integriteit – maar juist door telkens weer de ongemakkelijke gelijkenis tussen jezelf en die ‘slechterik’’te verkennen. Zolang we dat niet doen, leven we in ons eigen donkere kamertje met onze eigen beperkte bril op.

De mens heeft het vermogen een ruimer perspectief in te nemen en kritisch te kijken naar de vanzelfsprekendheden in zijn eigen sociale wereld en cultuur. Tot we dat vermogen gaan aanwenden, staat wat mij betreft niet alleen de integriteit van de bankiers ter discussie, maar de integriteit van iedereen.

Het laatste boek van Roos Vonk is Je Bent Wat Je Doet

Volg Roos ook op Twitter, Facebook


Laatste publicatie van RoosVonk

  • De eerste indruk

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (51)