582
7

Regisseur, schrijver

Beri Shalmashi (Parijs, 1983) groeide op in Nederland, terwijl haar Koerdische wortels in Iran liggen. In 2008 studeerde zij af als scenarist aan de Nederlandse Film en Televisie Academie, waar zij ook documentaires regisseerde. Als stage gaf zij les aan Koerdische en Arabische filmtalenten in Irak.

Shalmashi won de ECHO Award 2008, als meest excellente biculturele student in het hoger onderwijs. Zij mocht twee maanden aan de UCLA studeren. Datzelfde jaar behaalde zij haar MA in European Media. Shalmashi schrijft en regisseert voor film en televisie en viel met haar werk meerdere malen in de prijzen.

In 2009 werkte Shalmashi vanuit Los Angeles en daarna vertrok ze naar Cairo. Samen met Sanne Vogel maakte zij de televisiefilm ‘Mama’, in 2010 werd genomineerd voor een Gouden Kalf. Momenteel schrijft Shalmashi aan de internationale verfilming van Kader Abdolah’s bestseller ‘Het huis van de moskee’. Haar tijd in Egypte, verwerkt zij in een roman onder de werktitel ‘Vijf witte kamelen’, waarvoor zij vlak voor de Arabische Lente bij De Geus tekende. Momenteel woont ze in Erbil in Koerdistan.

Er was eens een revolutie

Na zo’n explosie aan geweld en dynamiek als in dit weekend, lijkt de wereld weer even wakker uit de droom van die ene lente

Egypte ervoer begin dit jaar een ommekeer die reeds als geslaagd werd bestempeld toen net de eerste stap was gezet. Alsof alles klaar was toen Mubarak zijn biezen pakte naar Sharm El Sheikh. Als bij een baby die voor het eerst de ene voet na de ander plaatst. De ouders die dan trots roepen ‘ze kan lopen’. Terwijl we weten dat zo’n wurmpje na die eerste stap nog vele malen valt voor ze zich werkelijk tot de wereld van de voetgangers mag rekenen.

We weten allemaal wat er in Egypte gebeurde eind januari. We weten allemaal wat er gebeurde in februari, hoe Mubarak na 18 dagen strijden tegen zijn volk eindelijk afstand deed van zijn positie. Maar minder mensen weten van het bloed daarna, over de pijn daarna. Over het vacuüm waar het volk toen in belandde.

Na zo’n explosie aan geweld en dynamiek als in dit weekend, lijkt de wereld weer even wakker uit de droom van die ene lente. Al die kleine tweets die ik las. Al die gesprekken met vrienden in Cairo. Het waren de kruimels die de route toonden naar het nu. Volgende week starten de verkiezingen en het lag in de lijn der verwachting dat die niet zonder schokken en stoten dichterbij zouden komen. Nu wil ik niet de geschiedkenner uithangen, maar ik heb de gebeurtenissen sinds de kentering van het regime ter plekke gezien, gehoord, gevoeld en ook vanuit Nederland van dag tot dag gevolgd.

Er is één specifiek dieptepunt dat ik wil delen. 9 oktober, toen de Kopten demonstreerden, gesteund door burgers uit andere walks of life, zoals dat  vaak omschreven wordt. Zevenentwintig mensen kwamen toen om. En er waren meer dan driehonderd officiële gewonden. Militaire trucks walsten over de demonstranten en daarna bleef het angstvallig stil. Na The Maspero Massacre zijn dertig mensen gevangen gezet. Hun leven ligt in handen van het SCAF (the Supreme Council of the Armed Forces), evenals het lot van twaalfhonderd mensen die tot nu toe voor de militaire rechtbank zijn verschenen.

Tijdens deze heftige transitieperiode waakt het leger over de revolutie. Lekkere beschermers zijn het, zoals we zien op de beelden van dit weekend, of bij eerdere demonstraties na februari. Als ik Al Aswany, één van mijn favoriete levende Egyptische schrijvers mag geloven, is er een discrepantie tussen het machthebbende SCAF en het leger. Het is touwtrekkerij tussen twee doelen. Het SCAF wil zo veel het kan het oude regime behouden. Terwijl de krachten achter de val van dat regime een ware revolutie beogen. Deze tweestrijd wordt nu uitgevochten in de binnenstad van Cairo, met als epicentrum Tahrirplein.

In Alexandrië, Suez en elders in Egypte laait het vuur ook weer op. En de revolutionairen roepen dat het nu werkelijk erop of eronder is. Ik gruwel van de beelden. Een politieman die een omgekomen burger naar het vuilnis sleept. Jongens die worden doodgeknuppeld. En ik krijg kippenvel van mijn vrienden aan de frontlinie. Zij schrijven mij dat het leger bestaat uit schijterds, vurend vanuit gepantserde wagens.

Dag en nacht waken zij over het plein. Ze walgen van de mensen die toekijken hoe de levenloze lichamen worden versleept en doen alles wat ze kunnen om bij te dragen aan een beter Egypte. Ze hopen dat eenieder een aandeel levert op dagen als deze. Wat begon als een protest waarbij het Moslimbroederschap voorop liep, is uitgemond in een oproep aan alle twintig miljoen Cairenen om hun recht te komen verdedigen.

Dit is hun revolutie. In januari zetten zij de eerste stappen. En ik hoop, met heel mijn hart dat ze op dagen als deze krijgen waar ze voor gevochten hebben. Dit is vallen en opstaan in extreme vorm. Ik hoop dat ze zich staande houden en hier fier op terug kunnen kijken.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)