Laatste update 24 november 2017, 11:34
895
21

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

EU moet Oekraïense elite hard aanpakken

De politiek-economische elite probeert te voorkomen dat Oekraïne zich ontwikkelt tot een democratische rechtstaat waar niet een kleine groep ondemocratisch aan de touwtjes trekt

cc-foto: Elena Penkova

De term ‘elite’ werd de laatste jaren in Europa wat gemakkelijk in de mond genomen bij het duiden van maatschappelijke misstanden. In een land als Oekraïne is het begrip echter nog altijd goed van toepassing. Daar zijn het namelijk groepen van leidende politici, parlementariërs, hoge ambtenaren en rijke zakenlui die de dienst uitmaken. Dat zorgt voor een overheidsbeleid dat de diepste wensen minacht die de Oekraïense bevolking al vijfentwintig jaar koestert: een einde aan de diepgewortelde corruptie en leven in een democratische rechtstaat, zoals West-Europeanen die al zo lang kennen.

Voor precies dat doel demonstreerden honderdenduizenden Oekraïners uit alle lagen van de bevolking vier maanden lang in het centrum van Kiev in de winter van 2014/2013. Aanvankelijk leidde dat tot belangrijke
hervormingen op een groot aantal terreinen. Hervormingen voor het invoeren van een daadwerkelijke democratie zijn echter nauwelijks begonnen, tot enorme woede en frustratie van ‘de’ Oekraïner.

De laatste maanden hebben de autoriteiten zelfs een aantal schokkende maatregelen genomen die actieve corruptie-bestrijding en het vestigen van een democratische rechtstaat actief tegenwerken.

Zo waren er de onderzoeken door de politie en de binnenlandse veiligheidsdienst van de bewonderenswaardige organisaties en personen die zich inzetten voor hervormingen en het zwartmaken van hen in de door oligarchen gecontroleerde media. Er zijn ook de lang aanslepende slinkse en wederrechtelijke pogingen om het succesvolle Nationale Anti-Corruptie Bureau (NABU) te ondermijnen. Voortdurend wordt geprobeerd om er regeringsgetrouwe auditeurs te benoemen waardoor de directeur van het onafhankelijke NABU kan worden ontslagen en het bureau fundamenteel wordt verzwakt.

Onlangs besloten de autoriteiten bovendien 3500 corruptie-onderzoeken over te hevelen van de Openbare Aanklager naar NABU. Dat betekent dat de 200 NABU-rechercheurs in hun werk zullen verzuipen en ze er makkelijk van beschuldigd kunnen worden hun verantwoordelijkheden niet te nemen. Dat dit het beoogde doel is kan ook worden afgeleid uit het recente besluit van het parlement, beheerst door president Poroshenko en zijn handlangers, dat de verjaringstermijnen voor onderzoeken verkort, hetgeen NABU nog meer zal kortwieken. Tegen alle afspraken in weigeren president en regering om een wet in te dienen voor een onafhankelijke corruptie-rechtbank, zonder welke er nooit veroordelingen zullen komen.

Ook bij justitie worden hervormingen gedwarsboomd. Onlangs benoemde de president een groot aantal rechters die in het verleden vonnissen in strijd met mensenrechten hadden geveld en die enorme bezittingen hadden verworven die zij nooit met hun officiële salaris kunnen betalen.

De ‘hervormingen’ bij de notoir corrupte dienst van de Openbare Aanklager leidde tot de herbenoeming van 85 procent oudgedienden. Dringend noodzakelijk zijn ook veranderingen in de kieswetgeving om te garanderen dat verkiezingen daadwerkelijk de wensen van kiezers weerspiegelen.

Onthutsend was ook het besluit van president Poroshenko enkele maanden terug om, geheel in strijd met de Oekraïense wet, zijn vroegere mede-strijder, voormalig Georgisch President Michail Saakashvili, zijn Oekraïense staatsburgerschap te ontnemen. Dat was een reactie op Saakashvili’s toenemende kritiek op Poroshenko als hervormingsblokkeerder. Deze lage streek werd op 21 oktober gevolgd door het op klaarlichte dag kidnappen van twee van Saakashvili’s medestanders door gemaskerde mannen in de camouflage-outfit van gespecialiseerde politiediensten. Later bleken de ontvoerden onder dwang naar Georgië te zijn overgebracht. Op 17 november volgde een identieke kidnap, ditmaal van vier Saakashvili-medestanders, hoewel in Oekraïne personen niet gedwongen uitgezet mogen worden zonder rechterlijk vonnis. Van beide gebeurtenissen zijn getuigen, foto’s en video-opnames. Het is nu slechts wachten op een hardhandige uitzending van Saakashvili zelf.

Zo probeert de politiek-economische elite te voorkomen dat Oekraïne zich ontwikkelt tot een democratische rechtstaat met een president, regering en parlement die de echte aspiraties van de Oekraïense bevolking vertegenwoordigen, en niet de belangen van een kleine groep die ondemocratisch aan de touwtjes trekt.

Zo’n beleid staat haaks op de zwaarwegende verplichtingen in het Associatieverdrag met de Europese Unie dat de Oekraïense leiders drie jaar geleden zo trots ondertekenden: ‘duurzame democratie’, ‘rechtsstaat’, en ‘goed bestuur’. Deze principes zijn ‘wezenlijke onderdelen’ van het verdrag, dat ook concrete bepalingen bevat voor de strijd tegen corruptie, de vestiging van een onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak en de bescherming van de mensenrechten.

De Unie kan niet werkeloos blijven toezien hoe Oekraïne’s leiders respectloos omgaan met deze plechtig overeengekomen principes. Onder het Associatieverdrag heeft zij de taak er op toe te zien dat Oekraïne zijn verplichtingen nakomt. Het geeft de Unie ook nadrukkelijk de mogelijkheid om maatregelen te nemen bij Oekraïens verzuim. Het is nu aan de Unie om op het hoogste politieke niveau de Oekraïense leiders duidelijk te maken op welke terreinen een onmiddelijke koerswijziging noodzakelijk is. Een goede gelegenheid daarvoor is de EU-top in Brussel op 24 november met de landen van het zgn. “Eastern Partnership” (Oekraïne, Georgië, Moldavië, Armenië, Azerbeidzjan en Wit-Rusland).

Geef een reactie

Laatste reacties (21)