1.336
47

Europarlementariër PvdD

Anja Hazekamp (1968) is lid van het Europees Parlement voor de Partij voor de Dieren. Voorheen was zij Tweede Kamerlid en Statenlid in de provincie Groningen, beide voor de Partij voor de Dieren. Als bioloog deed Hazekamp onderzoek naar het welzijn van genetisch gemanipuleerde dieren bij de afdeling Dierproefvraagstukken van de Universiteit Utrecht. Daarna was ze achtereenvolgens als beleidsmedewerker werkzaam bij de Dierenbescherming, de Zeehondencrèche en stichting AAP.

Europa wil duurzaam voorbeeld zijn, maar laat de Amazone platbranden

Ondanks dat de Farm 2 Fork strategie enkele goede voorstellen bevat, vallen de Europese landbouw- en handelsplannen niet te rijmen met de grote woorden van Timmermans & Co

Als eerste het goede nieuws. Na jarenlang aandringen op strengere regels voor diertransporten en slachthuizen, is de Europese Commissie overstag: ze gaat eindelijk de regels herzien. Een doorbraak, gezien de eerdere weigeringen, maar ook pure noodzaak. De EU vervoert jaarlijks meer dan anderhalf miljard dieren, vaak onder afschuwelijke omstandigheden. Ook gebeuren er grote ongelukken, zoals afgelopen november toen er meer dan 14.000 schapen verdronken doordat een overbeladen vrachtschip kapseisde.

De wekenlange export van levende dieren naar landen buiten de EU – vaak uitgevoerd met gammele vrachtschepen – kunnen we niet langer accepteren. En de maximale vervoerstijden voor álle diertransporten moeten drastisch omlaag. Ook de frequente misstanden in slachthuizen mogen niet langer ongestraft blijven.

Amazone
cc-foto: Ibama

Naast deze aanpassing van dierenwelzijnsregels, worden onder meer de Europese schoolmelk- en schoolfruit programma’s, pesticidewetgeving en ‘ten minste houdbaar tot’ voorschriften herzien, zo is te lezen in de plannen van de Europese Commissie.

Ook zijn er voornemens voor betere voedseletiketten. Een goede ontwikkeling: als je een product koopt is het belangrijk dat je alle informatie over voedingswaarden, herkomst en impact op milieu en dierenwelzijn gemakkelijk terug kunt vinden op het etiket. Zo moet bijvoorbeeld duidelijk zijn of een dier in een kooi, in een stal of buiten in de wei heeft geleefd. Informatie moet duidelijk zijn en niet misleidend, zoals nu nog soms het geval is.

Dan het slechte nieuws: het meest teleurstellende van de ‘boerderij tot bord’ strategie is namelijk, dat de Europese Commissie zich onvoldoende heeft afgevraagd of met de immense omvang van de Europese veestapel en met de huidige Europese consumptie- en handelspatronen wel écht een duurzaam voedselsysteem bereikt kan worden.

De Europese vee-industrie houdt en slacht elk jaar meer dan zeven miljard dieren. Om die dieren te voeden wordt beslag gelegd op enorme hoeveelheden grond buiten Europa. Alleen al voor productie van Europees veevoer wordt zo’n 8,8 miljoen hectare grond gebruikt in Zuid-Amerika: grond die ten koste gaat van het ernstig bedreigde Amazone-regenwoud; en grond die gebruikt had kunnen worden voor lokale voedselproductie in Zuid-Amerika. Lokale voedselproductie waarnaar de Europese Commissie ironisch genoeg zegt te streven in haar strategie.

Bovenop de grote hoeveelheden veevoer, importeert Europa jaarlijks meer dan 151 miljoen kilo rundvlees uit Zuid-Amerika. Ook daarvoor zijn enorme stukken land – en dus regenwoud – nodig. Het is geen toeval dat het aantal bosbranden in de Amazone drie keer zo hoog is in de buurt van veehouderijen, vergeleken met de rest van de Amazone. De vraag hoe Europa een duurzaam voorbeeld kan zijn voor de rest van de wereld, terwijl het grote delen van het Amazonewoud laat platbranden voor zijn honger naar veevoer en goedkoop vlees wordt echter niet beantwoord in de ‘boerderij tot bord’ strategie. Sterker nog: met de Zuid-Amerikaanse Mercosur-landen wil de EU een vrijhandelsverdrag afsluiten dat de invoer van Amazone-vlees en Amazone-veevoer nog verder zal aanwakkeren.

Naast de destructieve effecten die de vee-industrie heeft op de biodiversiteit, is deze ook een enorme klimaatsloper: maar liefst 18% van alle antropogene uitstoot van broeikasgassen wordt veroorzaakt door de veehouderij.

Toch is de noodzaak om de Europese vleesproductie en -consumptie te verminderen kennelijk nog steeds taboe in Brussel en worden zelfs alle zeilen bijgezet om de immense veestapel in Europa in stand te houden. De afgelopen zeven jaar ontving de landbouwsector in de EU zo’n 363 miljard euro. Greenpeace berekende dat daarvan zo’n 196 miljard euro ten goede kwam aan de vee-industrie. Ook in de Europese landbouwplannen voor de komende zeven jaar zijn geen veranderingen te zien die het subsidieaandeel voor de vee-industrie significant omlaag brengen. Enkel de Europese miljoenensubsidies voor vleesreclames als ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees’ zijn op verzoek van de Partij voor de Dieren geschrapt.

Ondanks dat de Farm 2 Fork strategie enkele goede voorstellen bevat, vallen de Europese landbouw- en handelsplannen niet te rijmen met de grote woorden van Timmermans & Co, die ‘wereldleider op het gebied van duurzame voedselproductie’ willen worden. Alleen een heroverweging van het aantal dieren in de veehouderij en een sterke promotie van duurzame diëten zullen dat doel daadwerkelijk binnen bereik brengen.

Geef een reactie

Laatste reacties (47)