4.907
37

Journalist

Margaux Tjoeng (Hilversum, 1985) is freelance journalist. Van 2010 tot januari 2015 was ze redacteur bij Joop.nl. Margaux is gespecialiseerd in de etno-journalistiek en natuur & milieu onderwerpen. In 2012 was zij projectleider van Stichting Wolf, een organisatie van jonge twintigers die met scholieren in discussie gaan over hun social media gebruik. (cc-foto: Eva Snoijink)

Facebook, het zou verboden moeten worden

Het wordt tijd om social media verslaving serieus te nemen. We sturen af op een emotie drijvende samenleving

Leven op Facebook en andere social media. Je wordt er zo ‘high’ van dat het verboden zou moeten worden. Internet en social media werken versimpeling in de hand, zegt massapsycholoog Jaap van Ginneken in zijn boek ‘Het enthousiasme virus’. Vooral posts en video’s die een emotie oproepen blijven als kleverige drop achter je kiezen plakken en tasten daarmee alle andere smaken aan die we binnen krijgen. Kortom, iemand die veel tijd doorbrengt op Facebook weet niet meer wat hij proeft. Is dat erg? Ja, de verslaving aan ‘emo-drop’ en ‘vind-ik-leuk’ is een venijnige met grote gevolgen: Een op emotie drijvende samenleving.

‘Facebook is zo lekker, het zou verboden moeten worden.’ Deze zin formuleer ik expres naar de leuze van een Nederlandse dropjesfabrikant die knipogend waarschuwt voor de verslavende werking van hun ‘rijdende’ snoepjes. Verkopers weten als geen ander hoe verslaving het leven van mensen gaat beheersen. Niets voelt sterker dan een emotie die de overhand neemt en dat begreep Facebookoprichter Mark Zuckerberg als geen ander. Van die ‘emodrop’ maakte hij zijn core-business en wist het zo te implementeren dat het nog verslavend werkt ook. 

De Facebookformule is zo in elkaar gezet dat iedere consument zijn eigen emodropjes maakt en verspreidt en zo anderen ook verslaafd maakt. De grootste succesnummers op Facebook zijn immers foto’s en video’s die een emotie oproepen. De likes en reacties daarop zijn ook weer verslavend want het geeft ons het gevoel dat we er toe doen. ‘Als je baas een dag niet naar je omkijkt, heb je godzijdank Facebook nog.’

Massapsycholoog Jaap van Ginneken heeft het over ‘de jacht op het gevoel’ dat door de media is geopend. Communicatie en informatie is zo belangrijk geworden dat het niet meer zo makkelijk is om jezelf aan de hand van je kwaliteiten en vaardigheden van anderen te onderscheiden. Je persoonlijke imago wordt daarom steeds belangrijker en dat imago bouw je op door je netwerk ‘intiem kapitaal’ te voeren. Social media zijn daar bij uitstek geschikt voor. Moderne filosoof Stine Jensen legt in haar boek ‘Echte vrienden’ uit hoe dat werkt. Als Femke Halsema haar publiek persoonlijke informatie geeft via Twitter, bijvoorbeeld over haar kinderen, zou het zomaar kunnen dat meer ouders sympathie voor haar gaan opbrengen en dus op haar zullen stemmen. 

Niet alleen politici, media en bedrijven zetten hun ‘intiem kapitaal’ in om meer winst te maken. Consumenten van social media gebruiken het om hun dagelijkse ‘shot’ te krijgen. We zijn verslaafd geworden aan de aandacht van ‘likes’, aan foto’s en video’s die ons in het hart raken of die ons juist aan het lachen maken. We willen weten waar onze vrienden zijn en wat ze doen, anders missen we misschien de boot. De angst om er niet meer toe te doen wordt door social media versterkt. Wie eenmaal gevangen is in het web van Facebook komt er moeilijk uit.

Echte social media verslaafden zijn inmiddels heuse communicatie-experts geworden. Ze zijn behendig geworden om in hun eigen verslaving te voorzien en weten dat ze hun boodschap moeten verpakken met een pakkende tekst, een nieuwe woordformule en populistisch taalgebruik zodat het bericht blijft hangen bij de ontvanger. Het beste kleefmiddel daarvoor is emotie en zo is het gemaakte emo-dropje weer voer geworden voor andere social media verslaafden.

De verslaving aan social media werkt vervlakking in de hand. Exemplarisch voor Zuckerberg’s emodrop is de kracht en invloed die Kony 2012 had. De korte documentaire liet binnen mum van tijd miljoenen mensen over de hele wereld kennismaken met de gruwelijke kinderhandelaar Josep Kony. De viral had een boodschap die verpakt zat onder een behoorlijke laag emotie die werd aangezet door afschuwelijke beelden en het zoontje van documentairemaker Russell die probeert te begrijpen wat er in Oeganda gebeurt.

Russell kreeg veel kritiek op het feit dat hij emotie gebruikte om zijn boodschap over te brengen. Zijn tactiek wordt door velen geoorloofd omdat hij strijdt voor een goede zaak. Een mening die ik deel, maar daarbij plaats ik de kanttekening dat de lancering van emoberichten discutabeler wordt in een steeds meer informatieverslavende samenleving. In het geval van Kony2012 heeft de ‘verpakking’ van het bericht de traanklieren van je ogen al geactiveerd voordat de werkelijke feiten en argumenten tot je hersenen zijn doorgedrongen. De combinatie van emotie, de hoeveelheid aan informatie – naast het bericht van Kony2012 hebben onze ogen 20 andere berichten in Facebook gescand –  en de versimpeling ervan doet veel mensen afhaken om aan eigen waarheidsvinding te doen. Want wat gaat nog dieper dan het gevoel dat je al hebt ervaren? Daar lijkt geen boek tegenop te kunnen. Velen gaan na hun emo-uurtje op Facebook weer verder met de orde van de dag. De feiten en de werkelijk boodschap, lachen, zingen en huilen we weer weg.

Geert Wilders is bij uitstek een voorbeeld van de creator van emodrop met zijn populistische taalgebruik. Het zijn niet zijn inhoudelijke partijpunten die bij zijn stemmers blijven hangen, maar zijn brutale uitlatingen. Het ‘Doe eens normaal man’, hebben we allemaal wel onthouden, maar welke PVV-wetsvoorstellen de Eerste Kamer hebben bereikt zouden we niet zo snel kunnen noemen. Wilders creëert daarnaast een soort van ‘Robin Hood’ imago. Met zijn grote mond strijdt hij tegen de ‘gevestigde orde’ en daarmee weet hij mensen te raken. Hij scoort er meer punten mee dan met zijn inhoudelijke partijpunten. “De massa houdt niet van ingewikkelde problemen”, herhaalt Van Ginneken nog maar eens. En dat weet Wilders dondersgoed.

De verslaving aan social media maakt ons ook gewend aan populistisch taalgebruik. Niet alleen Wilders gebruikt het, maar wij zelf ook omdat we trachten zo veel mogelijk likes op Facebook te krijgen. Alles om maar het gevoel te krijgen er toe te doen. Zolang we niet inzien hoe social media verslaving onze wereld vervlakt en bevuilt, het een taboe is om over onze social media verslaving te praten en het niet te erkennen, vind ik het een zorgwekkende ontwikkeling.

Waar ik me ook erg zorgen over maak is de opkomst van de smartphone op de basisschool. Het apparaat dat ouders inzetten om hun kind altijd te kunnen bereiken (sommigen installeren zelfs een app waardoor ze de hele dag kunnen zien waar hun kind uithangt), is de belangrijkste life-line geworden van hun kind. Groep-achters willen allemaal een smartphone. Niet alleen omdat het een hippe gadget is, maar omdat het apparaat hen in staat stelt 24/7 in contact te zijn met hun vrienden. ‘Echte vrienden’ zijn anno 2012 immers continu voor elkaar bereikbaar. Foto’s en video’s worden over en weer gepingt en je kunt online spelletjes met elkaar spelen. Voor twee derde van de 12-jarigen is de smartphone zelfs belangrijk genoeg om er ‘illegaal’ voor te werken door bijvoorbeeld de krantenwijk van je oudere broer te lopen. Ouders vinden dat prima, zolang het kind zijn verantwoordelijkheid neemt. Maar waarvoor neemt dit kind zijn verantwoording? Misschien wel voor zijn eigen verslaving. 

Sinds een tijdje maak ik kinderen op scholen bewust van onder andere de emodrop, de risico’s van social media en de verslaving daaraan. Jongeren hebben daarnaast ook moeite om ratio en gevoel van elkaar te onderscheiden. Een lastig iets op die leeftijd en middenin de puberteit. Ze leren met vallen en opstaan. Zelfvertrouwen waar lang aan getimmerd is, zie ik soms na één lullige tweet als sneeuw voor de zon verdwijnen. Online is de drempel laag, dus de docent Frans een ‘hoer’ noemen op Twitter is dan best makkelijk. Tekst is eigenlijk nog niet eens de grote boosdoener. Foto’s en video’s hebben de meeste kracht en invloed en worden door pesters veelvuldig ingezet. Soms alleen als chantagemiddel, maar impulsieve acties waarbij persoonlijke content van iemand zomaar het internet op wordt geslingerd gebeurt vaker dan we denken. Ik heb het idee dat krantenkoppen niet het topje van de ijsberg zijn. Op iedere school waar we komen is er wel wat aan de hand met die kinderen en hun smartphones. En wie is daar verantwoordelijk voor? Ouders wijzen naar school, docenten wijzen naar de ouders.

Zien dat zelfs kinderen verslaafd zijn aan social media en hun smartphone vind ik erg verontrustend. Kinderen leren ratio van gevoel te onderscheiden is altijd al onderdeel geweest van de opvoeding op die leeftijd, maar hen van een verslaving afhelpen is nieuw en vereist een geheel andere aanpak. Meer iets voor een gedragstherapeut eigenlijk. Voor die @#-cursus zouden overigens ook veel volwassenen zich moeten aanmelden.

Praten over social media verslaving is een taboe, ook bij volwassenen. ‘Ach, we lijden er allemaal wel eens aan’, hoor ik vrienden zeggen. Of, ‘Ja, ik zit ook in die fase’, zijn bekende kreten van echte verslaafden. Alsof je af en toe een sigaretje neemt en het heus wel onder controle hebt. Social media verslaving is venijniger dan we denken. Als het bijvoorbeeld om drugs of alcohol gaat, worden de verslaafden door mensen uit hun omgeving wakker geschud. Bij social media verslaving zijn die klokkenluiders er niet, want ach, we zijn toch allemaal een beetje verslaafd. We denken dat we Facebook beheersen, maar het is eerder andersom.

Margaux Tjoeng is naast haar redacteurschap voor Joop.nl projectmanager bij Stichting Wolf. Een organisatie die wordt gerund door jonge twintigers die maatschappelijke thema’s bij jongeren onder de aandacht brengt. Momenteel geeft zij voorlichtingsworkshops over social media voor zowel jongeren, ouders en docenten. 

Geef een reactie

Laatste reacties (37)