1.997
23

IT-consultant, lid Piratenpartij

Dirk Poot (42) studeerde bedrijfskunde (Breukelen) en geneeskunde (Sint Eustatius, N.A.) en is werkzaam als zelfstandig programmeur. Poot meent dat het beschermen van kennis en creativiteit met het huidige systeem van octrooi- en auteursrechten onaanvaardbare consequenties heeft voor nagenoeg de gehele wereldbevolking. Wanneer de toegang tot levensreddende medicijnen, fundamenteel onderzoek, participatie in de digitale cultuur en de privacy moeten worden opgeofferd om een verouderd systeem van octrooi- en auteursrechten overeind te houden, is het gekozen middel vele malen erger dan de kwaal.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 was Poot kandidaat-Kamerlid voor de Piratenpartij. Als kandidaat voor de Piratenpartij wilde hij bijdragen aan een alternatief dat de vruchten van de individuele intelligentie effectief beschermt, én dat daarnaast het overstijgende belang van de menselijke extelligentie minstens evenveel aandacht en bescherming geeft.

Farmapatenten: het permanente lek in de begroting van Volksgezondheid

Medicijnen zijn onnodig duur. De helft van omzet wordt uitgegeven aan marketing en winstuitkeringen voor de aandeelhouders

We kunnen besparen op Volksgezondheid tot artsen en verpleegkundigen op het minimum jeugdloon zitten, zolang de farmapatenten niet worden hervormd zullen de tekorten blijven stijgen. Als er niets veranderd raken ook voor ons steeds meer gepatenteerde geneesmiddelen buiten bereik.

Het afgelopen jaar waren medicijnen die meer dan 500 euro per recept kosten, goed voor één vijfde van de totale uitgaven aan geneesmiddelen. Dit aandeel dure medicijnen is in zeven jaar bijna verviervoudigd van 256 miljoen euro in 2002, tot 988 miljoen euro in 2009. Indien deze lijn niet afgebogen wordt, zullen wij in 2020 meer dan de helft van ons huidige medicijnbudget moeten besteden aan dure geneesmiddelen.

Wij hebben met elkaar in 2009 zo’n 5 miljard euro uitgegeven aan farmaceutische hulp, waarvan ruim 98% betaald werd via de zorgverzekeraars. Sinds de jaren zeventig is het percentage van het BNP dat uitgeven wordt uit aan volksgezondheid gestaag gegroeid tot het huidige niveau van ruim 10%. Dit aandeel zal, mede als gevolg van stijgende medicijnkosten, de komen jaren nog groter worden. 

De uitgavengroei wordt enigszins geremd omdat er in Nederland steeds meer generieke geneesmiddelen worden voorgeschreven; generieke of merkloze medicijnen verschijnen op de markt wanneer de octrooiperiode verstreken is en kosten slechts een fractie van de gepatenteerde versie. Inmiddels is bijna de helft van de in Nederland verstrekte medicijnen merkloos.

Deze besparing wordt echter overtroffen door de explosieve stijging van het aandeel dure medicijnen, die inmiddels goed zijn voor één vijfde van het totale budget. Het gemiddelde recept voor octrooigeneesmiddelen kost €196, acht keer zoveel als het doorsnee recept van €24.

Patentpremies tot 100 maal de kostprijs
Het grote prijsverschil tussen octrooigeneesmiddelen en generieke medicijnen wordt steevast gerationaliseerd met een beroep op de hoge ontwikkelingskosten van nieuwe chemische stoffen en geneesmiddelen. De redenering is dat deze kosten zo hoog zijn dat fabrikanten alleen bereid zijn te investeren in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen wanneer zij gedurende 12 tot 15 jaar een monopolie op dat geneesmiddel krijgen. De effecten van deze  monopolies zijn enorm.

Neem bijvoorbeeld de cholestorolverlager Zocor, waarvan Simvastatine het actieve en door Merck gepatenteerde ingrediënt is. Jaarlijks wordt dit middel zo’n 3 miljoen maal voorgeschreven. 

Simvastatine

Prijs per Pil

Prijs per Maand (30 pillen)

2003 (Zocor)

€1,20

€36

2005 (Generiek)

€0,30

€9

2010 (Zocor)

€0,10

€3

2010 (Generiek)

1,4 eurocent

€0,42

Tot mei 2003 werd Simvastatine beschermd door een patentmonopolie en bedroeg de minimale prijs van een maandvoorraad €36. Na het verlopen van dit monopolie daalde de prijs met 75% tot €9. Inmiddels zijn de kosten nog slechts 1% van de originele verkoopprijs.

De prijs van een maandvoorraad van het originele merkmedicijn Zocor is inmiddels ruim 90% gedaald tot €3.

Het monopolie dat voortvloeit uit het octrooisysteem maakt dus een verkoopprijs mogelijk van bijna 100 maal de kostprijs.  Deze gigantische marge zou noodzakelijk zijn om enorme Research en Development investeringen te kunnen dekken.

Kritisch lezen van de jaarverslagen van de grote farmaceuten leert echter dat de verkoopwinst slechts voor een heel klein deel ten goede komt aan R&D. Het leeuwendeel van de verkoopprijs wordt bepaald door marketingkosten en aandeelhoudersdividend.

2009

Omzet (x €1 miljard)

Onderzoek Ontwikkel.

(x €1 miljard)

% van omzet

Marketing/ Sales (x €1 miljard)

% van omzet

Winst (x €1 miljard)

% van omzet

Pfizer

50

7,8

16%

15

30%

8,6

17%

Novartis

44

7,5

17%

12

27%

8,4

19%

Astra-Zeneca

33

4,3

13%

10

30%

9,2

28%

Sanofi-Aventis

27,5

4,5

16%

7

25%

3,8

14%

Merck

27

5,8

21%

8,5

31%

12,9

48%

Totaal

181.5

29,9

16%

52,5

29%

42,9

24%

– Slechts één van de zes ontvangen euro’s komt ten goede aan onderzoek en ontwikkeling.

– Meer dan de helft van de omzet wordt uitgegeven aan marketing en winstuitkeringen voor de aandeelhouders

Waar zijn deze enorme marketingbudgetten voor nodig?
Het probleem is dat niet elke farmaceut in zijn eigen niche bezig is met het ontwikkelen van medicijnen die de volksgezondheid in het algemeen verbeteren; alle farmaceuten zijn voornamelijk op jacht naar octrooien die toegang geven tot een beperkte goudmijn van kaskrakers. 

Farmaceutische kaskrakers

Type

Uitgaven

Aantal patiënten

Per patiënt

1 Hart en Vaatmiddelen (o.a. statines)

€925 miljoen

3,2 miljoen

€290,-

2 Maagmiddelen

€666 miljoen

3,2 miljoen

€208,-

3 Antidepressiva, pijnstillers, slaapmiddelen

€648 miljoen

2,9 miljoen

€223

4 Middelen bij kanker, ernstige reuma

€596 miljoen

200.000

€2.980,-

Omdat alle farmaceuten zich storten op dezelfde goudmijntjes, zitten wij inmiddels opgescheept met vrijwel identieke cholestorolverlagers als simvastatine (Merck), pravastatine (Bristol-Myers Squibb), fluvastatine (Novartis), rosuvastatine (AstraZeneca) en atorvastatine (Pfizer). Er zijn weliswaar onderlinge verschillen, maar die zijn blijkbaar zo minimiem dat deze alleen via peperdure marketingcampagnes duidelijk gemaakt kunnen worden.

De trieste gevolgen
Voor al deze geneesmiddelen zijn paralelle R&D trajecten zijn afgelegd en wordt al het werk  feitelijk vijf maal opnieuw gedaan en ook vijf maal betaald. In de goudmijn-analogie kan je zeggen dat er vijf gangen zijn gegraven naar precies dezelfde goudader.

De onderzoeksbudgetten worden dus voornamelijk ingezet om meerdere vrijwel identieke middelen voor dezelfde welvaartsziektes in de markt te zetten. Het geneesmiddel dat het eerste wordt goedgekeurd verovert die nieuwe markt, waarna in de jaren daarna ook de me-too-medicijnen van de concurrenten verschijnen. Iedere concurrent die later op de markt komt zal zwaar in marketing moeten investeren om ‘in de pen’ van de voorschrijver te komen. Eén welvaartsziekte kent plotseling een waaier aan niet te onderscheiden behandelmogelijkheden, waarna er nauwelijks budget overblijft voor onderzoek naar ziektes waarvoor nog géén goede behandeling bestaat.

De ontwikkelingslanden kunnen de gevraagde prijzen simpelweg niet betalen, en merken sowieso weinig van de medische vooruitgang die voornamelijk gericht lijkt op nieuwe cholestorolverlagers en maagzuurremmers.

Hoewel de winstpercentages van de farmaceuten op peil blijven, verschijnen er de laatste jaren steeds minder nieuwe geneesmiddelen, en zijn er ook minder in ontwikkeling dan voorheen. Het geneesmiddelenarsenaal wordt niet verbreed maar slechts verdiept tot die groep medicijnen die met een minimum aan recepten een maximum uit het budget van Volksgezondheid weet te claimen.

Het moet anders en beter
Farmaceuten moeten beseffen dat het octrooisysteem een voorrecht is en geen recht. Het is een voorrecht dat wij als samenleving verlenen, zolang dit de beste methode lijkt om betaalbare vooruitgang in de geneeskunde te blijven realiseren. We zijn echter op een omslagpunt beland; de kosten voor medicijnen rijzen de pan uit terwijl er minder nieuwe geneesmiddelen worden ontwikkeld en grote delen van de wereldbevolking geen toegang hebben tot moderne medicijnen. Het huidige systeem van monopolies en voorrechten is haar doel voorbij geschoten en dient niet meer de gezondheidszorg maar winstmaximalisatie.
Farmapatenten zoals we die nu kennen zijn op de lange termijn niet houdbaar en zullen verdwijnen. Gezien het overgrote aandeel van publieke middelen in de omzet van de farmaceutische industrie en daarmee het R&D budget, zou de daarmee ontwikkelde kennis ook publiek bezit dienen te zijn. De samenleving zou als voornaamste sponsor daarnaast veel meer sturing moeten kunnen geven aan het proces van Research en Development. De nadruk moet weer komen te liggen op een verbreding van het aanbod, waardoor ook de noodzaak tot marketing wegvalt.

Een veelbelovend experiment is het Health Impact Fund. Geneesmiddelenfabrikanten ontvangen daaruit gedurende tien jaar een vergoeding gebaseerd op de toename in ‘Quality of Life Years’ die met behulp van de door hen ontwikkelde geneesmiddelen wordt bereikt. Voorwaarde is dat die medicijnen wereldwijd tegen kostprijs worden aangeboden én dat na afloop van die tien jaar de kennis in het publieke domein komt, zodat generieke varianten zonder licentiekosten geproduceerd kunnen worden. 

Voor we verzanden in de discussie over welk systeem het huidige zou moeten vervangen is het allerbelangrijkste om eerst onder ogen te zien dat het huidige systeem niet functioneert zoals het bedoeld is. Voorrechten moeten verdiend worden en wetgeving kan en moet worden aangepast wanneer deze niet meer functioneert.
De gegevens zijn gebaseerd op The Pharmaceutical Industry in figures – Edition 2009, en Data en Feiten 2009 van de Stichting Farmaceutische Kengetallen.

De gebruikte cijfers komen uit de jaarverslagen van de genoemde farmaceuten.

Geef een reactie

Laatste reacties (23)