1.279
26

Promovendus politicologie Leiden

Simon Otjes (1984) is promovendus politicologie bij de Universiteit Leiden. Daarvoor studeerde hij politicologie en filosofie van de sociale wetenschappen. Zijn onderzoek richt zich op nieuwe politieke partijen. Hij heeft een eigen weblog: cmonotjes.web-log.nl.

Femke Halsema douze points

Laat kiezers niet alleen hun eerste voorkeur duidelijk maken maar ook hun overige voorkeuren

Gister nam Femke Halsema afscheid als Leonardo hoogleraar in Tilburg. Ik had daar kaartjes voor gereserveerd omdat ik er een half jaar geleden vanuit ging dat Halsema daar zou aankondigen afstand te doen van haar fractievoorzitterschap. Ik ben toch maar gegaan en dat was mooi, want het verhaal van Halsema, nu alweer bijna een half jaar fractievoorzitter af, stond nu verder af van de dagelijkse politiek, waardoor haar verhaal meer diepgang en innovativiteit kreeg.

Het betoog van Halsema is hier na te lezen. Halsema deed in haar betoog een interessant voorstel:

De studenten hebben bedacht dat het goed zou zijn om kiezers bij de verkiezingen niet meer enkel op de eerste partij van hun voorkeur te laten stemmen maar ook een tweede en een derde voorkeursstem te laten uitbrengen: een zogenaamd ‘songfestivalsysteem’.

Laat kiezers niet alleen hun eerste voorkeur duidelijk maken maar ook hun overige voorkeuren. Dat zou volgens Halsema samenwerking tussen partijen bevorderen. De vraag is hoe zo’n kiesstelsel eruit zou zien, wat dat voor’n gevolg heeft voor de interactie tussen politieke partijen en voor de uitslag.

Je kan denk ik op drie manieren kiezers de mogelijkheid geven hun tweede voorkeur uit te spreken: het Duitse kiesstelsel, het Bremens kiesstelsel en het IersAustralische kiesstelsel.

In de Duitse stelsel hebben kiezers twee stemmen: een voor een kandidaat die hun district gaat vertegenwoordigen en een voor een lijst (op landelijk niveau). Alle partijen die in hun district de meeste stemmen hebben gekregen hebben een zetel in het parlement. Dan wordt dat per land bijgevuld uit de lijsten tot dat partijen ook een proportionele vertegenwoordiging hebben binnen het aantal zetels dat per land te verdelen is. Als een partij meer districten heeft gewonnen dan ze zetels heeft op basis van de lijst, dan krijgt ze deze zetels mee. Deze Ueberhangmandate kunnen belangrijk zijn voor de meerderheid in de Tweede Kamer. Dit bevordert samenwerking tussen partijen: links zal zoveel mogelijk districten willen winnen. Omdat de relatieve meerderheid telt in de districten zullen linkse partijen een kandidaat benoemen en rechtse partijen een. Partijen die zich willen onttrekken van de links/rechts tegenstelling (CU, SGP, PvdD) kunnen natuurlijk gewoon hun eigen kandidaten naar voren schuiven. Voor de lijsten die proportioneel verdeeld worden zullen partijen oproepen op zich zelf te stemmen. Dit kiesstelsel combineert proportionele vertegenwoordiging van partijen met vertegenwoordiging van personen uit districten. En daarom wordt het vaak gezien als het beste van twee werelden. Het grote nadeel is echter dan door de Ueberhangmandate het stelsel onduidelijk kan worden. Daarnaast partijen worden zo wel gedwongen om samen te werken, maar kiezers worden niet zo zeer gedwongen om hun tweede voorkeur uit te spreken maar om te zeggen welke partij hun eerste voorkeur heeft en welke grote partij daarnaast hun voorkeur heeft. Voor de lijst stem je bijvoorbeeld ChristenUnie en voor het district CDA.

Het tweede stelsel is het Iers-Australische Single Transferable Vote. In een district doen meerdere kandidaten mee voor meerdere plekken. Kiezers kunnen alle kandidaten in volgorde zetten. Ze kunnen hun tweede of hun derde voorkeur kenbaar maken. Kandidaten zijn gekozen als ze een bepaald aandeel van stemmen gewonnen hebben (een vijfde bij vier vertegenwoordigers). Als mensen gekozen zijn dan worden de stemmen die ze teveel hebben gewonnen herverdeeld onder de tweede voorkeuren van diens kiezers. Als niemand gekozen is, valt de kandidaat met de minste stemmen af en worden zijn stemmen herverdeeld onder de tweede voorkeuren van diens kiezers. Dit stelsel zorgt dus voor een redelijk proportionele uitslag (afhankelijk van de grootte van de districten) en van mensen met een lokale basis. Dit stelsel werkt echter samenwerking helemaal niet in de hand – sterker nog als je toestaat dat er per partij meerdere kandidaten mee doen (wel zo handig als je verwacht meerdere zetels te winnen) dan bevordert dit stelsel concurrentie binnen partijen. Ook leuk, maar niet wat Halsema voor ogen had.

Het derde stelsel kreeg ik recent onder ogen. Het Bremens kiesstelsel. Hierbij krijgen kiezers de mogelijkheid om vijf stemmen uit te brengen. Ze kunnen deze stemmen, zoals het in mooi Duits heet panaschieren en akkumulieren. Dat is ze kunnen vijf keer stemmen op een kandidaat van een partij, maar ook op meerdere kandidaten van verschillende partijen. Net als nu worden de zetels tussen partijen gewoon verdeeld proportioneel aan het aantal stemmen en binnen partijen spelen dan voorkeursstemmen een rol. Een interessant systeem omdat het kiezers die zeggen: “ik twijfel tussen CDA en VVD”, of “ik vind het milieustandpunt van de PvdD goed, maar ben het op integratie met de PVV eens, daar uiting aan te geven.” Twijfelaars en weifelaars kunnen hunnen stemmen panaschieren over verschillende partijen. En dat is een kiesstelsel dat goed past bij de hedendaagse Nederlandse kiezer. Deze zit namelijk niet vast aan een partij, maar voelt zich betrokken bij een blok  (links/rechts, christelijk/seculier, progressief/populistisch) en binnen dat blok kunnen personen, de macht of specifieke thema’s de doorslag geven. Als je aan kiezers de mogelijkheid geeft doet dat recht aan hun diversere voorkeuren. Ik denk alleen niet dat het samenwerking in de hand werkt. Nog steeds proberen partijen hier zo veel mogelijk stemmen voor hun eigen partij te werven.

Ik schreef eerder dat groene politiek er voordeel van had als kiezers vaker zouden kunnen stemmen. Dan zouden kiezers de mogelijkehid kunnen hebben om uiting te geven aan het feit dat milieu voor hen niet misschien de doorslaggevende reden is om een partij te stemmen maar wel een reden is om een van hun vijf stemmen weg te geven. Kleinere partijen zullen duidelijk voordeel hebben van dit kiesstelsel, want mensen die nu op grote partij stemmen zullen misschien met een van hun vijf stemmen wel stemmen met hun hart. Het werkt politieke fragmentatie dus in de hand.

Welk kiesstelsel Halsema precies voor ogen had in haar lezing is onduidelijk: ze wou kiezers geloof ik niet twee stemmen geven, nog wou ze competitie tussen partijen bevorderen door met tweede voorkeuren te werken, ze wou kiezers de mogelijkheid geven, om net als in Duitsland te panaschieren, ook stemmen te geven aan hun tweede voorkeur. Ik geloof niet dat dit samenwerking bevordert, maar het helpt wel om de ambigue voorkeuren van kiezers te uiten. Vijf stemmen? Ik teken ervoor.

Geef een reactie

Laatste reacties (26)