Laatste update 14:35
6.914
63

Politiek socioloog

Dr. Niels Spierings is politiek socioloog aan de Radboud Universiteit. Zijn onderzoek richt zich onder andere op populisme, politieke attitudes en gedrag, sociale media, en emancipatievraagstukken en publieke opinie. Zijn onderzoek en maatschappelijke bijdragen zijn te volgen op Twitter.

Forum voor Democratie mobiliseert verliezers oude vanzelfsprekendheden

De FvD-stemmer lijkt, meer dan de klassieke rechtspopulistische kiezer, voornamelijk te reageren op de immateriële schade die hen raakt

FvD lijkt de PVV leeg te eten, maar ook een groep nieuwe kiezers aan te spreken. De data is op dit moment schaars, maar op basis van wat we hebben lijkt dat de FvD niet alleen ‘de losers of modernization’, maar ook de ‘losers of postmodernization’ weet te mobiliseren op haar te stemmen.

De opmars van Forum voor Democratie was groter dan menig commentator en academicus had verwacht. Betekent dit dan wij populismewetenschappers er naast zitten met onze modellen? Zijn de bestaande verklaringen nog wel houdbaar of is de FvD wellicht niet een rechtspopulistische partij? Of moeten we accepteren dat wetenschap niet voorspellendis en deze uitslag binnen de te accepteren afwijkingen valt?

Eerlijk is eerlijk, het zal een combinatie van deze factoren zijn en tegelijkertijd hebben we nog niet genoeg data om alle vragen te beantwoorden.[1]Echter op basis van bestaande data[2], kunnen we wel al enige duiding geven.

Forum voor Democratie: Populistische rechts
Ik baseer me hier op het IPSOS onderzoek naar waar FvD kiezers vandaan komen. Ook de data van het Nationaal Referendum Onderzoek dat ongeveer een jaar geleden – toen FvD ook al stevig in de peilingen stond – geeft hierin inzicht. Bovendien helpen de resultaten van het NRO bij de wat dieper gravende verkenningen verderop.

Er zitten enig verschil tussen de twee meetpunten, maar het beeld is vrij eenduidig: de FvD stemmers komen vooral van de PVV vandaan, en daarna van VVD en CDA. Samen met de al FvD bestaande kiezers zijn ze goed voor ongeveer 75% van de FvD-stemmen of meer. Het meest opvallend wellicht is dat in het eerdere tussentijdse onderzoek (NRO + LISS) nog geen overloop vanuit de SP werd geconstateerd, en bij de provinciale verkiezingen wel.

Deze cijfers maken nog eens duidelijk dat PVV en FvD voor een flink deel uit hetzelfde vaatje tappen. Dat is niet verrassend, want zoals Matthijs Rooduijn al liet zien, presenteert FvD zich ook met een rechtspopulistische ideologie. En zoals de figuur hieronder op basis van de NRO data toont hebben de PVV en FvD kiezers ook nagenoeg dezelfde populistische en anti-allochtonenhoudingen.

Tegelijkertijd moeten we voorzichtig zijn met de achterbannen van deze partijen gelijk te stellen. FvD lijkt onder de populistische anti-migratie kiezers, juist de relatief hoger opgeleiden aan te trekken. Zoals hieronder te zien is het aandeel HBO’ers en WO’ers twee keer zo groot onder de FvD stemmers.[3] En ook MBO-kiezers zien we beduidend meer bij de FvD; de PVV daarentegen putte veel sterker uit de mensen met alleen basisonderwijs of VMBO.

‘Losers of Postmodernization’
Gezien de overlap tussen de electoraten van PVV en FvD kunnen we gerust stellen dat de verklaringen voor de opkomst van rechtspopulistische partijen ook gelden voor FvD. Tegelijkertijd, vraagt het relatief hoge opleidingspeil van FvD-stemmers[4] om aanvullende verklaringen. Zeker omdat kernverklaringen voor de opkomst van het rechtspopulisme juist wijzen naar lageropgeleiden en de arbeidersklasse. Die groepen hebben de klappen van globalisering en modernisering opgevangen: ze plukten de minste vruchten van de verandering en hun banen stonden op de tocht. Daarmee waren juist zij vatbaar voor rechtspopulistische nostalgie en schuldwijzingen naar migranten en politieke elite.

Echter, hogeropgeleiden – de WO’ers, HBO’ers en (hogere) MBO’ers in Figuur 2 – hebben nauwelijks materiële zekerheid verloren in de laatste decennia. Wel spelen de laatste jaren juist veel immateriële of culturele debatten in Nederland: aanpassingen aan Zwarte Piet, de toegenomen publieke ruimte voor transgendermensen, de succesvolle #MeToo-campagne, publieke discussie over foute grappen, en de aankomende klimaatregelen. Daarin blijven de hogeropgeleiden niet meer buitenschot.

Nu dit soort postmateriële trends zich doorzetten in beleid, zijn de lasten niet meer af te kopen voor de hogeropgeleiden. Ze vragen om aanpassingen in het gedrag van ook juist deze groepen, waarmee ze voor het eerst echt lasten voelen van de fase die na modernisering komt: postmodernisering. De entitlements, vanzelfsprekendheden, waar men zo aan gewend is geweest, worden aangetast.

Deze verklaring sluit dus aan bij verschillende grote patronen, zoals Ronald Inglehart al in ‘Modernization and Postmodernization’ beschreef, maar ook bij observaties uit de gender & populisme literatuur.[5] En juist op het gebied van genderverhoudingen – illustreren de gegevens van NRO – dat het zelf moeten inleveren rond de immateriële debatten bijzonder voor FvD-stemmers speelt.

Onderdeel van modernisering is dat vrouwen de arbeidsmarkt betreden in plaats van louter het huishouden bestieren. Het linkerdeel van de figuur illustreert dit met de stelling: ‘de man moet het geld moet verdienen, en de vrouw moet voor het huishouden en het gezin zorgen’. FvD-kiezers zijn het evenzogoed oneens met deze stelling als de andere kiezers; de PVV-kiezers zijn traditioneler.[6]

Echter, zodra het gaat om zelf de nieuwe last dragen verandert het plaatje. Rechts zien we de antwoorden voor de vraag of ‘mannen een groter deel van het huishoudelijk werk zouden behoren te doen dan nu het geval is’. Dan vinden zowel PVV- en FvD-stemmers significant minder sterk dat mannen – tweederde van het FvD electoraat[7]- meer moeten doen.[8]  Met vage principes is men het eens, maar niet als dit betekent dat zij hun eigen gedrag moeten aanpassen.

Blijvertjes
De FvD-stemmer lijkt, meer dan de klassieke rechtspopulistische kiezer, voornamelijk te reageren op de immateriële schade die hen raakt. Ze gaat in verzet nu niet alleen het zoet maar ook het zuur van die grote maatschappelijke processen te proeven is. Gezien de grote postmateriële debatten en veranderingen die plaatsvinden, moeten we erop rekenen dat ook meer hogeropgeleiden rechtspopulistisch gaan stemmen. Lang zijn ze buitenschot gebleven, maar naast de ‘losers of modernization’ is er nu ook een rechtspopulistische voedingsbodem aan ‘losers of postmodernization’.

[1]Maar zie ook: http://stukroodvlees.nl/stuivertje-wisselen-neemt-fvd-de-electorale-plek-van-pvv-over/
[2]Ik maak hier gebruik van het NRO-survey wave drie, verzameld via LISS. Deze data zijn verzameld tussen 22 maart en 4 april 2018 en bevatten de vraag wat mensen zouden stemmen als er op dat moment Tweede-Kamerverkiezingen waren (zie: https://kennisopenbaarbestuur.nl/media/255931/wiv-referendumonderzoek-2018.pdf). Deze zijn gekoppeld aan de 2017/2018 politics and values core module van LISS, verzameld tussen 4 december 2017 en 27 maart 2018 waarin gevraagd werd wat men in 2017 gestemd had bij de Tweede-Kamerverkiezingen.
[3]En dit zijn dus niet de provinciale data, maar data van maart/april 2018. De FvD had de PVV toen niet al grotendeels leeggegeten. Met andere worden, de PVV stemmers zien hier niet de ‘overlevende PVV stemmers’.
[4]Het nieuwsitem met de IPSOS dat maakt geen melding van opleidingsverschillen. Gezien de toename in stemmen en van welke partijen ze komen, is het niet onwaarschijnlijk dat bij de provinciale-statenverkiezingen het aandeel hoger opgeleiden FvD-stemmer nog groter was.
[5]Zie onder andere: Conclusion: dividing the populist radical right between ‘liberal nativism’ and traditional conceptions of gender;
‘Sexually modern nativist voters’: do they exist and do they vote for the populist radical right?; Eén angst, één volk? De emancipatieparadox van populistisch radicaal-rechts.
[6]Op een schaal van 0 t/m 4 zijn de gemiddelden voor FvD en ‘andere partijen’ 1.9, en ook na controle voor onderwijsniveau is er geen (statistisch of substantieel) significant verschil. PVV-stemmers scoren 0.47 conservatiever (P<0.001).
[7]64% in de IPSOS berichtgeving; 67% in de NRO data.
[8]Het verschil is 0,27 in een regressiemodel (p<0.01); na controle voor opleidingsniveau blijft het effect vrijwel identiek.
Deze bijdrage verscheen ook op SocialeVraagstukken

Geef een reactie

Laatste reacties (63)