2.281
75

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Frans protest: meer dan alleen om de eigen verworvenheden

In de Nederlandse mainstream pers laten journalisten zich vaak schamper uit over de straatprotesten in Frankrijk. Termen als ‘folklore’ worden dan gebruikt, alsof het bij die protesten om een ritueel gaat, een groot traditioneel straatfeest.

cc-foto: Jeanne Menjoulet

Het is en blijft een paradox, enerzijds de stelling die zegt dat het perfecte functioneren van een vrije markt het ‘grootste geluk voor het grootste aantal’ mensen brengt, anderzijds de moeite die het de aanhangers van deze stelling kost het ‘grootste aantal’ hiervan te overtuigen.

Hoe kunnen mensen dit grootste geluk nou niet willen – een onwil die hen ertoe brengt spaken in het wiel te steken? Of gaat het hier om een minderheid van mensen voor wie het grootste geluk niet is weggelegd, want de stelling zegt niet ‘alle mensen’ maar ‘het grootste aantal’ mensen? Ja, maar wanneer een minderheid verantwoordelijk is voor dusdanige obstakels dat het perfecte functioneren van de markt maar niet tot stand komt, dan is die minderheid zo klein weer niet. Want een kleine minderheid, daar zou je toch niet zoveel last van moeten hebben. Dus het ‘grootste aantal mensen’ is blijkbaar zo groot nog niet. Of staat deze minderheid (maar is het een minderheid?) domweg een ander idee van het ‘grootste geluk’ voor ogen? Zijn ze gelukkig naar de maatstaven van het vrije-markt denken, maar vinden ze dat van zichzelf niet, omdat ze naar iets anders streven? Afijn, om maar wat te spelen met de utiliteitsgedachte van de liberale verlichtingsfilosoof Jeremy Bentham.

In de Nederlandse mainstream pers laten journalisten zich vaak schamper uit over de straatprotesten in Frankrijk. Termen als ‘folklore’ worden dan gebruikt, alsof het bij die protesten om een ritueel gaat, een groot traditioneel straatfeest. Ach, de stakkers! Alleen maar omdat ze te achterlijk zijn om rustig met elkaar om de tafel te gaan zitten en te onderhandelen. Want dat ze in Frankrijk moeten hervormen, dat staat buiten kijf. Te veel werkloosheid, te grote staatsschuld. Een flexibilisering van de arbeidsmarkt is daarom een vereiste, wat privatiseren hier en daar kan ook geen kwaad. Daar zijn we het natuurlijk allemaal over eens, maar over de mate, het ritme, de concrete toepassingen, daar mag heus een beetje over worden gepolderd.

Niet dus, daar is niet iedereen het over eens. In Nederland niet, in Frankrijk zeker niet. Waarom niet? Omdat ze de vooronderstelling te beperkt vinden. Hervormingen, privatiseringen: wat je ook poldert, het zijn maatregelen die het versoepelen van een verkrampt vrije marktmechanisme op het oog hebben. Maar als het die stakers in Frankrijk nu ook eens om iets heel anders ging? Niet alleen om het functioneren van de markt en hun aandeel in het ‘grootste geluk’, maar om een samenleving waarin een andere logica heerst dan enkel die van de vrije markt?

Uiteindelijk komt het geloof in de weldaden van de vrije markt voort uit een verbasterd voorzienigheidsgeloof. De deïstische God van de verlichting was niet meer de God die zomaar wanneer hij daar zin in had in de wereldse werkelijkheid ingreep (de wonderen), maar de God die de wetten had geschapen die de wereld in stand houden en doen gedijen. En niet alleen de natuurwetten, maar ook de wet van de vrije markt: ieder mens jaagt weliswaar zijn eigen belang na, maar deze veelheid van eigenbelangen houden elkaar in evenwicht dankzij het mechanisme van vraag en aanbod. Wat een harmonie!

Geloof in de weldaden van de vrije markt is te vergelijken met de berusting in het goddelijke voorzienigheidsgeloof. Het is een voorzienigheidsgeloof waarin God is verbleekt, zo niet verdwenen. Over bleef wat feitelijk neerkomt op een soort fatalisme. Is het toevallig dat het vrije marktdenken met name in protestantse landen zijn oorsprong vond? Het protestantisme koestert een negatief mensbeeld: de mens is van nature zondig. Wanneer in het protestantisme God verbleekt, zo niet verdwijnt, dan blijft de mens met zijn zonde over, dat wil zeggen zonder de genade die zijn zonde wegwast en hem aandrijft op het pad van de naastenliefde. De mens alleen met zijn zonde, zijn egoïsme, het najagen van zijn eigenbelang – ja maar, wat heeft de voorzienigheid het toch prachtig geregeld! Want juist die egoïsmen vormen bij elkaar genomen zo’n goed gesmeerde machine: de markt. Garantie voor het ‘grootste geluk voor het grootste aantal’. Als je hem tenminste vrijlaat functioneren, en je in dat vrije functioneren – en je eigen egoïsme – berusting vindt.

En ja hoor! Dan wordt die ‘rust’ weer eens verstoord door zo’n stelletje schreeuwlelijkerds die roet in het eten gooien! Ze trekken de weldaden die het vrij functioneren van de markt teweegbrengt in twijfel, ze saboteren het mechanisme. Ze laten van zich horen in de politiek, ze schrijven misselijke stukken in de krant, ze gaan de straat op. Is het een kwestie van cultuur, dat dit zo vaak in Frankrijk gebeurt? Niet dat Frankrijk niet zijn liberale denkers heeft gekend. Niet dat in Frankrijk de utiliteitsgedachte en het principe van de vrije markt geen band zouden hebben met een verbasterd voorzienigheidsgeloof dat ook hun verlichtingsdenken ten dele kenmerkt. Maar het was een overwegend katholiek land, en volgens de katholieke leer is het met de mens niet zo beroerd gesteld als volgens het klassieke protestantisme.

Zou dat een reden zijn waarom men in Frankrijk minder geneigd is te berusten in een systeem dat van de zonde, het egoïsme, een deugd maakt – onder het mom van je komt er toch niet van af… ? Is hun mensbeeld niet uiteindelijk positiever, zodat ze ook meer geloof kunnen hechten aan de eigen capaciteit van de mens tot het creëren van een samenleving waarin waarden als solidariteit, rechtvaardigheid en orwelliaanse ‘common decency’ gestalte krijgen? Een capaciteit die in een doelbewust politiek handelen tot uiting komt. In het streven naar een ‘contrat social’. Niets berusting in het functioneren van een kil mechanisme dat net als de oude voorzienigheid de mens te boven gaat! Nee, een daadkrachtig ingrijpen in de samenleving ter verbetering ervan, door een rechtvaardige verdeling van de rijkdom, door een stevige bescherming van de loonarbeid, door sociale voorzieningen, door gedeelde zorg. Kwestie van cultuur, van mensbeeld? Dit zijn vragen die de Franse filosoof Jean-Claude Michéa in zijn essays stelt.

Wanneer we weer eens geconfronteerd worden met beelden van Franse stakingen, dan doen we er goed aan ons deze vragen te stellen. Meer dan een kwart eeuw woon en werk ik in Frankrijk, ik durf er positief op te antwoorden: ja, het gaat hier om de afspiegeling van een andere cultuur. Het gaat die Fransen, daar op straat, niet alleen om een beetje meer geluk binnen het kader van het ‘grootste geluk voor het grootste aantal’. Het gaat niet alleen om de eigen portemonnee en om de eigen bescheiden rechten en verworvenheden. Ten diepste zit er de afkeer achter van een samenleving van losse atomen waarin ieder voor zijn eigen hachje opkomt – ikke ikke ikke en de rest kan stikke. En het verlangen naar een overheid die de macht weer flink naar zich toe trekt, niet om met harde hand de voorwaarden voor het functioneren van de vrije markt te garanderen, wel omdat alleen binnen staatsverband, in de context van een democratisch stelsel, we samen aan een rechtvaardiger, medemenselijker samenleving kunnen werken.

Ik hoor het ze roepen, zij die bang zijn binnen dit streven hun obscene rijkdom en privileges te verliezen: tirannie van de staat! Stalinisme! Enzovoort. Onzin. Over tirannie gesproken, wat kan het liberalisme tiranniek uit de hoek komen! President Macron is daar een mooi voorbeeld van. De golf van stakingen die zich aankondigt, en waarvan de eerste op 12 september plaatsvond, is tegen zijn shock-politiek van ‘liberaliseringen’ gericht. Reden voor Emmanuel Macron om diegenen die het niet met hem eens zijn, en dat zijn er veel, uit te foeteren. In een betoog dat hij onlangs in Athene hield, verklaarde hij dat hij niet zou toegeven aan alle ‘fainéants’, vertaald: luilakken.

Wanneer een gezagsdrager ermee begint openlijk zijn minachting voor het volk te verwoorden, dan is de tirannie niet ver meer – zei de schrijver Albert Camus. Liberalisme liberaal? Wie zei het ook al weer, dat hij liever een dictatuur had die een vrije markt waarborgt dan een democratie waarin de vrije markt aan banden wordt gelegd. Hij had het over Chili.

Van Caspar verschenen dit jaar twee boeken: Frankrijk in 50 fragmenten (uitgeverij Grenzenloos) en Brandende kolen (uitgeverij IJzer).


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 klanken

    Verhalen

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (75)