Laatste update 29 augustus 2017, 16:05
5.292
44

Mediawetenschapper, docent Media & Cultuur

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en als docent Media & Cultuur verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. In zijn onderzoek en onderwijs houdt hij zich m.n. bezig met thema's als media en culturele diversiteit, culturele globalisering, racisme en uitsluiting, migratie, etniciteit, culturele identiteit en cultureel burgerschap

Gemengde relaties zijn ook politiek

Het is problematisch om witte Nederlandse geliefden te reduceren tot 'integratietraject' en om te veronderstellen dat je als niet-witte Nederlander per definitie sneller of beter integreert via een relatie met een witte Nederlander

Onlangs stond het onderwerp ‘gemengde relaties’ weer eens in de schijnwerpers. Ditmaal naar aanleiding van het – overigens teleurstellende – 3Lab-programma Iris Onderzoekt, waarin columnist Iris van Lunenburg tevergeefs een poging deed om nieuw licht te werpen op relaties tussen mensen van verschillende etnische afkomst. Diverse media besteedden aandacht aan het programma en het onderwerp. De Volkskrant deed dat zelfs door middel van drie stukken: een interview met de programmamaker en columns van Elma Drayer en Hassan Bahara.

Relaties
Marie Borchert en Joseph Sylvester

Vanuit het perspectief van een insider beschrijft Hassan Bahara gemengde relaties op heldere en liefdevolle wijze; hij onderstreept dat die ‘zijn zoals alle andere’ en hekelt de politisering daarvan. Bahara heeft gelijk dat we gemengde relaties moeten zien voor wat ze in essentie zijn: relaties tussen mensen die verliefd op elkaar zijn, mensen die van elkaar houden. Maar zolang ideologieën over ras en etniciteit een bepalende rol spelen in onze samenleving, en zolang die via een ingebeelde en in media en cultuur verbeelde raciale hiërarchie invloed uitoefenen op de vraag met wie wij wel en niet relaties willen, durven, kunnen en ‘mogen’ aangaan, zijn gemengde relaties ook altijd politiek.

Gemengde relaties worden door de samenleving graag beschouwd als een instrument en teken van integratie; hoe meer gemengde relaties, hoe beter het gaat met de integratie, is het idee. Terecht dat Bahara kritisch is over deze vorm van politisering van gemengde relaties. Het is problematisch om witte Nederlandse geliefden te reduceren tot ‘integratietraject’ en om te veronderstellen dat je als niet-witte Nederlander per definitie sneller of beter integreert via een relatie met een witte Nederlander.

Witte norm
Het dominante discours in Nederland veronderstelt dat niet-witte Nederlanders moeten integreren en dat een relatie met een witte Nederlander bevorderlijk is voor dat proces – witte Nederlanders, daarentegen, zijn per definitie geïntegreerd. Oftewel: twee Chinese Nederlanders die een relatie met elkaar hebben geldt als ‘niet goed geïntegreerd’, terwijl een Turkse Nederlander en een witte Nederlander geldt als ‘teken van integratie’. Twee witte Nederlanders die een relatie hebben? Dat geldt als ‘normaal’ en staat niet ter discussie. Daarbij wordt het begrip ‘gemengde relatie’ vrij beperkt geïnterpreteerd in het dominante discours: het betreft relaties tussen een witte en niet-witte Nederlander, zelden gaat het over bijvoorbeeld een relatie tussen geliefden van Ghanese en Indonesische afkomst. Hoe in Nederland gedacht en gesproken wordt over gemengde relaties, bevestigt dus eens te meer de witte norm.

In onze moderne samenleving is een ingebeelde raciale hiërarchie waarin wit bovenaan staat nog steeds onderdeel van het dominante discours en medebepalend voor hoe wij tegen gemengde relaties aankijken. Deze raciale hiërarchie, die onlosmakelijk verbonden is met ons koloniale verleden (denk aan bijvoorbeeld de officiële in- en opdeling van de bevolking op basis van ras in voormalig Nederlands-Indië), wordt ook geïnternaliseerd door niet-witte Nederlanders. Dat kan deels verklaren waarom veel niet-witte Nederlanders na partners uit de ‘eigen’ etnische kring een voorkeur hebben voor witte partners en niet voor niet-witte partners van een andere afkomst. Een witte Nederlander is ‘beter’ dan een niet-witte Nederlander, is het idee.

Partnervoorkeuren
Daarmee is zeker niet gezegd dat de liefde voor witte Nederlandse partners niet oprecht is of dat relaties met hen afkeurenswaardig zijn. Waar het om gaat is dat ideeën over ras, etniciteit en afkomst (onbewust) een rol spelen bij het bepalen van partnervoorkeuren door niet-witte en witte Nederlanders én hun ouders. De uitkomsten van verschillende onderzoeken naar partnervoorkeuren sluiten hier bij aan: witte Nederlanders zijn het populairst terwijl moslims en mensen van Afrikaanse en Arabische afkomst het minst populair zijn (zie bijvoorbeeld een studie naar raciale voorkeuren van online daters waar publicist Linda Duits over schrijft en een studie van de EU naar raciale vooroordelen in Europese landen.

Zo mocht mijn moeder (deels van Indische afkomst) in eerste instantie niet omgaan met mijn Indonesische vader. Haar ouderlijke woning in Amsterdam-Noord was verboden terrein voor ‘die Javaan’, hij was te min voor haar; ze kon beter met een mede-Indo of een Belanda, een witte Nederlander, gaan. Mijn moeders Indische omgeving stak de minachting voor mijn vader niet onder stoelen of banken. Maar ook in Indonesië werden mijn ouders jaren later nog geconfronteerd met dezelfde vooroordelen. Zo kreeg mijn moeder bij het inchecken in een luxe hotel in Jogja te horen dat ze ook een speciale kamer kon krijgen voor meereizend personeel. De Indonesische baliemedewerker dacht dat mijn vader de chauffeur van mijn moeder was. Het idee dat een licht getinte Eurasian vrouw en een donkere Indonesische man een relatie kunnen hebben, kwam niet in hem op. “Niet nodig, ik slaap met mijn chauffeur” beet mijn moeder hem toe en griste de sleutels van de balie.

Beeldvorming
Dat deze raciale hiërarchie nog steeds een grote rol speelt in ons denken over gemengde relaties en partnerkeuze is ook een ‘verdienste’ van media en (populaire) cultuur. Als het bijvoorbeeld gaat om de verbeelding van heteroseksuele gemengde relaties in westerse films en televisieseries, dan valt op dat ‘culturele problemen’ vaak een rol spelen – zeker wanneer de vrouw wit is en de man niet-wit/moslim. Niet-witte mannen worden doorgaans afgebeeld als een gevaar voor witte vrouwen en voor de ‘puurheid’ van witte cultuur; het zijn indringers en ‘vervuilers’ (‘cultuurverdunners’ zou Thierry Baudet zeggen). Er zijn weinig films waarin een niet-witte man en een witte vrouw een ‘normale’ relatie hebben/krijgen en waarin ‘cultuurverschillen’ niet of nauwelijks een rol spelen – in Nederland is een film als Hartenstraat, waarin de hoofdpersonages gespeeld door Marwan Kenzari en Bracha Doesburgh een relatie krijgen, een verfrissende uitzondering. Uiteindelijk reproduceren media en populaire cultuur zo een raciale hiërarchie waarin wit bovenaan staat en niet-wit onderaan en het idee dat gemengde relaties problematisch zijn.

Politiek
Natuurlijk zijn er ook niet-witte Nederlanders die een relatie met een witte Nederlander afkeuren. De genoemde uitzending van Iris Onderzoekt gaat daar deels over: programmamaker Van Lunenburg is een zwarte vrouw die op witte mannen valt en daar weleens op is aangesproken door zwarte mannen en vrouwen. Voor Volkskrantcolumnist Elma Drayer is dat genoeg reden om het tv-programma opzichtig te promoten in haar column van 12 augustus. Drayers opwinding is voelbaar, gretig misbruikt zij Van Lunenburgs programma om te roepen dat ‘zwarten net zo racistisch zijn als witten’, personen en organisaties die strijden tegen racisme in diskrediet te brengen en het broodnodige debat over structureel racisme weg te honen.

Drayer suggereert dat de geracialiseerde, negatieve reacties van witte en niet-witte Nederlanders op gemengde relaties vergelijkbaar zijn. Voor alle betrokken individuen is het inderdaad even pijnlijk en schrijnend, maar de maatschappelijke oorzaken en implicaties zijn anders. Vanwege de verschillen in macht, zoals toegang tot (de productie van) media en cultuur, zijn het vooral witte geracialiseerde perspectieven die onderdeel zijn van het mainstream discours en ons denken over gemengde relaties en potentiële partners (onbewust) beïnvloeden. Via media en populaire cultuur zijn die geracialiseerde ideeën over gemengde relaties wijdverbreid in onze samenleving en dus niet beperkt tot een paar witte ‘racistische gekkies’, zoals Drayer sussend suggereert. Zolang dat zo is, draaien gemengde relaties niet alleen om liefde en lust maar zijn ze tegelijkertijd ook (onbedoeld) politiek.

Geef een reactie

Laatste reacties (44)