712
10

Student en GroenLinks-lid

Frank Hemmes is 24 jaar en studeert momenteel Science & Security aan King's College in Londen. Hiervoor behaalde hij zijn bachelor Natuur- en Sterrenkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en een master Environment and Resource Management aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Frank is lid van GroenLinks, maar verkondigt desalniettemin zijn eigen mening. Ook is hij lid van blogcollectief Vrij-Zinnig.

Generaties, generalisaties en ander gezeur

Blijkbaar is er behoefte om de maatschappij te verdelen in overzichtelijke groepen, en 'generaties' voelen vast prettiger dan zoiets naars en ouderwets als een klassenmaatschappij.

Soms is iets opeens mode. U weet wel: leggings, flippo’s, bontkraagjes en Justin Bieber, allemaal waren ze opeens machtig interessant. Ook opinieland kent zulke modeverschijnselen. Zo verschenen er in de Volkskrant de afgelopen week opeens vijf stukken over ‘generaties’. Het één nog meer verwijtend dan het ander.

Zelf kan ik niet zoveel met generatiebegrip. Het is te ongedefinieerd en generiek om een zinvolle analyse aan vast te knopen. Dat er een demografisch iets als de babyboomers bestaat wil ik nog wel geloven. Maar voor de rest zie ik weinig heil in het definiëren van een willekeurig leeftijdscohort om daar vervolgens een leuk etiket op te plakken. In mijn geval is dat schijnbaar de iGeneratie of Generatie Einstein. Maar wat mijn generatie te maken heeft met iemand die in 1879 is geboren is me een volslagen raadsel, en zelf heb ik nog nooit een i-apparaat gehad. Nouja, vroeger hadden we een IBM thuis, maar dat telt waarschijnlijk niet.

Blijkbaar is er behoefte om de maatschappij te verdelen in overzichtelijke groepen, en ‘generaties’ voelen vast prettiger dan zoiets naars en ouderwets als een klassenmaatschappij.

Enfin, deze twijfels over het generatiebegrip worden duidelijk niet gedeeld door het bataljon van briefschrijvers. Inmiddels is er een hele strijd losgebarsten of ‘mijn’ generatie te narcistisch is om revolutionair te zijn, of dat het eigenlijk allemaal toch de schuld is van ‘de babyboomers’. En dan zijn er ook nog mensen die tussen die twee generaties inzitten, en zich nu een beetje voelen als het laffe slablaadje in een goedkope hamburger. De gemene deler is dat er iets mis is met het land, maar dat niemand zin heeft daar iets aan te doen, en dat dat heel erg is. En omdat het aanwijzen van een schuldige veel makkelijker is dan een oplossing bedenken, regent het dus verwijten over en weer. Jongeren zijn te narcistisch, hun ouders waren te hedonistisch, de rest van de familie is inmiddels fatalistisch en de babyboomers waren fascistisch. De score: Verwijten 5 – Oplossing 0. Tot zover het constructieve debat.

Dus doe ik zelf ook een duit in het zakje: Er komt geen revolutie. Dat heeft niets te maken met generatiekloven. We zijn in dit land gewoon zo welvarend, dat revolutie meer kapot maakt dan je lief is. Bovendien heb je voor een revolutie een grote groep mensen en een Idee nodig. Maar in deze postmoderne tijd van individualisme vinden we groepen stom en Grote Ideeën hopeloos ouderwets. We hebben immers de markt, die ervoor zorgt dat als we allemaal braaf onze iPods, kiloknallers en geraniums kopen, alles vanzelf in orde komt. Waar heb je nog idealisme voor nodig als je de wereld kan helpen door lekker uit winkelen te gaan?

En zelfs de idealist uithangen lijkt weinig zin te hebben. Je kan stoppen met vlees eten, maar daarmee verdwijnt de bioïndustrie niet zomaar. En door zelf op de fiets te stappen haal je de CO2-uitstoot van Nederland nou ook niet direct met tonnen naar beneden. Allemaal hebben we last van het Calimero-effect: de problemen zijn groot, en wij zijn klein. In een tijd van mondiale problemen geldt dat voor iedereen, of je nou puber of pensionado bent.

Laten we dus ophouden met zeveren over welke generatie wat heeft misdaan, en gewoon de problemen aan te pakken. Kies een probleem wat je belangrijk vindt, bedenk hoe je iets kan bijdragen en ga dat doen. Verwacht niet dat je gelijk de wereld kan redden, maar lever naar vermogen een bijdrage. Dat gaat als Nederlander nog altijd een stuk makkelijker dan als, pak hem beet, Somaliër. Toegegeven, daarvoor moeten we misschien wel wat ‘ouderwetse’ begrippen uit de kast trekken, zoals ‘solidariteit’ of, hemeltjelief ‘samenleven’. En misschien moeten we zelfs wel toegeven dat de markt niet zaligmakend is en onze problemen dus niet op magische wijze zichzelf zullen oplossen. En wie weet, als we dan beginnen met met elkaar te praten in plaats van over elkaar, kunnen we nog iets van de ander leren. En kunnen we samen werken aan een beter Nederland voor, jawel, volgende generaties.

Geef een reactie

Laatste reacties (10)