2.865
29

Hoogleraar diversiteit en onderwijs

Maurice Crul is hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit en de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Maurice Crul doet al meer dan 25 jaar onderzoek naar de school loopbanen van migranten kinderen in Europa. Hij heeft talloze boeken en publikaties op zijn naam en verricht momenteel onderzoek naar de opkomende elite onder de tweede generatie op basis van de prestigieuze European Research Council Consolidated Grant. Hij is verder de president van het IMISCOE netwerk, het grootste netwerk van migratie onderzoekers in de wereld waarbij 39 onderzoeksinstituten zijn aangesloten en zo'n 800 wetenschappers.

Giftig onderwijsbeleid voor vluchtelingenkinderen

Stel je zelf een Syrische puber voor van zestien die in Damascus het lyceum deed en terecht komt op het praktijkonderwijs, of mbo niveau 1 of 2.

cc-foto: atelier PRO
cc-foto: atelier PRO

‘Je leert geen Nederlands als je niet met Nederlandse kinderen in de klas zit’. Een kernachtige samenvatting van het falen van ons onderwijsbeleid ten aanzien van vluchtelingenkinderen door een 16-jarige Syrische jongen. Nederland heeft al jaren een op vluchtelingenkinderen gericht onderwijsbeleid dat in de uitwerking ronduit desastreus is. Het is echter een verborgen beleid dat maar voor een kleine groep ingewijde leerkrachten, die les geven aan vluchtelingenleerlingen, zichtbaar is.

Wie weet bijvoorbeeld, zoals de VO-raad recent liet onderzoeken, dat zeventig procent van de vluchtelingenkinderen na de internationale schakelklassen (ISK) doorverwezen wordt naar praktijkonderwijs of vmbo-basis of -kader? En dat van de oudere vluchtelingenkinderen tachtig procent naar de laagste entree opleiding in het mbo gaat? Opleidingen waar voornamelijk kinderen met ernstige leer- of gedragsproblemen naar toe gaan.

De entree-opleiding in het mbo kenmerkt zich door veel onrust in de klas en hoge uitval cijfers: tot wel veertig procent. Geen optimale schoolsituatie om vluchtelingenkinderen, soms met oorlogstrauma’s, in op te vangen. Stel je zelf een Syrische puber voor van zestien die in Damascus het lyceum deed en terecht komt op het praktijkonderwijs, of mbo niveau 1 of 2. Het schoolsysteem in Syrië is op Franse leest geschoeid en vergelijkbaar met ons gymnasium. Wat zou er gebeuren als we een Nederlandse gymnasiast op het praktijkonderwijs of mbo-1 niveau gezet zou worden? Hoe lang zou hij of zij gemotiveerd blijven?

De beroemde Amerikaanse sociaal psycholoog Carola Suárez-Orozco noemt het plaatsen van vluchtelingenkinderen in schoolomgevingen die niet aansluiten bij hun intellectuele capaciteiten ‘toxic’.  Een passende metafoor, omdat door de lage verwachtingen van leerkrachten en de lage prestaties van medestudenten de motivatie en ambities langzaam worden vergiftigd.

De staatssecretaris bestrijdt wellicht dat ons onderwijsbeleid giftig is omdat dankzij het prachtige Nederlandse stapelsysteem leerlingen van mbo-1 naar mbo-2 naar mbo-3 en mbo-4 toch kunnen doorstromen om naar het hbo te gaan. En inderdaad, in een recent onderzoek van promovendus Safoura Ghaeminia naar de schoolloopbanen van alleenstaande vluchtelingenkinderen vond zij een enkeling die dit heeft gedaan. Dit toont vooral hoe ongelofelijk gemotiveerd sommige van deze jongeren zijn. De meerderheid raakt echter – begrijpelijkerwijs – gedesillusioneerd.

Wat doen wij in het onderwijs zo verkeerd dat tachtig procent van de ISK-jongeren op mbo-niveau 1 of niveau 2 terecht komt? Het ligt niet aan de leerkrachten die vaak met veel inzet deze jongeren op weg proberen te helpen, het is het resultaat van totaal verkeerde beleidskeuzes.

In Nederland worden vluchtelingenkinderen 1 of 2 jaar in aparte klassen opgevangen om intensief Nederlands te leren. Dit gaat deels ten koste van andere vakken. Na die twee jaar zijn deze leerlingen meestal zo ver achter geraakt in de algemene vakken dat 4 op de 5 worden doorverwezen naar de laagste beroepsopleidingen.

Een recent door internationaal vergelijkend literatuuronderzoek, dat ik samen met collega’s uit verschillende landen heb verricht, laat zien dat het ook anders kan. De overgrote meerderheid van de vluchtelingenkinderen in bijvoorbeeld Zweden stroomt wel door naar hoger onderwijs. In Zweden blijven zij juist zeer kort in aparte klassen en gaan zo snel mogelijk, binnen 2 of 3 maanden, naar reguliere klassen waar zij samen met Zweedse kinderen les krijgen. Dat kan omdat Zweeds als tweede taal in de reguliere klassen onderwezen wordt, door een aparte leerkracht die daarvoor speciaal geschoold is.  Deze aanpak is natuurlijk geen rocket science. ‘Je leert geen Nederlands als je niet met Nederlandse kinderen in de klas zit’.

Er beginnen gelukkig van onderaf langzaam barstjes te komen in het Nederlandse beleid van de aparte schakelklassen. Sommige middelbare scholen plaatsen de kinderen nu al voor de helft van de tijd in reguliere klassen om ze sneller met Nederlandse leerlingen in aanraking te brengen. Andere organiseren ouderejaarsleerling-mentoren die zij aan vluchtelingenkinderen koppelen.

De fundamentele stap die echter gezet moet worden is de veel snellere integratie in reguliere klassen en het besteden van de daarmee vrijgekomen gelden van de ISK om extra professionele Nederlandse taalondersteuning te geven zolang dat nodig is. Het is een beproefd recept en het is uiteindelijk ook minder kostbaar. Ik voorspel dat de druk om deze noodzakelijke verandering door te voeren zal worden opgevoerd door de hoogopgeleide Syrische vluchtelingenouders. Net zoals andere hoogopgeleide ouders in Nederland zullen zij niet accepteren dat hun kinderen op het laagste niveau van het beroepsonderwijs worden geplaatst, terwijl zij zelf een toekomst op de universiteit voor hun kinderen in gedachten hebben.

 


Laatste publicatie van Maurice Crul

  • Superdiversiteit

    met Jens Schneider, Frans Lelie

    2013


Geef een reactie

Laatste reacties (29)