1.604
12

Tweede Kamerlid GroenLinks

Rik Grashoff is GroenLinkser vanaf de vorming van de partij in 1990 en is sindsdien vrijwel onafgebroken actief geweest, als lid van het partijbestuur, raadslid en wethouder in Delft en Rotterdam en van 2010 tot 2012 als Tweede Kamerlid.

Goede melkveehouders de dupe van bestuurlijk gekluns

Weer wordt het vertrouwen gegeven aan de klassieke landbouwlobby, die het duurzame deel van hun achterban keihard in de kou laat staan

Sinds het loslaten van het melkquotum in 2015 is het aantal koeien enorm gestegen. Daardoor produceren we veel meer mest dan afgesproken is met de Europese Unie. Die tikt Nederland nu hard op de vingers: voor 1 januari 2018 moet het aantal koeien worden teruggebracht. In het voorstel dat nu voorligt worden echter de goede melkveehouders, die voldoende grond hebben voor hun mest, de dupe van de steeds intensiever wordende melkveehouderij. De toekomst van de melkveehouderij staat op het spel.

Jarenlang hebben grote partijen zoals de VVD en het CDA, samen met de landbouwlobby gepleit voor het afschaffen van het melkquotum. Met succes. Vanaf 2015 groeide in een mum van tijd het aantal koeien gigantisch. Door overproductie is de melkprijs gedaald, waardoor boeren met méér productie minder inkomen hebben. Het aantal megastallen neemt toe en de mesthopen worden steeds groter.

cc-foto: Corine Quarles van Ufford
cc-foto: Corine Quarles van Ufford

Nu zitten we in een situatie met alleen maar verliezers: de boeren, het milieu en de dieren. Er zouden bindende regels komen, maar het bleef anderhalf jaar lang stil. Uiteindelijk kwam er in september 2016 een wetsvoorstel voor verhandelbare fosfaatrechten. Met deze onfortuinlijke keuze ontstaat de gekke situatie dat bij de start van dit systeem huidige melkveehouders ongewild een fors “cadeautje” krijgen, terwijl tegelijkertijd de sector structureel wordt opgezadeld met een enorme kostenpost.

Verzuimd werd het voorstel tijdig aan de Europese Commissie voor te leggen, die oordeelde dat het stelsel niet voldeed aan de staatssteunregels. Drie weken na publicatie kon het wetsvoorstel dus al weer grotendeels de prullenbak in. Uitstel naar 2018 levert een extra probleem op: er moet immers al in 2017 een forse krimp van de melkveestapel worden gerealiseerd.

Na intensief overleg met de melkveesector zelf ligt er nu een akkoord, dat moet zorgen voor een daling van circa 200.000 koeien in 2017, zodat we op tijd weer aan de fosfaatregels voldoen. Maar gaat dat nu echt gebeuren? Dat is hoogst onzeker. Het is immers een vrijwillige afspraak met een sector die zijn eigen leden niet kan binden.

Zou in de loop van de komende maanden blijken dat het niet snel genoeg gaat, dan zijn de rapen echt gaar: de tijd is dan te kort om alsnog bindende regels in te voeren. Ook kan dit akkoord onder boeren zelf op weinig steun rekenen. Uit een peiling onder een steekproef van 1600 melkveehouders blijkt 70 procent tegen het akkoord te zijn. Begrijpelijk: boeren die gewoon genoeg grond hebben om hun koeien op te laten grazen en de mest op uit te rijden hebben part noch deel aan het mestprobleem. Toch moeten die mede opdraaien voor de gevolgen van de steeds verdere intensivering van de melkveehouderij.

Staatssecretaris van Dam heeft de mond vol over natuurinclusieve landbouw, maar met deze aanpak gaan we precies de verkeerde kant op en ontmoedigen we het duurzame deel van de sector: de grondgebonden en biologische boeren.

De kosten voor de belastingbetaler als gevolg van al dit bestuurlijke geklungel: 30 miljoen euro. Weer wordt het vertrouwen gegeven aan de klassieke landbouwlobby, die het duurzame deel van hun achterban keihard in de kou laat staan. Hiermee gaan we niet de kant op van natuurinclusieve landbouw, maar van nog meer megastallen. GroenLinks zal er in de Tweede Kamer deze week alles aan doen om dát niet te laten gebeuren.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)