1.761
20

Tweede Kamerlid GroenLinks

Na een studie internationaal recht in Amsterdam, vertrekt Van Tongeren naar Australië. Daar is ze directeur van organisaties voor daklozen, vluchtelingen en mishandelde vrouwen. Ook is ze oprichter en directeur van een centrum voor vreedzame conflictbemiddeling. Terug in Nederland werkt Van Tongeren bij de provincie Noord-Holland, de gemeente Amsterdam en is ze directeur van een vrouwenopvang en een vestiging van de Sociale Dienst. Sinds 2003 is Liesbeth van Tongeren directeur van Greenpeace Nederland. Naast haar werk bij Greenpeace is ze bestuurslid van Women on Top en van een onderneming in duurzaam vastgoed. Ze werd in 2010 voor GroenLinks in de Tweede Kamer gekozen.

Groene economie: de vergroener verdient!

Ik kan me nog goed herinneren dat we op de lagere school, zo heette dat toen nog, onze eerste rekenlessen kregen. Op een gegeven moment kreeg ik ruzie met onze juf.

Ik zei dat je net zo goed had kunnen zeggen dat zes acht was en dat 3 plus 4 10. Juf werd boos en zei dat ik gewoon de goede getallen op moest schrijven. Mijn moeder, die nog van generatie is die ontslagen werd toen ze kinderen kreeg en dus thuis zat met een pot thee, zag direct dat er iets was toen ik uit school kwam. Ook zij begreep me niet en haalde appels en peren uit de keuken om simpele plus sommetjes nog een keer uit te leggen. Gelukkig begreep mijn vader mij wel. “Ja” zei hij “die namen voor die getallen zijn willekeurige afspraken. Het berust allemaal op afspraken die we zo gewoon zijn gaan vinden dat het voor ons geen afspraken meer zijn maar de werkelijkheid.” Dit is ook zo met onze economie.

Het is gewoon een set afspraken. Vaak als je kritiek hebt gaan economen uitleggen hoe het systeem en de afspraken in elkaar zitten. Ze denken dat je het niet begrijpt terwijl je de grondslagen van het systeem ter discussie wilt stellen.

Want werken de huidige afspraken goed?

We zijn gaan denken dat goed leven; gelukkig zijn, hetzelfde is geworden als economische groei. De meesten van ons nemen automatisch aan dat als de aandelen koers omhoog gaat dat dat goed voor ons is. Maar als je mensen vraagt waar de AEX staat of  om hoeveel geld het gaat in onze rijksbegroting hebben ze geen idee.

We denken dat we ons zorgen moeten maken als het bruto nationaal product naar beneden gaat, maar in het BNP zit een ‘systeemleugen’ : zowel een vervuilende fabrieksactiviteit als het opruimen van die vervuiling zijn economische activiteiten en dragen beiden bij aan het BNP.  Eigenlijk moet je economische groei corrigeren voor de kosten van de ecologische schade. Dan wordt de groei lager of krijgt je misschien wel krimp met de huidige definities.
Je kan hele stukken lezen in de krant die over economie gaan zonder dat het er maar een keer over gaat of mensen er beter van worden en hoe het met onze planeet is. Merkwaardig; het lijkt alsof het systeem er is om het systeem intact te houden.

Als we wereldwijd kijken naar de staat van onze planeet worden we ook niet vrolijk van alles wat dit economische systeem ons heeft gebracht. Natuurlijk ben ik blij dat er tampons zijn, en contactlenzen, dat ik zelf geen graan hoef te dorsen om s’ochtends vroeg eerst brood te gaan bakken voor het ontbijt maar..

• 1 miljard mensen heeft niet genoeg te eten. We gebruiken 80% van onze landbouwgrond wereldwijd voor vee of veevoeder. De hoeveelheid voedsel dat verrot en wordt verspild is enorm. Schattingen lopen tot 50%.

• Commercieel gevangen vis is op in 2050, 1 miljard mensen heeft geen toegang tot schoon drinkwater, wat wij hier per persoon gebruiken om de wc door te trekken is wat een gemiddeld iemand in een ontwikkelingsland heeft voor alle waterbehoefte, van het oerbos is nog  een vijfde over,  20- tot 50.000 plant- en diersoorten sterven per jaar uit; vooral door boskap.

• Grote groepen hebben geen toegang tot andere energie dan brandhout. Ondertussen verspillen we in de geïndustrialiseerde wereld heel veel energie. Gas wordt afgefakkeld, in westerse landen koelen of  verwarmen we vooral de buitenlucht, rivieren en de zee, we verlichten lege kamers, ongebruikte kantoren en eenzame stukken snelweg baden in het licht. Apparaten staan in hun eentje de hele nacht te zoemen zonder nut. Ondertussen manen overheden ons aan de verwarming lager te zetten en een trui aan te trekken.

• Sinds de start van de industrialisatie is de hoeveelheid broeikas gas met 40% toegenomen. Ondertussen neemt de uitstoot van broeikasgassen alleen af  bij de ineenstorting van de economie (Oostbloklanden) een financiële crisis, een terroristische aanslag (Twin Towers). IPCC heeft berekend dat als alle formele overheidsplannen tot CO2  reductie ook uitgevoerd waren we geen klimaatprobleem zouden hebben.  Ondertussen manen overheden ons aan om het klimaat te denken en organiseren klimaatstraatfeesten.

Onze economie zou er toch moeten zijn om te zorgen dat we nuttig bezig kunnen zijn, gezond en gelukkig kunnen blijven of worden en dat we onze planeet groen en gezond houden? Dit alles willen we doorgeven aan onze kinderen, het liefst zodat zij het (nog) beter hebben dan wij.

Als we deze financiële crisis al een echt wereldwijd probleem vinden dan wordt klimaatverandering een onbeschrijfelijke armageddon als we als mensheid niet op tijd ingrijpen.

Momenteel kost ons energie verbruik wereldwijd ongeveer 1,5% van ons wereldwijde BNP. Als we alle plannen voor schone energie uitvoeren zou dat 3% van ons wereldwijde inkomen zijn.  De fossiele industrie en de grootverbruikers van fossiele energie zouden versneld moeten worden vervangen door schone energie-industrie en schone verwarming/koeling en duurzaam vervoer en productie. Dat zou ook veel extra werkgelegenheid opleveren.  Sneller naar schone energie kan door een de Emissie Trading Systeem goed en serieus uit te voeren of een koolstof belasting in te voeren.

Een andere manier om schone energie dezelfde startkans te geven als vuile is te zorgen voor een gelijk speelveld – level playing field. Als bij alle energie soorten alle kosten meegeteld worden is schone energie goedkoper dan vuile en gaat de verandering vanzelf. Vuile energie veroorzaakt namelijk een heleboel kosten die we niet meetellen in de prijs van het product. Kosten van vervuiling bij de mijn, gezondheidskosten, afnamegaranties van de overheid, verkapte staatssteun zoals geen BTW op kolen bijvoorbeeld en zachte leningen zoals de Finse kerncentrale in aanbouw kreeg.

Bij fabrikanten zouden we het ‘Japanse’ systeem moeten invoeren. Er wordt elke 3 jaar gekeken welke TV, welke auto, welk horloge, welk mobieltje het schoonst en het meest energie-efficiënt is. Dat product is dan direct de standaard voor over 3 of 5 jaar. De dames en heren producenten weten dan direct in welke richting zij moeten innoveren. Ook bonussen zouden lijnrecht gekoppeld moeten zijn aan duurzame prestaties van het bedrijf over een termijn van minstens een jaar of vijf.

Grondstoffen moet fors duurder worden en de prijs van arbeid naar beneden. Dat betekent dat zaken repareren weer aantrekkelijker wordt dan dingen weggooien als er maar iets kleins aan stuk is. De cradle to cradle systematiek zou ook sterk bevorderd worden door hoge grondstofprijzen; want bij het ontwerpen wordt dan eerder rekening gehouden met repareren of recyclen dan nu met lage grondstofprijzen.

Veel genoemd maar nog niet serieus uitgewerkt door regeringen  is het invoeren van een lage BTW op schone producten en een hoge op vuile.
Het meeste maatschappelijke draagvlak is er voor milieumaatregelen die je alleen treffen als je voor die diensten of producten kiest. Koop je willens en wetens een Hummer dan is alles aan die auto heel erg duur. Koop je een Prius dan is het een stuk betaalbaarder. Een maatregel moet jou net zo treffen als de buurman. Dat vinden mensen eerlijk. De vliegtax is een heel goed voorbeeld.  Een vrijwillige CO2 bijdrage niet.  Nu is het de vervuiler shopt goedkoop – heb je voldoende schuldgevoel en geld dan shop je schoon en duur. Geheel verkeerde financiële prikkel; ieder kind weet dat je juist goed gedrag moet belonen.

Toen nu toe is het antwoord van de economen  dat het economische systeem gewoon goed werkt en dat bijvoorbeeld het rapport van de club van Rome volstrekt overtrokken is.  Trouwens, economen waarschuwden ook tegen de afschaffing van de slavernij – dan zou de wereld economie instorten – het stoppen van het gebruik van het landbouwgif  DDT zou in de VS een hongersnood veroorzaken.  Het antwoord van  gewone economen op honger, armoede en vervuiling is meer marktwerking.  Gelukkig zijn er ook economen die wat harder doordenken en die nu, na de crisis, uit de kast durven komen met hun kritiek op en verbeterpunten voor het huidige economische systeem.  Die moeten we omarmen en aanmoedigen, benoemen in commissies op het ministerie van economische zaken, op financiën, op de universiteiten en als bankiers.

Grote systeem veranderingen, paradigma veranderingen kwamen in de menselijke geschiedenis meestal na een oorlog.  We hebben één keer eerder een wereldwijd milieuprobleem afgewend door een verdrag tussen 180 landen op aarde. Het protocol van Montreal dat gaat over het behoud van de Ozonlaag.

Nu gaat de wereld een spannend proces aan om met 192 landen te besluiten over het terugdringen van broeikasgassen. Met deze processen moeten we nog flink oefenen want we staan de komende decennia voor veel mondiale milieuproblemen: zoet water, vis, biodiversiteit en landbouwgrond.  Of we leren dit op mondiaal niveau te doen of er zullen hierover meer oorlogen en conflicten uitgevochten worden.

Een economisch systeem is niet de werkelijkheid maar beïnvloedt die wel; wetgevers, beleidsmakers en verdragensluiters think global , act local! Een snelle overstap op schone energie met gratis grondstoffen uit eigen land zoals zon,wind en  aardwarmte is goed mogelijk. Wel moeten we dan gelijktijdig ook ons economische systeem hervormen.  Naar een systeem waar ‘groei’ in geluk en welzijn zwaarder tellen dan eng gedefinieerde economische groei.  Hoe sneller we een groene economie realiseren hoe sneller de werkelijkheid zal volgen; de vergroener verdient!

Geef een reactie

Laatste reacties (20)