1.717
18

Eerste Kamerlid GroenLinks

Margreet de Boer is Eerste Kamerlid voor GroenLinks en zelfstandig onderzoeker en trainer op het gebied van emancipatie en recht. In de Eerste Kamer doet ze de portefeuilles binnenlandse zaken, wonen, financien en justitie (m.u.v. strafrecht en migratierecht). Als onderzoeker /trainer zijn haar belangrijkste aandachtsgebieden mensenrechten -met een focus op mensenrechten van vrouwen, huiselijk- en seksueel geweld, en de (rechtspositie) van slachtoffers. Zij voert met haar eigen bedrijf PoWR (Projects on Women's Rights) onderzoeken en trainingen uit in Nederland, en werkt als partner in Rights4Change ook internationaal.
Margreet is lid van diverse werkgroepen en netwerken, zoals de werkgroep seksueel geweld van de Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann en de Academie Vrouwen tegen Geweld.
Margreet de Boer bekleedt diverse nevenfuncties; ze is onder meer bestuurslid van CoMensha, (Coordinatiecentrum Mensenhandel), en lid van de Raad van Toezicht van Triversum (kinder- en jeugdpsychiatrie). Ze is lid van de Raad van Advies van Stichting Zijweg en het Comité van Aanbeveling van Femmes for Freedom.

GroenLinks-jeugd, laat je niet manipuleren door de anti-abortuslobby

De verplichte bedenktijd bij abortus is niet alleen onnodig, maar zelfs schadelijk

GroenLinks heeft zich – net als andere liberale partijen – altijd verzet tegen de ‘betuttelende’ vijf dagen bedenktijd die in de abortuswet is opgenomen. In het concept-verkiezingsprogramma staat dan ook dat deze bedenktijd moet worden afgeschaft. DWARS, de (onafhankelijke) GroenLinkse jongeren, heeft een amendement ingediend om de bedenktijd te behouden. DWARS lijkt zich hierbij vooral te baseren op emotionele argumenten, en verhalen over vermeende misstanden.

Wij erkennen dat abortus een onderwerp is dat de emotie raakt; een onderwerp ook waar je niet lichtzinnig over moet denken. Wij zijn er echter ook van overtuigd dat er niet lichtzinnig over abortus wordt gedacht: niet door de vrouwen die ertoe besluiten; niet door de artsen die het uitvoeren, en niet door degenen die afschaffing van de verplichte bedenktijd bepleiten. Zowel om ideologische als om praktische redenen is en blijft afschaffing van de verplichte bedenktijd aangewezen.

De abortuswet is in de jaren tachtig van de vorige eeuw tot stand gekomen als compromis. Na een jarenlange strijd vanuit de vrouwenbeweging (‘de vrouw beslist’ en ‘Baas in eigen buik’) werd abortus gelegaliseerd. Om de confessionele partijen tegemoet te komen werd een verplichting van vijf dagen bedenktijd opgenomen in de abortuswet.

Deze bedenktijd is altijd een doorn in het oog gebleven van de vrouwenbeweging. Weliswaar mag de vrouw -na consultatie van een arts- zelf beslissen; de wet wantrouwt deze beslissing  echter bij voorbaat: we geloven niet dat een vrouw goed genoeg heeft nagedacht, en sturen haar weg om er verplicht nóg eens vijf dagen over na te denken. Een verplichte bedenktijd is dan ook een beperking van het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen.

Nu zou een beperking van dat zelfbeschikkingsrecht misschien nog te rechtvaardigen zijn wanneer de praktijk zou uitwijzen dat vrouwen zeer lichtzinnig besluiten tot een abortus, maar daartoe aangezet door de verplichte bedenktijd ‘tot inkeer komen’. Niets is echter minder waar. Uit de evaluatie van het functioneren van de abortuswet die in 2004/2005 is uitgevoerd blijkt dat de verplichte bedenktermijn van vijf dagen vrijwel nooit invloed heeft op de beslissing van de vrouw, dat zowel de vrouwen als de artsen het als nutteloos of zelfs storend ervaren, en dat alle betrokkenen liever in overleg bepalen hoelang de bedenktermijn zal zijn.

Een verplichte bedenktijd is niet alleen onnodig, hij kan ook schadelijk zijn. Het is beknellend voor vrouwen en meisje die al lang na hebben gedacht, de stap hebben gezet en vervolgens weer naar huis worden gestuurd om nog eens vijf dagen na te denken. Het is schrijnend, en mogelijk gevaarlijk, waar het gaat om meisjes uit traditionele kringen die hun zwangerschap thuis geheim moet houden omdat ontdekking een breuk met de familie of zelfs geweld tot gevolg kan hebben.

Het wordt tijd dat vrouwen echt baas in eigen buik mogen zijn. Vrouwen zijn heel wel in staat om in goed overleg met hun arts te komen tot een besluit om wel of niet tot abortus over te gaan. Vanuit de anti-abortus beweging mogen er verhalen worden verspreid dat  artsen alleen maar zo veel mogelijk foetussen zouden willen aborteren, de werkelijkheid is anders. Artsen zijn professioneel genoeg om waar dat nodig is bedenktijd te adviseren. Of dat nu 3 dagen, vijf dagen of een week is. En ze zijn ook professioneel genoeg om vrouwen voor wie het besluit vast staat zo snel mogelijk te helpen.

Er is op basis van rationele argumenten dus geen enkele reden voor een wettelijk verplichte bedenktijd, terwijl er wél redenen te over zijn om vrouwen zelf te laten beslissen hoe lang ze willen nadenken over een abortus.

Wij vertrouwen er op dat het congres van GroenLinks tot een zelfde conclusie komt. En we hopen dat DWARS zichzelf een bedenktijd gunt om hun standpunt nog eens te heroverwegen.

Deze column is geschreven in samenwerking met Marie-Christine van der Gronde (DWARS-lid / bestuurslid Feministisch Netwerk GroenLinks), Hanneke Felten (voorzitter Feministisch Netwerk GroenLinks) en Hilda Passchier (oud actievoerder Dolle Mina /  Wij Vrouwen Eisen)

Geef een reactie

Laatste reacties (18)