2.195
20

Onderzoeksjournalist

Olivier van Beemen was tussen 2002 en 2012 correspondent in Frankrijk voor onder meer Het Financieele Dagblad, Knack (B) en Elsevier. In 2009 verscheen zijn boek In Parijs en de afgelopen drie jaar heeft hij diepgravend onderzoek gedaan naar de Afrikaanse activiteiten van Heineken, wat resulteerde in het boek Heineken in Afrika (Prometheus 2015).

Heineken, oplossing voor elk wereldprobleem

Politici, premier Rutte voorop, laten zich zand in de ogen strooien door blind te varen op de duurzaamheidsretoriek van multinationals, schrijft de auteur van het pas verschenen boek 'Heineken in Afrika'

Daar deed hij het wéér. Eerst prees Mark Rutte Heineken dit najaar bij de Verenigde Naties als een motor voor ontwikkeling van arme landen en vorige week noemde hij de bierbrouwer tijdens de klimaattop in Parijs een van de Nederlandse bedrijven die in zijn ogen de verwarming van de aarde helpen te beperken.
Complexe mondiale vraagstukken hebben voor de premier blijkbaar een eenvoudige oplossing: een grotere rol voor het bedrijfsleven, met Heineken als paradepaardje.

Naar dat bedrijf heb ik de afgelopen drie jaar onderzoek gedaan, in het bijzonder naar de Afrikaanse activiteiten. Over de invloed van de brouwer op klimaatverandering lijkt het me lastig gefundeerde uitspraken te doen. Wel weet ik dat milieumaatregelen voor de bierbrouwer in Afrika geen prioriteit hebben. Bij veel brouwerijen stroomt het afvalwater vol chemicaliën ongezuiverd de zee of de rivier in, zonder dat iemand ervan wakker ligt. Van bemoeizuchtige ambtenaren, als die al bestaan, heeft de onderneming geen last zolang ze op gezette tijden een gratis kratje bier mee naar huis krijgen.

Nieuwe brouwerijen worden soms gebouwd op plekken zonder stroom, zoals een megabrouwerij in Nigeria, die volledig afhankelijk is van energieslurpende generatoren. ‘Zes miljoen liter diesel gaat er per maand doorheen’, meldde NRC Handelsblad tijdens een bezoek.

Naar de invloed van Heineken op de economische en maatschappelijke ontwikkeling van Afrika heb ik wel diepgravend onderzoek gedaan en de conclusies zijn weinig rooskleurig. De brouwer claimt honderdduizenden banen te creëren op het continent en goede arbeidsomstandigheden te bieden, maar in de praktijk blijkt het bovenal om indirecte banen te gaan die slechts ten dele afhankelijk zijn van Heineken en minimale inkomsten bieden, ook op Afrikaanse schaal. Denk aan dorpelingen die een krat bier de hele dag op het hoofd dragen in ruil voor een kleine fooi. 

De Wereldgezondheidsorganisatie concludeerde zelfs dat de internationale bierindustrie in Afrika per saldo helemaal geen werk oplevert, omdat als gevolg van concurrentie met lokale, traditionele brouwers ook veel banen verloren gaan.

Studies van adviesbureaus die van Heineken de opdracht kregen de positieve invloed van het bedrijf in kaart te brengen, melden dat de brouwer veel waarde toevoegt aan de economie. Wanneer echter ook de negatieve invloed wordt meegerekend, zoals de gevolgen van alcoholmisbruik, is het aannemelijk dat het bedrijf eerder onderontwikkeling in stand houdt dan verrijking brengt. Illustratief is het staatje Burundi, dat na ruim een halve eeuw economische dominantie door Heineken het op een na armste land ter wereld is. 

Maar de bierbrouwer doet zoveel goede dingen voor Afrika, kreeg ik de afgelopen jaren vaak voor de voeten geworpen: het bedrijf knapt schooltjes op en verstrekt aidsremmers. Als de lokale overheid tekortschiet, is Heineken bereid publieke taken op zich te nemen. 

(Een opgeknapt schooltje nabij de stad Enugu in Nigeria, voorzien van het logo van de lokale dochteronderneming van Heineken ‘om de consument van de toekomst vast warm te maken’. Foto: Olivier van Beemen)

Zelf bezocht ik aantal van die opgeknapte schooltjes, die meestal niet meer dan een lik verf hadden gekregen en waren voorzien van een brouwerijlogo om de consument van de toekomst vast warm te maken. Aidsremmers werden pas serieus genomen toen het vermoeden rees dat ze meer zouden opleveren dan kosten. De brouwer wil best ‘iets goeds’ doen, maar alleen als het meer oplevert. 

Maar – zo kreeg ik ook vaak te horen – is het niet logisch dat Heineken zaken wat gunstiger voorstelt dan ze zijn? Het is immers een bedrijf met als eerste doelstelling zoveel mogelijk winst te boeken. Dat er een dun lijntje loopt tussen verantwoord ondernemerschap en marketing, mag als bekend verondersteld worden. Wie is er nu zo naïef om de duurzaamheidsretoriek echt serieus te nemen?

Uit de herhaalde steunbetuigingen van Rutte blijkt dat deze al dan niet naïeve houding zeer wijdverbreid is, niet alleen op rechts. Ook PvdA-minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel) heeft haar beleid gebaseerd op de overtuiging dat welwillende bedrijven motoren zijn voor ontwikkeling en ook zij laat geen gelegenheid onbenut om haar waardering voor Heineken in Afrika te openbaren. Zelfs koningin Máxima prees de bierbrouwer tijdens een bezoek aan Ethiopië. 

De liefde van de publieke sector voor het bedrijfsleven, die het best tot uiting komt in publiek-private partnerschappen waarin beide vaak samenwerken met maatschappelijke organisaties, leidt tot een riskante rolvervaging, die doorgaans in het voordeel is van de private sector. De overheid en ngo’s willen immers laten zien dat ze de tijdgeest begrijpen en dat ook zij marktgericht kunnen handelen. Ze stellen zich in dienst van de ondermening. 

Het gevaar is dat de overheid het bedrijf niet langer in eerste instantie regels oplegt en controleert, maar ondernemingen beschouwt als gelijkwaardige partners met wie zij een gemeenschappelijk belang heeft gecreëerd. ‘Alle neuzen dezelfde kant op’, noemen ze dat op het ministerie van Buitenlandse Zaken. 

En zo kan het gebeuren dat de Nederlandse overheid een deel van de investeringskosten van Afrikaanse landbouwprojecten van Heineken subsidieert, die tot goedkopere grondstoffen en hogere winstmarges moeten leiden. Dat Heineken door lage personeelskosten en hoge prijzen gemiddeld bijna 50 procent meer aan een flesje bier overhoudt in Afrika dan elders, doet blijkbaar niet terzake.

Heineken kan tevreden zijn: het bedrijf krijgt de kans zich als corporate weldoener te presenteren, terwijl de risico’s goeddeels op rekening komen van de belastingbetaler. Als de brouwer besluit dat het toch rendabeler is om grondstoffen te blijven importeren, trekt het gewoon de stekker uit het project. De kater is voor de Afrikaanse boeren.


Olivier van Beemen deed drie jaar onderzoek naar Heineken in Afrika. Daarover bracht hij kort geleden een boek uit. Meer informatie op heinekeninafrika.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (20)