2.622
12

Schrijver/ columnist

Gabriëlle Jurriaans (1971) is schrijver en journalist en mede-oprichter van ouderschapsplatform KROOST.

Help vrouwen weer baas in eigen bh te worden

Het felle debat over borstvoeding verhult het echte probleem; alle pro-borstpraat van zorgverleners ten spijt, faalt de echte begeleiding van net bevallen moeders

Het was weer een fijn weekje vol borstvoeding-bashen; wat begon met een serie tweets van VVD-prominent en fervent twitteraar Haitske van der Linden over een zeer ongelukkige borstvoedingsvoorlichting in het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein, werd al snel gevolgd door traditionele media en eindigde in een sneercolumn over ‘zooggekkies’. Het is al jaren duidelijk: als iets de perfecte brandstof is voor een virtueel potje bekvechten, dan is het borstvoeding wel. Van alle onderwerpen over ouderschap is het voedsel van de allerkleinsten verreweg het meest ontvlambare.

Weinig hulp
Maar waarom eigenlijk? Dat borstvoeding veel stress en onzekerheid rond de kraamperiode veroorzaakt, is een feit. 74% begint al dan niet optimistisch met hun baby aan de borst, maar na een maand is zo’n 54% al afgehaakt. Die vrouwen voelen zich vaak vervelend, verdrietig en, ja, ook schuldig over die keuze. Maar in plaats van die negatieve emoties te wijten aan al te dwingende promopraat en oordelende medemoeders, zouden de pijlen gericht moeten worden op de werkelijke oorzaak: borstvoeding is in onze maatschappij allesbehalve vanzelfsprekend en vrouwen ontberen na de bevalling de adequate hulp die nodig is om van borstvoeding een succesverhaal te maken. Anders dan de leuke folders en sturende adviezen van zorgverleners doen vermoeden, schort er namelijk nogal wat aan die hulp.

Waarom lukt het in zo veel gevallen slecht om een baby aan de borst te krijgen en ook te houden? Die oorzaak moeten we in eerste instantie zoeken in de manier waarop onze maatschappij is ingericht. Elke dierentuinopzichter zal je vertellen dat een apenmoeder alleen dan haar jong zal zogen, als ze is opgegroeid met apen die eerder hetzelfde deden. Soms wordt er zelfs een mensenmoeder gecharterd om voor het hok borstvoeding te geven, in de hoop dat de zwangere aap het oppikt.

Moeders staan met 1-0 achter
Zien voeden doet voeden; dat geldt ook voor mensenmoeders. Dat vrouwen die socialisatie node moeten missen, lijkt niet goed door te dringen tot diegenen die roeptoeteren over niet bestaande maffiapraktijken. De werkelijkheid is dat aanstaande moeders in Nederland nog voor de bevalling op 1-0 achterstand staan. De helft van de Nederlanders ziet borstvoeding zelfs liever achter gesloten gordijnen plaatsvinden, blijkt uit enquêtes. In een open cultuur waarin van alles moet kunnen en oordelen niet mag, is het nu juist deze lichamelijke functie die een Victoriaanse mentaliteit in ons naar boven doet drijven. Dat zorgt ervoor dat borstvoeding amper nog in het straatbeeld te zien is, maar ook dat het de drempel om borstvoeding te geven hoger is. Een mes dat aan twee kanten snijdt. Vrouwen die borstvoeding willen geven verdwijnen zo in het verdomhoekje – soms zelfs letterlijk, wanneer zij in een winkel of café naar een openbare plee worden verwezen.

Door dat gebrek aan socialisatie, is hulp bij borstvoeding direct na de geboorte noodzakelijk. Dit gebeurt echter lang niet altijd en de kwaliteit van de hulp die wél geboden wordt, laat vaak te wensen over. Je kunt je afvragen wat een borstvoedingscertificaat van een ziekenhuis voorstelt als moeders na hun bevalling urenlang moeten wachten tot ze voor het eerst hun kind kunnen aanleggen, als ‘zware’ kinderen soms zonder instemming van de ouders een fles poedermelk krijgen in verband met vermeende lage bloedsuikers, als baby’s soms aan de borst gedwongen worden door een al te kordate verpleegkundige, waardoor die daarna stelselmatig de borst weigert.

De eerste uren en dagen na de bevalling zijn bepalend voor het al dan niet slagen van borstvoeding. Anders dan hun soms al te fanatieke pro-borstpraat doet vermoeden, ontbeert het zorgverleners vaak aan up-to-date kennis over borstvoeding. ‘Borstvoeding is het beste’ is een loze kreet als het directe hulp na de bevalling niet dichterbij brengt.

‘Geef maar een fles’
Het is hoe dan ook jammer dat de focus in het debat zo op dat nogal ongrijpbare concept van schuldgevoel ligt, terwijl het eigenlijke pijnpunt juist is dat zoveel vrouwen borstvoeding willen geven en daar noodgedwongen mee moeten stoppen. Wanneer de eigenlijke vraag van veel vrouwen, ‘help mij borstvoeding te geven’ is, dan is ‘geef maar een fles’ geen antwoord. En stoppen met al te fanatieke borstvoedingspromo is dan bij lange na niet genoeg. Dan is het zaak om te onderkennen dat borstvoeding niet altijd zomaar vanzelf gaat, dat hulp heel hard nodig is en dat we het onacceptabel moeten vinden dat zoveel vrouwen pijn en verdriet moeten ondergaan. Dat is geen zaak van verschillende kampen, van mommy wars die telkens weer ontsporen: het is een zaak van solidariteit en het zou hoog op de (feministische) agenda moeten.

Gezamenlijk doel
Het besef moet er komen dat er geen “kampen” van borstvoeders en flesvoeders zijn, maar dat we een gezamenlijk doel hebben, namelijk vrouwen steunen bij hun beslissing. En er is geen werkelijke vrije keuze mogelijk, zolang die daadwerkelijke hulp en kennis ontbreekt. Dat schuldgevoel zal blijven, met of zonder promopraat. Een uitspraak als ‘borstvoeding is het beste’ is net zo goed ondermijnend en betuttelend als ‘een fles is net zo goed’. Het helpt die worstelende moeder die graag haar kind aan de borst wil voeden geen steek verder. Het is tijd dat we niet het een of het ander promoten, niet iemand de schuld geven van ons rotgevoel, maar onze boosheid richten op waar het hoort: op de zorgverleners die er niet waren toen jonge moeders hen het hardst nodig hadden.

Dit artikel verscheen eerder op www.kroost.org en is geschreven door Annemiek Verbeek en Gabriëlle Jurriaans

Geef een reactie

Laatste reacties (12)