406
6

Hoogleraar duurzame transities

Jan Rotmans is hoogleraar transitie economie aan het Dutch Research Institute for Transitions (Drift) aan de Erasmus Universiteit en oprichter van Urgenda. Hij publiceert over klimaatverandering en transitie naar duurzaamheid.

Het CO2-dilemma van Rotterdam

Je verduurzaamt volledig of niet, maar niet een beetje: je kunt per slot ook niet een beetje zwanger zijn

In mei 2007 werd het Rotterdams Climate Initiative (RCI) opgericht, een grootstedelijk klimaatprogramma met de meest ambitieuze klimaatdoelstellingen ter wereld: 50% CO2-reductie in 2025 ten opzichte van 1990 en 100% klimaatbestendig in 2025. Dit alles in combinatie met een versterking van de Rotterdamse economie.

Het RCI heeft Rotterdam veel goeds gebracht. Tal van klimaatinitiatieven werden uit de grond gestampt, nieuwe netwerken ontstonden waarbij veel bedrijven aanhaakten en er werd geïnvesteerd in energiezuinige gebouwen, groene daken, windenergie, waterpleinen, elektrisch vervoer en…: CO2-opslag. En dat alles gedaan door een klein programmabureau, dat verantwoording aflegt aan een onafhankelijke boord, destijds voorgezeten door Ruud Lubbers.

In het najaar 2007 werd besloten om twee nieuwe kolencentrales te bouwen in Rotterdam, op de Maasvlakte. Dat stond haaks op de doelstellingen van het RCI, want gezamenlijk zouden de twee kolencentrales jaarlijks zo’n 9,5 miljoen ton CO2 uitstoten, equivalent van 3,5 miljoen auto’s. De oplossing werd gezocht in het ondergronds opslaan van CO2, wat destijds nog een veelbelovende techniek leek.

Onderzoeksinstituut DRIFT monitorde het RCI-programma van jaar tot jaar en waarschuwde in 2009 reeds voor het grote risico dat het RCI nam. De 50% CO2-reductiedoelstelling werd een molensteen om de nek van Rotterdam: tweederde van die reductie moest worden gehaald door CO2-opslag. Dat betekende dat, mocht het om wat voor reden niet lukken om CO2 onder de grond op te slaan, de bodem zou wegvallen onder de 50% CO2-reductie. Sterker nog, dan zou de uitstoot niet met 50% afnemen, maar met 40% toenemen.

Het DRIFT-rapport gaf aan dat elke vorm van risico-strategie ontbrak. Op geen enkele wijze werd rekening gehouden met het niet doorgaan van CO2-opslag, terwijl er miljardeninvesteringen in het geding waren. De rapportage viel niet in goede aarde en de boord van het RCI verzocht uitdrukkelijk om het rapport niet uit te brengen en sloeg de waarschuwingen welbewust in de wind.

We zijn nu 4 jaar verder en CO2-opslag lijkt in Rotterdam inmiddels onhaalbaar. Ook omdat er geen bindende afspraken zijn gemaakt met de energiebedrijven EON en Electrabel over de CO2-opslag. Maar niet alleen in Rotterdam, overal ter wereld komt men hierop terug, vanwege technische problemen, financiële problemen (te duur) en maatschappelijke weerstand. Het worst-case scenario dreigt nu realiteit te worden.

De werkelijkheid is echter nog zwarter: zelfs als de CO2-opslag zou doorgaan dan zit Rotterdam opgescheept met twee overbodige kolencentrales die duizenden mensen ziek maken, o.a. door honderdduizenden kilogram fijnstof per jaar; en nog steeds met een grootschalig petrochemie- en energiecomplex in de Botlek, waarin niet de voorkant van het productieproces wordt vergroend (via bioraffinage) maar slechts aan de achterkant (CO2-opslag). Dat betekent dat, zelfs als de 50% CO2-reductiedoelstelling gehaald wordt, en die kans is vrijwel nul, dat de volgende 50% reductie onhaalbaar is. Men heeft namelijk niet ingezet op systeemvernieuwing maar op systeemoptimalisatie.

Rotterdam zit dus klem de komende jaren. Stad en haven zitten in een CO2 lock-in. Alleen radicale vernieuwing richting een groene (op biomassa) gerichte haven en een energiezuinige stad, helpt de stad uit dit CO2-dilemma. Je verduurzaamt volledig of niet, maar niet een beetje: je kunt per slot ook niet een beetje zwanger zijn.

Volg Jan Rotmans ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (6)