1.049
15

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

Het demonstratierecht van Klaas

Als een situatie niet veilig is, dan is de juiste reactie niet om demonstraties te verbieden, maar om die veilig te maken

Inperking van het grondrecht om te demonstreren. Waar kennen we dat ook weer van? O ja, van autoritaire leiders als Nicolás Maduro in Venezuela en Vladimir Putin in Rusland. En sinds drie weken ook van de leiders van de grootste partij in ons land, Klaas Dijkhoff en Mark Rutte.

“Geen demonstraties bij de intocht.” Op 19 november riep Klaas Dijkhoff, voorzitter van de VVD-Tweede Kamerfractie, via Facebook op tot het afzien van demonstraties bij Sinterklaas-intochten. “En mochten mensen volgend jaar hier geen gehoor aan geven, dan, lieve burgemeesters: van de intocht tot het feest even geen demonstraties.” Dat zou een demonstratieverbod zijn van ruim twee weken.

Lieve burgemeesters
Premier Mark Rutte echode Dijkhoffs oproep. Hij pleitte op dezelfde dag als zijn partijgenoot voor een “andere aanpak” van demonstraties bij intochten. De Volkskrant meldde de dag erna dat “Rutte vindt dat demonstraties alleen gehouden moeten worden op plaatsen waar kinderen er niet mee geconfronteerd worden.” Het demonstratierecht schuift hij op die wijze wel heel gemakkelijk terzijde.

Dijkhoff of Rutte mag geen demonstraties verbieden. Vandaar dat Dijkhoff zich richt tot de “lieve burgemeesters,” die dat wel mogen – maar dat louter mogen als het voor hen onmogelijk is om chaos te voorkomen. Dat is vrijwel nooit zo. Zeker niet na de vorming van de Nationale Politie in 2013, waardoor altijd wel voldoende menskracht kan worden gemobiliseerd om orde te handhaven.

De lieve burgemeesters hebben immers “tot taak, met hulp van de politie, al het mogelijke te doen om dat recht op demonstratie mogelijk te maken en ook te beschermen,” zoals journalist Folkert Jensma 24 november in NRC Handelsblad terecht opmerkt. “Hoe impopulair die mening ook is. Want juist impopulaire meningen die lokaal mogelijk op verzet kunnen rekenen moet de overheid beschermen.” Er is geen enkele andere grond om demonstraties te verbieden. Dat is met opzet zo vastgelegd, zo legt Jensma uit aan de hand van een rechterlijke uitspraak over de intocht te Dokkum vorig jaar. Ja, zelfs de “vrees voor vijandige publieksreacties is geen aanleiding om demonstraties te beperken of te verbieden,” want “het moet niet lonen om te dreigen met het verstoren van een demonstratie.”

Niettemin heeft de Nationale ombudsman in liefst vier onderzoeken sinds 2007 vastgesteld “dat burgemeesters en politie het demonstratierecht niet altijd voldoende waarborgen.” In het recentste rapport, van maart dit jaar, beschrijft een burger dat (onverplicht) vooraf melden van de demonstratie “voelt als een sollicitatiegesprek en de gemeente bepaalt dan of we wel of niet mogen demonstreren.”
Daarnaast vinden er bij demonstraties soms juridisch dubieuze politieacties en arrestaties plaats. “De politie op straat wil nog wel eens zelf een andere afweging maken dan de burgemeester vanuit zijn kamer op het stadhuis.” Die politie, aldus het rapport, snapt “niet altijd waar het om gaat, namelijk het op een goede manier faciliteren van de uitoefening van het grondrecht om te mogen demonstreren.”

In plaats van demonstraties te beschermen en in goede banen te leiden door meer blauw op straat kiezen die lieve burgemeesters nog veel te vaak voor de gemakkelijke weg. Zoals de ombudsman constateert: “De overheid neigt naar risicomijdend gedrag.” Precies de laffe, antiliberale houding die Dijkhoff en Rutte aannemen – en waartoe eerstgenoemde de lieve burgemeesters zowaar oproept. Zelfs het beperken van een demonstratie vanwege de inhoud komt voor, zo staat in dat rapport: “De inhoud moet eigenlijk buiten schot blijven, maar dat is niet altijd het geval.” Dat is uit den boze. Immers, iedereen mag in onze democratische rechtsstaat zonder toestemming of vergunning overal voor of tegen demonstreren. Als burgemeesters of andere politici dit recht beperken, kan dat echt niet.

Maar Dijkhoff betrekt de inhoud in zijn oproep, zo lijkt het. Hij pleit immers niet voor een algemeen demonstratieverbod, maar verwijst naar “de intocht” en naar voor- en tegenstanders van Zwarte Piet. Daarmee impliceert Dijkhoff dat daarover niet zou mogen worden gedemonstreerd. Een impliciete oproep tot een verbod om over een bepaalde kwestie te demonstreren – dat is ronduit autoritair.

Tegenwind
Dat er kinderen bij zijn is geen reden om de rechtstaat opzij te schuiven. Zoals burgemeester Koen Schuiling van Den Helder, ook VVD, 24 november in NRC Handelsblad stelt: “Mijn collega’s en ik hebben getracht dat uit te leggen”: we hebben “een eed op de Grondwet (..) afgelegd. Soms betekent dat dat je de rug recht, de tegenwind trotseert en voor onze liberale democratische waarden staat.”

De orde moet daarbij worden gehandhaafd, zoals altijd. Als een situatie niet veilig is, dan is de juiste reactie niet om demonstraties te verbieden, maar om die veilig te maken. Zoals in alle beschaafde landen. We hebben de keuze: laten we bij de jaarlijkse intocht zien dat het demonstratierecht in ons land nauwgezet wordt gerespecteerd, of laten we zien dat dat recht bij het minste of geringste vervalt? Dat is de keuze, elk jaar weer.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)