799
15

SP-Fractievoorzitter Europees Parlement

Dennis de Jong (1955) is sinds juli 2009 de fractievoorzitter van de SP in het Europees Parlement. Hij is lid van de commissies interne markt, burgerlijke vrijheden (Justitie en Binnenlandse Zaken) en begrotingscontrole, en vice-Voorzitter van de groep Verenigd Links. Daarnaast houdt hij zich bezig met algemene Europees-politieke onderwerpen en probeert hij de invloed van lobbyisten van grote bedrijven te beteugelen en transparantie in Brussel te vergroten.

Voordat hij Europarlementariër werd, werkte hij o.a. bij het ministerie van Buitenlandse Zaken als adviseur mensenrechten en goed bestuur. In de jaren '90 werkte hij bij de Europese Commissie en daarna bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EU, waar hij zich vooral met immigratie en asiel bezighield.

Het Europese asielsysteem kraakt

Nieuwe Dublin-afspraken zijn niet voldoende

Het Europese asielsyteem kraakt. In overvolle opvangkampen in Italië en Griekenland wachten tienduizenden asielzoekers op een oordeel over hun status. Inhoudelijk zijn het Europees Parlement, de regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie het grotendeels eens over nieuwe afspraken met betrekking tot de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor een asielverzoek, de zogeheten Dublin-afspraken. Positief is dat in de nieuwe afspraken wordt erkend dat lidstaten zulke ernstige problemen kunnen hebben met hun asielprocedure dat er aan hen geen asielverzoeken meer kunnen worden overgedragen.

De structurele problemen worden in de nieuwe afspraken echter niet opgelost: als gevolg van de Dublin-criteria krijgen landen met lange buitengrenzen nog altijd de meeste asielverzoeken te behandelen. Dat is teleurstellend: Raad en Parlement hadden er beter aan gedaan ook de verantwoordelijkheidscriteria zelf kritisch te bezien; nu zal een echte oplossing nog jaren op zich laten wachten. Ondertussen blijft de opvang en de procedure in veel Zuid-Europese landen onder de maat.

Toen ik begin jaren negentig aan de onderhandelingstafel zat om het eerste Dublin-verdrag vast te leggen was al duidelijk dat deze afspraken een grote invloed zouden hebben. Zonder controles aan de binnengrenzen kunnen asielzoekers zich vrij bewegen over het gehele grondgebied van de Europese lidstaten. Hierdoor kan een asielzoeker van de ene lidstaat naar de andere lidstaat trekken en telkens opnieuw een verzoek indienen. De kans dat een asielzoeker, waarvan het asielverzoek in een lidstaat is afgewezen, in een andere lidstaat wel als vluchteling erkend zal worden, is minimaal. Daarom is toen afgesproken om één lidstaat verantwoordelijk te stellen voor de gehele asielprocedure. Dat voorkomt frustratie voor de asielzoekers en het ontlast de asielprocedures in de lidstaten.

Via het oorspronkelijke  Dublin-Verdrag, later de Dublin-verordening, is dan ook een lijst met criteria overeengekomen op basis waarvan steeds één lidstaat verantwoordelijk wordt gesteld. Het land waar de asielzoeker als eerste de Europese Unie is binnengekomen, is in beginsel verantwoordelijk voor behandeling en eventuele toekenning van een vluchtelingenstatus. De andere lidstaten kunnen asielzoekers die toch doorreizen, terugsturen naar die lidstaat zonder het asielverzoek te behandelen.

In de praktijk leveren deze afspraken grote problemen op. Landen met lange buitengrenzen, zoals in Oost- en Zuid-Europa krijgen te maken met de grootste instroom van asielzoekers. Iedereen herinnert zich de taferelen op het eilandje Lampedusa, waar Italië asielzoekers liet bivakkeren in een halfopen en overvolle opvang in plaats van ze een behoorlijke asielprocedure te bieden. Griekenland maakt er helemaal een potje van: de situatie is daar zo onmenselijk dat het Europees Hof het terugsturen van asielzoekers aan Griekenland heeft opgeschort. Er bestaat volgens het Hof geen garantie op eerlijke toegang tot de asielprocedure.

Daarom heb ik in het Europarlement geprobeerd om in de nieuwe afspraken in ieder geval te erkennen dat het soms juridisch onmogelijk is om asielverzoeken naar een lidstaat over te dragen. Ik had gehoopt dat op basis daarvan een discussie over het hele systeem mogelijk zou worden. Nu is er slechts vastgelegd om een ‘early warning’ systeem in te stellen waardoor tijdig wordt geconstateerd wanneer het fout gaat met de asielprocedures in een lidstaat.

Na definitieve aanvaarding van de nieuwe afspraken moet de discussie hierover dan ook niet verstommen. Naar mijn mening zullen we toe moeten naar een geheel nieuw systeem, waarbij er aanmeldingscentra worden opgezet op het grondgebied van de lidstaten, dichtbij de buitengrenzen. Daar wordt een schifting gemaakt tussen kennelijk ongegronde asielverzoeken en andere verzoeken die nadere behandeling vereisen. Die laatste categorie wordt volgens overeen te komen criteria verdeeld over alle lidstaten. Daarbij zal rekening moeten worden gehouden met de grootte van een land en de bevolkingsdichtheid. Zo wordt recht gedaan aan de solidariteit die nu wel op papier bestaat tussen de Europese landen maar die in praktijk ver te zoeken is.

Dit systeem heeft nog een belangrijk voordeel: het voorkomt een aanzuigende werking. Asielzoekers zullen niet langer door de aanmelding naar de voor hen meest gunstige lidstaat trekken. Hierdoor wordt het voor lidstaten weer mogelijk om een ruimhartig vluchtelingenbeleid te voeren, zonder bang te hoeven zijn voor extra grote hoeveelheden asielverzoeken. Dat geeft in de toekomst hoop op een menswaardiger asielbeleid dan we van de kabinetten Rutte gewend zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)