2.457
93

Tweedekamerlid SP

Harry van Bommel (1962) is tweedekamerlid voor de SP. Sinds 1986 is hij lid van de partij. In 1990 werd hij voor de SP lid van de deelraad Amsterdam Oost en voorzitter van de afdeling Amsterdam Oost. In 1994 werd Van Bommel het eerste SP-gemeenteraadslid in Amsterdam. Sinds de entree van de SP in de Tweede Kamer is Van Bommel beleidsmedewerker Onderwijs en Defensie voor de nieuwe fractie. Hij werkte onder andere mee aan het spraakmakende rapport over (het gebrek aan) kansen voor jongeren "Alles Kids?".

Van Bommel studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam (afgestudeerd in 1994) en doceerde hij enkele jaren Nederlands en Engels op een MBO-school.

Het Europese bouwwerk bevindt zich in kritieke toestand

Nu het Europese project aan alle kanten barsten begint te vertonen, is het tijd om pas op de plaats te maken en nieuwe samenwerkingsverbanden te ontwikkelen

cc-foto: Hendrik Dacquin

Het Europese project dreigt van alle kanten uit elkaar te vallen. In plaats van verder uit te breiden, zou de EU meer werk moeten maken van alternatieve samenwerkingsvormen, betoogt SP-Tweede Kamerlid Harry van Bommel.

Het gebeurt niet snel, maar ik ben het volkomen eens met Frans Timmermans’ uitspraak dat Europa zich in een “perfecte storm” bevindt. Alleen: hij deed die uitspraak alweer een jaar geleden. Sindsdien is de storm allerminst gaan liggen. Verre van dat zelfs: een van de belangrijkste lidstaten, het Verenigd Koninkrijk, besloot deze zomer de Unie te verlaten. Euroscepsis, bestaansonzekerheid en het verzet tegen migranten vormden de belangrijkste oorzaken daarvan.
Deze trends zijn ook in andere landen zichtbaar, zoals in Frankrijk. Ook in het oosten en zuiden is het onrustig: Hongarije en Polen verwijderen zich steeds verder van de Europese rechtsstaatprincipes, in Oost-Oekraïne woedt tot op heden een burgeroorlog, en Griekenland is nog lang niet van zijn schuldenlast verlost.

Ondertussen doemt de mogelijkheid van een “italexit” op aan de hemel in afwachting van Renzi’s referendum aanstaande zondag. Het Europese bouwwerk bevindt zich kortom in een kritieke toestand.

Gelukkig erkende de Europese Commissie -destijds in relatief rustig vaarwater- aan het begin van haar regeertermijn dat er de komende jaren geen nieuwe landen moeten toetreden tot de EU. Vriend en vijand zijn het erover eens dat het tempo waarmee de EU sinds 2004 werd uitgebreid (dertien nieuwe leden in een decennium) veel te hoog lag, wat de EU onbestuurbaar maakte en het vertrouwen in de Unie ondermijnde.

Maar de visie van de Commissie op Europese uitbreiding anno 2016 is nogal fantasieloos: de Commissie stelt slechts voor om het uitbreidingsbeleid te “herkalibreren” en wil ondertussen toetredingsonderhandelingen starten met Albanië.
Het is echter de hoogste tijd dat de EU zich fundamenteel gaat herbezinnen op bestaande en nieuwe vormen van samenwerking tussen de EU en derde landen. Ga maar na: het Verenigd Koninkrijk, Oekraïne, Turkije, de “Balkan zes” (Macedonië, Albanië, Kosovo, Servië, Bosnië en Montenegro), het zijn allemaal landen die zich verwant voelen met de EU, maar waarbij lidmaatschap op dit moment, om verschillende redenen, niet aan de orde is.

Er zijn meer smaken als het gaat om het aangaan van Europese relaties. En om misverstanden te voorkomen: daar is natuurlijk helemaal niets mis mee. Europa is ook een waardegemeenschap, waar sterke verzorgingsstaten, democratische beginselen, de rechtsstaat en mensenrechten landen met elkaar verbinden. Maar nu het Europese project aan alle kanten barsten begint te vertonen, is het tijd om pas op de plaats te maken en nieuwe samenwerkingsverbanden te ontwikkelen.
Vorig jaar bracht de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken een rapport uit waarin hij stelde dat “gedifferentieerde integratie”, ofwel een Europa van verschillende snelheden, de trend is en zal blijven. De EU moet hierop anticiperen, en meer ruimte bieden voor alternatieven voor lidmaatschap.

Er is al veel mogelijk: zo zijn er landen die meedoen aan de Europese Economische Ruimte en de Europese Vrijhandelsassociatie (Noorwegen), een douane-unie met de EU hebben (Andorra) of via associatieakkoorden een intensievere handelsrelatie met de EU onderhouden (Noord-Afrikaanse landen).

De EU zou moeten voortborduren op deze modellen, waarbij versterkte regionale samenwerking van landen die op elkaar lijken centraal staat. Voor de meeste kandidaat-lidstaten geldt dat het overhaast overnemen van het Europese geheel aan wet- en regelgeving de samenwerking en cohesie binnen Europa ondermijnt in plaats van versterkt – denk daarbij aan Roemenië en Bulgarije, die veel te vroeg zijn toegetreden, met alle gevolgen van dien.

In het geval van Turkije is het toetredingsproces in een stroomversnelling geraakt door de vluchtelingendeal – maar niet vanwege het feit dat Turkije zijn huiswerk goed had gedaan, integendeel. In Oekraïne leidde het associatieverdrag met de EU (het meest ambitieuze associatieverdrag ooit) tot interne verdeeldheid.

Landen kunnen ondertussen hun gang gaan met het schenden van Europese normen, want een effectief rechtsstaatmechanisme ontbreekt. Op deze manier ondergraaft de EU haar eigen geloofwaardigheid.
EU-uitbreidingscommissaris Hahn suggereerde onlangs dat een interne markt in de westelijke Balkanlanden binnen enkele jaren te realiseren is. Dat zou ten goede komen aan de economische groei en daarmee aan de politieke stabiliteit in de regio, zonder dat de EU deze landen de rug toekeert of ontijdig lid maakt. Laat dat het begin zijn van meer samenwerkingsvarianten.

Geef een reactie

Laatste reacties (93)