4.925
112

Sociaal psycholoog

Werner de Gruijter (1976, Winterswijk) psycholoog en docent sociale wetenschappen op de Hogeschool van Amsterdam. Hij verdiepte zich zowel in Jungiaanse psychoanalyse als in de geschiedenis van het Westerse intellectuele denken.
Voor meer schrijfsels zie: www.wernerdegruijter.nl

Het financiële stelsel opereert absurd

Over de leiderschapscrisis in het Westen en de ineenstorting van het geldsysteem

Tegen een achtergrond van een monetair financieel systeem dat zo wankel is als een kaartenhuis – daalt overal in het Westen het vertrouwen in politici, bankiers en economen. De financiële malaise is nog lang niet opgelost. Waarom deze economische crisis in werkelijkheid een diepe leiderschapscrisis is.

Wat was het allemaal veelbelovend – de Amerikaanse senator Barack Obama die vlak na zijn verkiezingsoverwinning in 2008 als president-elect zijn volk toesprak:

We kunnen geen bloeiende Wall Street hebben, terwijl tegelijkertijd de gewone man moet zien te overleven…

Maar zes jaar later floreert Wallstreet, terwijl steeds meer Amerikanen elk dubbeltje moeten omdraaien. De conclusie is dan ook pijnlijk: Barack Obama is geen leider gebleken. De Amerikaanse president was in ieder geval onvoldoende in staat om betekenis te geven aan het publiek; door te verhalen over de diepe oorzaken die achter veel (economische) problemen schuilgaan. De president was zodoende niet in staat om oplossingsgerichte, risicovolle keuzes te maken teneinde de democratie, de wil van het Amerikaanse volk (dat zo verlangde naar ‘change!’), tot uitdrukking te brengen.

In plaats daarvan opereerde de Amerikaanse president meer als een manager of wellicht beter gezegd, een technocraat; iemand die dagelijks allerlei brandjes blust, korte termijn oplossingen zoekt en bovenal, geen visie heeft (behalve dan het behartigen van de gevestigde belangen). Maar let wel, Obama’s managementstijl staat niet op zichzelf – Rutte, Merkel, Cameron, Rajoy… etcetera. de lijst is lang. Al vanaf de jaren zeventig begon leiderschap in het Westen plaats te maken voor management.

Dit verschijnsel weerspiegelt de langzame verschuiving van de macht die heeft plaatsgevonden; van democratie naar oligarchie. Het zijn  vooral bankiers die zich macht hebben toegeëigend onder het mom van deregulering, liberalisering, privatisering. Maar hoe werkt deze machtsstructuur in de praktijk? En wat zijn daarvan de gevolgen?

Bancaire macht gratis en voor ‘niets’
Centraal staat het jaar 1971. Toen overheden het ultieme machtsinstrument, de creatie en allocatie van geld, in de handen legden van private partijen, met het zogenaamde FIAT-geldsysteem als gevolg. Vanaf dat jaar mochten particuliere bankiers zonder goud als onderpand, vanuit het niets geld creëren en dat vervolgens ook in rekening brengen. Twee dingen zijn kenmerkend voor dit systeem: als eerste dat net zoals materie en antimaterie, geld en schuld aan elkaar zitten vastgeklonken; er kan alleen geld ontstaan, als er ook schuld ontstaat. Dat werkt in de praktijk bijvoorbeeld zo: iedere euro of dollar die van een rekeninghouder binnenkomt, geeft de banken het recht om grofweg het tienvoudige daarvan (en vaak nog meer) te creëren vanuit het niets; omdat vervolgens weer uit te lenen met rente (banken hebben dus erg weinig eigen vermogen in verhouding tot de grote hoeveelheid gecreëerd geld). En ten tweede, aangezien onderpand overbodig werd, representeert FIAT-geld niets anders dan het vertrouwen dat men in dit geld heeft; en dat is een zeer wankele basis.

Meesters en slaven en andere nadelen
Er zijn meerdere redenen waarom bankiers profijt hebben van dit monetaire systeem. Omdat banken bijvoorbeeld bij wet rente in rekening mogen brengen, zijn er altijd meer schulden aanwezig dan dat er geld beschikbaar is. Hierdoor ontstaat een ‘eeuwig’ durende feodale dwang die bankiers opleggen aan de overheid om belasting te innen of om te bezuinigen enerzijds en aan particuliere schuldenaren om aldoor hard te werken anderzijds. Bovendien bepalen banken met het geld dat zij creëren – wie er een lening krijgt en wie niet; dat is een pure vorm van machtsuitoefening. Maar het geniale van dit geprivatiseerde stelsel is dat er een meester-slaaf relatie ontstaat zonder dat bevolking en politiek dat doorhebben (omdat de productie van geld, schuld en rente losgekoppeld is van de alledaagse realiteit waarin de meeste mensen leven).

Wat verder in het voordeel van de bankiers uitpakt, is de enorme hoeveelheid extra geld die door geldcreatie in het systeem wordt gepompt – wat de prijzen van bijvoorbeeld huizen, aandelen en andere bezittingen doet opdrijven. En ook al schaadt dit de koopkracht van de bevolking, voor bankiers biedt dit de mogelijkheid om te speculeren – en daar wordt goud geld mee verdient. Terwijl, en dat is het opmerkelijke, deze waardestijgingen vaak niets van doen hebben met de werkelijke waarde van de bezittingen waarmee wordt gespeculeerd; ze zijn simpelweg het gevolg van de overschot aan gecreëerd geld. En als deze financiële luchtbellen uiteindelijk knappen, draait (zoals tijdens de crisis van 2008) niet de sector; maar de gehele bevolking op voor de kosten van financiële missers – zonder dat ook maar iemand daar verder voor wordt berecht.

Waar het op neerkomt is dat de samenleving zo ten koste van de eigen welvaart vooralsnog ‘verplicht’ bijdraagt om een aantal superrijken nog rijker te maken: dat is de absurditeit van dit financiële systeem – een absurditeit bovendien die niet bepaald duurzaam te noemen is.

Gedoemd te mislukken
Doordat er per definitie meer schulden zijn dan dat er geld wordt gecreëerd, ontstaat een steeds groter wordend schuldprobleem; overigens is dat het geval zowel bij economische groei als bij stagnatie – hoewel bij dat laatste de situatie extra snel verslechtert. Een probleem dat dan alleen kan worden ‘opgelost’ door nog meer geld te creëren – waardoor paradoxaal genoeg nog meer schuld ontstaat; een vicieuze cirkel. Uit cijfers van de FED, de Amerikaanse Centrale Bank, blijkt bijvoorbeeld dat het eerst 350 jaar duurde voordat er een biljoen dollar in circulatie was, van 1620 tot 1973; maar de laatste keer dat er een biljoen dollar aan de geldhoeveelheid werd toegevoegd duurde dat slechts 5 maanden (en dat vond afgelopen jaar plaats; zie grafiek). Steeds sneller, steeds meer: en deze exponentiële groei van geld en schuld is inherent aan het FIAT-geldsysteem.


Grafiek 1: exponentiële groei FIAT-geld (via Peakprosperity)

Maar met de realiteit heeft dit alles niets meer van doen. Ook al kan in theorie de geldhoeveelheid en de schuld oneindig exponentieel groeien; in de praktijk – op een aarde waar de hoeveelheid land, grondstoffen en de hoeveelheid mensen niet in oneindige hoeveelheden beschikbaar zijn – is dit geldsysteem gedoemd te mislukken. Het tart simpelweg de natuurwetten. Veelzeggend is bovendien dat alle andere FIAT-geldsystemen die ooit in de geschiedenis hebben bestaan: zijn mislukt. De vraag is dus ‘wanneer’ de ultieme crash zal plaatsvinden, niet ‘of’ deze crash zal plaatsvinden. En dat zou nog wel eens sneller kunnen zijn dan de meeste mensen denken, gezien de zorgelijke staat waarin de Verenigde Staten verkeren.

Cui bono?
Dat er vooralsnog niet wordt ingegrepen, is simpel: er zijn teveel bankier-achtige lieden die – ten koste van mens, gemeenschap, land en milieu – aldoor profiteren van dit systeem. Het levert hen steeds meer macht op en bovenal geld. Dat zet de dingen in perspectief. Bijvoorbeeld, niet ondanks, maar juist door de economische crisis zijn er nog nooit zoveel superrijken geweest. Hoe meer schulden, hoe meer winsten immers voor de schuldeiser. En vergeet daarnaast ook niet de hoeveelheid extra geld die sinds de crisis het systeem in is gepompt; vooralsnog allemaal ter speculatie in plaats van ter investering. De beloningen tarten inmiddels in absurditeit de verbeelding. Zoals bijvoorbeeld die van de tien best verdienende hedgefund managers van Wallstreet. Die verdienden volgens Forbes magazine gezamenlijk zo’n 11 miljard dollar – en wel in één jaar (in 2012).

Valse culturele verhalen
Kort samengevat: ondanks Obama’s mandaat voor “change!” bij de verkiezingen uit 2008, zijn structurele hervormingen uitgebleven. Dat staat niet op zichzelf. Westerse leiders gedragen zich als technocraten in plaats van als leiders; en banken hebben de macht. Deze crisis in leiderschap is niet zonder gevolgen gebleken. Inmiddels zijn onze culturele waarden en bijbehorende maatschappelijke instituten – onmiskenbaar – het product geworden van de valse culturele verhalen die door zowel linkse als rechtse politici aldoor worden vertelt (over privatisering, deregulering, marktwerking et cetera). Pas nu ziet men in hoe zorgelijk het Westen zich hierdoor heeft ontwikkeld – in de woorden van emeritus Harvard hoogleraar economie, David Korten:

Ons financieel systeem is onbeheersbaar geworden; extreme ongelijkheid verscheurd het sociale weefsel; kritieke ecosystemen worden vernietigd; en de politieke corruptie heeft het systematisch onmogelijk gemaakt dat onze instituten nog krachtdadig kunnen optreden tegen de problemen waarvoor we gesteld staan.

Verwacht dan ook geen hoop van bovenaf – daar huizen immers de gevestigde belangen. Het is veel realistischer hoop te vinden van onderen – in de mensen die, gedreven vanuit een innerlijk ervaren noodzaak, de democratie weer gestalte willen en zullen gaan geven. Dus ook al heeft Barack Obama niet aan de verwachtingen voldaan – vergeet bovenal niet dat zijn slogan nog altijd, niettemin, onverdeeld een waarheid in zich draagt die voor vrijwel iedereen relevant is in deze tijd, namelijk:

Change… yes we can!

Geef een reactie

Laatste reacties (112)