Laatste update 17:59
1.218
9

Journalist - Onderzoeker

Het formuleren van een Europese visie is voor Volt te veel gevraagd

De Volt-files: als je maar gelooft in je eigen PR, heb je helemaal geen debat nodig

foto: Chris Aalberts

Volt bedient zich graag van grote politieke thema’s om haar bestaansrecht te legitimeren. Op het Volt-congres in Lissabon horen we de Portugese Volt-voorzitter praten over de multiculturele samenleving die gekoesterd moet worden en over het opnemen van vluchtelingen. Co-voorzitter Reinier van Lanschot meldt dat er politieke vernieuwing nodig is, dat het klimaatprobleem opgelost moet worden en dat de EU omwille van de geopolitieke situatie moet worden versterkt. Volt-Kamerlid Laurens Dassen voegt daar het streven naar een Europese parlementaire democratie aan toe. Aan ambities geen gebrek.

Applaus is er ook genoeg. Het Volt-congres heeft veel weg van een internationaal studentencongres. De meeste aanwezigen zijn zo rond de 25, er wordt in de avonden flink gefeest en in de zaal klinkt regelmatig harde muziek. De Volt’ers zingen op de melodie van We will rock you de tekst We are Volt’ers. Allemaal goede pr voor de partij en voor de EU. Je zou bijna vergeten wat een partijcongres normaliter – bij bijvoorbeeld PvdA of D66 – is: een bijeenkomst waar politieke visies worden gevormd en discussies plaatsvinden over belangrijke politieke thema’s.

Er liggen bij Volt nogal wat thema’s op tafel die zo’n discussie verdienen. Intern was er onrust over de alliantie van Volt Bulgarije met populistische of semi-populistische partijen. De meeste Volt-leden kunnen de Bulgaarse politiek niet overzien en zullen ongetwijfeld vragen hebben. Het is in Lissabon geen agendapunt. Een andere partij zou in zo’n geval een sessie organiseren en Bulgaarse voorlieden een presentatie laten geven over de situatie. Zo kan de lucht worden geklaard, twijfels gedeeld en vragen beantwoord. Of niet natuurlijk. Maar bij Volt gaat het er niet over.

Grote thema’s, geen debat
Nog zo’n thema: Volt is scheefgegroeid door het enorme succes in Nederland. In Oost-Europa is de partij echter non-existent en ook in landen als Spanje en Portugal is de partij klein. Uit een presentatie over de financiën blijkt dat de financiële positie van Volt Europa enorm is verbeterd door de in Nederland toegestroomde leden en de afdrachtsregeling van de Nederlandse Kamerleden. Iedere leek kan zien dat dit op korte termijn tot scheve interne verhoudingen leidt. Maar op het congres gaat het er niet over en horen we niemand vertellen wat hieraan moet gebeuren.

Een hele dag van dit congres gaat op aan de presentaties van kandidaat-bestuursleden. Dat zijn er zo’n 25. Bij Volt is men daar erg blij mee: meerdere aanwezigen benadrukken dat het grote enthousiasme om bestuurslid te worden laat zien dat het goed gaat met de partij. De totaal onbekende kandidaten moeten straks richting geven aan de dilemma’s van Volt, maar in hun introducties gaat het daar nauwelijks over. Als er vragen zijn worden die in 45 seconden beantwoord. Dan is het weer tijd voor een ander onderwerp of mag een andere kandidaat iets oppervlakkigs zeggen.

Zo wordt er helemaal niet gepraat over wezenlijke thema’s. Voorbeelden zijn hoe Volt in meerdere landen op de kaart kan komen te staan, wat er geleerd kan worden van het Nederlandse succes, welke landen de meeste kans maken om zetels te leveren voor het Europees Parlement, welke allianties Volt wel en niet moet sluiten en hoe het bestuur zich beter kan verantwoorden. Bestuurskandidaten kunnen in 45 seconden geen begin van een antwoord formuleren. Logischer zou zijn discussies te voeren tussen Volt’ers uit verschillende landen, om zo tot echte Europese ideeënuitwisseling te komen.

Liever geen debat
Bij Volt komen ze niet eens op dat idee. Leden weten niet goed hoe de organisatie werkt, hebben de politieke details niet op orde en voelen zich niet voldoende betrokken om de bestuurders echt te controleren. Ze lijken lid omdat ze de idealen steunen. Als de partij de verkeerde kant uitgaat, kunnen ze hun lidmaatschap altijd weer opzeggen. Dat is logischer dan te proberen de partij van binnenuit van richting te laten veranderen. De bestuurders weten dit en faciliteren daarom pr die de leden een goed gevoel geeft, in plaats van discussies te entameren die mogelijk meningsverschillen uitvergroten.

Volt blijkt dit congres helemaal niet in staat tot het formuleren van gezamenlijk beleid. Er is een presentatie over een nieuw partijmanifest. Het oude manifest is ooit bij de start geschreven en nu moet er een update komen. De reden daarvoor is niet helder, behalve dat men de tekst wil uitbreiden van vijf naar tien tot vijftien bladzijden. We zien een man en een vrouw op het podium vertellen hoe dit proces in zijn werk ging. Dit is geprobeerd aan de hand van de principes van de deliberatieve democratie. Leden moeten met elkaar in debat en dan komt alles goed.

Er volgen grote woorden: deliberatieve democratie is een alternatief voor populisme, het verkleint de afstand tussen burgers en politiek en geeft burgers meer macht. Er zijn wetenschappers geraadpleegd hoe Volt het manifest moet herschrijven maar tot de grote spijt van het team is het proces mislukt. Zo is er na anderhalf jaar werk niets gerealiseerd. Het blijft onduidelijk wat er precies is misgegaan. Niemand heeft de schuld, horen we, men had te weinig tijd, het was te intensief en er zijn negentien condities geïdentificeerd om dit de volgende keer wel tot een goed einde te brengen. Er is veel geleerd en nu komt er een task force.

Een hulpeloos bestuur
Zo mislukte de missie om een intern debat te organiseren, maar het is zelfs nog net even erger. De vrouw die deze mislukking leidde kandideert zich zonder enige gêne voor het nieuwe Europese bestuur. Twee bestaande bestuursleden, waarvan breed bekend is dat ze individualistische ruziemakers zijn, gaan zonder enige discussie op voor hun herverkiezing. Bij de nieuwe kandidaten zitten studenten die letterlijk zeggen dat ze nog nooit een zaal hebben toegesproken. De voorzitter van Volt Frankrijk wil doorschuiven naar het Europese bestuur, terwijl zijn afdeling nog nooit één verkiezing heeft gewonnen.

Van deze probleemgevallen is de Franse voorzitter de enige die ook daadwerkelijk in het bestuur wordt gekozen. De selectie van bestuursleden vindt vooral plaats op basis van persoonlijk netwerk, niet op basis van prestaties, visie of vaardigheden. Die komen niet aan bod. Zo krijgt de Nederlandse Anouk Ooms een positie: ze werkte voor Volt Europa en kent daarom veel mensen. Persoonlijke netwerken spelen in de politiek altijd een rol, maar nergens worden bestuurders zo lichtzinnig benoemd als hier. Nieren proeven, daar doen ze bij Volt niet aan. Bekenden benoemen is logischer. Of ze geschikt zijn weet niemand.

Zijn dit de Europese bestuurders die straks wel intern debat gaan entameren en vervolgens de Nederlandse Kamerleden gaan vertellen dat ze zich aan de vernieuwde Europese beleidslijnen moeten houden? Als het te gek wordt, kan Volt Nederland zich nog altijd afsplitsen om als gewone nationale partij verder te gaan. Helemaal ondenkbeeldig is dit scenario niet. Qua professionaliteit steekt Nederland met kop en schouders uit boven de rest. Als we dan weten dat Volt Europa zonder Nederland verlies maakt en de Europese ambities sowieso onhaalbaar zijn, kan men de problemen mijlenver zien aankomen.

Chris Aalberts was bij het Europese Volt-congres in Lissabon. Dit is het derde deel van een drieluik. Lees hier deel 1 en deel 2.

Laatste publicatie van Chris Aalberts

  • De Partij Dat Ben Ik

    De politieke beweging van Thierry Baudet

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (9)