1.504
26

Beeldend kunstenaar

Jonas Staal (1981) is beeldend kunstenaar en studeerde monumentale kunst in Enschede en Boston. Op dit moment werkt hij aan zijn PhD onderzoek 'Kunst en propaganda in de 21ste eeuw' aan de Universiteit Leiden. Hij is de grondlegger van de artistieke en politieke organisatie New World Summit (zie: http://www.newworldsummit.eu), die zich inzet voor organisaties die worden buitengesloten van democratische processen.

Het gevaar is niet ons gebrek, maar ons teveel aan geloof

JONAS STAAL Geloven in een god zou moslims drijven tot terreur. Maar geloven in het individu leidt naar mijn weten niet tot minder terreur.

Sinds 12 juni staat er op het dak van het Centraal Museum in Utrecht een grote luidspreker. Vijf keer per dag brengt deze de azan, de islamitische oproep tot gebed ten gehore. Een religieus gebruik dat in Nederland fel ter discussie staat.

Het dient voorop te staan dat deze installatie van mijn hand niet bedoeld om dit gebruik in Nederland te propageren, maar om vanuit het kunstinstituut en de openbare ruimte een cruciale kwestie in onze samenleving te onderzoeken rondom het begrip geloof.

Net als andere symbolen die met de islam geassocieerd worden, zoals de boerka of het hoofddoekje, is de gebedsoproep voor velen synoniem geworden aan een uitheemse orde die onze samenleving van binnen uit wenst over te nemen. Dit met dank aan de zogeheten ‘linkse elite’ die weigert zich tegen deze invasie te wapenen.

Stel nu dat de radicaal nationalistische woordvoerders – in Nederland zomaar goed voor een zetel of 40 – simpelweg gelijk hebben. Stel dat het inderdaad zo is dat de islam een totalitaire cultuur is, die op geen enkele manier in staat is belangwekkende emancipatorische ontwikkelingen voort te brengen. Een cultuur van geweld en onderdrukking, die zich als een parasiet in de westerse samenleving heeft genesteld en daar onze stokpaardjes als gelijkheid tussen man en vrouw, erkenning van homoseksualiteit en scheiding tussen kerk en staat tot vernietiging wil brengen.

Ik stel mijzelf de vraag of deze invasie onze huidige maatschappelijke situatie werkelijk zou veranderen. Om daar achter te komen moet onderzocht worden wat deze mogelijke islamitische invasie nu precies in de westerse, Nederlandse cultuur bedreigt.

Het meest gehoorde argument is dat onze seculiere samenleving, waarin de scheiding tussen kerk en staat wordt gekoesterd, bedreigd wordt omdat moslims geloven in een onkenbare en almachtige godheid, Allah. En omdat de consequenties van dit bestaan door de profeet Mohammed zijn omgezet in een religieus, maatschappelijk en politiek systeem. Dit geloof en de gevolgen hiervan worden door enkelingen in het westen als achterlijk afgedaan. De meeste mensen lijken hier echter vooral wat meewarig tegenover te staan, alsof het wat triest is mensen te zien worstelen met een soort geloof waar wij reeds langere tijd mee hebben afgerekend.

Maar nu is de vraag of ‘geloven’ werkelijk zo eenvoudig te duiden is als in het wel of niet erkennen van een godheid. Dat wil zeggen: betekent het niet erkennen van een god dat men niet gelooft? Nog immer zie ik mensen twijfelen bij het onderdoor lopen van een trap, afkloppen en muntjes in vijvers gooien. Maar mogelijk zijn dat niets dan restanten van bijgeloof. Geen echt geloof, maar een soort halfslachtig geloof, zonder duidelijke constitutie, een geloof dat bij het minste of geringste overboord kan worden gegooid. Eenwat rigoureuzer voorbeeld is dus nodig om de betekenis van geloof in onze huidige tijd en samenleving te definiëren.

Laten wij als voorbeeld het kopen van een lot om geld te winnen nemen, een evenement dat niet alleen aangeprezen maar zelfs georganiseerd wordt door onze eigen ‘seculiere’ staat (de Staatsloterij). Het is op geen enkele wijze rationeel, ‘verlicht’ te beargumenteren waarom iemand een lot zou kopen. Feiten tonen aan dat (zoals het geval is bij elke vorm van gokspel) de speler statistisch gezien altijd aan het kortste eind trekt. Er is geen sprake van werkelijke uitzonderingen. Bij het gokspel winnen net zoveel mensen als dat er joden, zigeuners en homoseksuelen zijn die de holocaust hebben overleefd: een marge zo groot als het restproduct van elke goed lopende machine, zo marginaal dat niemand aan het functioneren van de machinerie als geheel zou twijfelen.

Het argument dat men hier van ‘hoop’ en niet van ‘geloof’ zou moeten spreken verwerp ik bij dezen. Sinds de ‘Campagne van Hoop’ van de zwarte Messias (nu president van Amerika), inclusief multimedia-departement, logo en mantra – de Amerikaanse droom! – kan niemand ‘hoop’ verdedigen als iets anders dan ‘geloof zonder god’. En zelfs dit laatste valt, gezien de positie van God als motor van de Amerikaanse droom, nog sterk te betwijfelen.

Ons entertainment – of het nu om het journaal of Oprah Winfrey gaat – geeft aandacht aan de winnaar. Die alleenstaande man die 40 miljoen won en een eiland kon kopen. De Duitse jood die de holocaust overleefde en een succesvol pianist werd. Maar deze mensen bestaan feitelijk niet. Dat wil zeggen: zij bestaan alleen omdat wij de alles verpletterende ‘rationele’ en ‘feitelijke’ cijfers niet willen, maar ook niet kunnen accepteren. Omdat dit het einde van ons geloof zou betekenen, en wij er alles voor over hebben om deze intact te houden.

Dat geloof is er dus een van een extreem individualisme. Het is het geloof waarin het leven van de enkele persoon, zijn levensverhaal in enkelvoud, zijn genoegen en comfort centraal staat. In dit geloof bestaat slechts de jood die overleefde. Slechts de man die de loterij won. En slechts de zwarte Messias die dankzij de Amerikaanse droom president werd.

Geloven in een god zou moslims drijven tot terreur. Maar geloven in het individu leidt naar mijn weten niet tot minder terreur. Het in stand houden van de illusie dat wij door het overboord gooien van het begrip ‘god’ niet meer geloven, en een rationeel en seculier bestaan zouden lijden, met scheiding van kerk en staat, dansende homoseksuelen in de straten en rationele oorlogen in het oosten om deze situatie in stand te houden, is hopeloos. En, mochten we het zo willen noemen, net zo ‘achterlijk’ als degene die zijn bestaansrecht vindt in het herkennen van een symbolische god die het universum aanstuurt tot in het kleinste detail.

Het lot heet niet voor niets ‘lot’: de lotsbestemming die met dat ene papiertje door die ene cijfercombinatie wordt gerepresenteerd, de lotsbestemming die precies in mijn handen terecht is gekomen! Het lot biedt een toegang tot het grote mysterie van de westerse wereld. Dat mysterie noemen wij ‘de economie’, of, in tijden dat het woord nog iets populairder was, kapitalisme. Daaraan brengen wij offers. Ettelijke miljoenen, miljarden, biljoenen verdwijnen in de economie zoals ooit stapels bloedende schapen en vruchten voor heilige tempels werden gebracht en naakte maagden in een vulkaan verdwenen. Het zijn offers aan niemand behalve aan ons geloof zelf. Blijven investeren, rekeningen blijven openen, steeds opnieuw aandelen aanschaffen en meer geld drukken behoren tot de vele rituelen die noodzakelijk blijken ons geloof te reanimeren.

Het grote verschil is echter dat ons geloof niets meer te maken heeft met ‘winnen’. Terwijl bij een lot wij onze geboortedatum als cijfer opgeven, met onze duimen draaien voor de televisie en ‘rationeel’ nagaan wat onze winstkansen zijn, krijgen wij bij de economie een cijfer toegeworpen, en is alles gelegen aan ons geloof om niet alles te verliezen. Het geloof in de winst, is onze huidige economie omgezet naar het geloof in het cijfer, het getal, de code, de ‘oplossing’ van de zoveelste economische crisis zelf.

Dit is het geloof dat het kapitaal, die grote verzameling cijfers, de westerse wereld heeft verkozen als superieure gemeenschap. Het geloof dat het kapitaal ons als individu heeft uitverkoren om dit lot te dragen. Dit geloof en het superioriteitsgevoel dat erbij hoort ligt ten grondslag aan de internationale westerse terreur die middels illegitieme oorlogen en sancties gevoerd wordt op precies dezelfde manier als dat bij de zogenaamde radicale islamisten het geval is.

Vaak is gesteld dat het probleem van de westerse wereld een gebrek aan geloof, aan gemeenschappelijke waarden en ethiek zou zijn. Maar ons probleem lijkt uiteindelijk eerder een teveel aan geloof, dat wij op perverse wijze aan elkaar verkopen vermomd onder begrippen als rationaliteit en secularisatie.

De dag dat gelovigen onze samenleving overnemen is een dag die ik niet zou kunnen onderscheiden van vandaag. En zolang dit niet erkend wordt en de grondslagen van ons geloof, en het bijgaande pantheon – van Silvio Berlusconi tot Oprah Winfrey – niet gelijk aan elke godheid worden ontkracht, onttroond en vernietigd, wens ik dat mijn gebedsoproep over de daken van Utrecht blijft klinken, als een weerspiegeling van de openingsbel op Wall Street. Ik stel voor om ze voor altijd te laten zwijgen. Maar dan wel allebei tegelijkertijd.

Jonas Staal (1981) is beeldend kunstenaar. Zijn project ‘Gebedsoproep’ is onderdeel van de tentoonstelling ‘Recht voor zijn raap’ in het Centraal Museum in Utrecht, en nog dagelijks vijf maal per dag te bezoeken t/m 12 september. Zie ook http://www.jonasstaal.nl

&nb

Geef een reactie

Laatste reacties (26)