1.814
67

Schrijver

Hugo Bergveen (1950) vervulde directiefuncties in verschillende non-profitorganisaties, totdat hij huiselijk geweld pleegde. Hij bracht in totaal 3 ½ jaar door in de gevangenissen van Doetinchem en Veenhuizen. Sinds januari 2014 is hij weer op vrije voeten. Hij beschreef zijn ervaringen in het boekje 'Bajes voor beginners' (uitgave Van Gorcum, 2014).

Het Prison Project

Hoe de overheid en de politiek ondanks overweldigende bewijzen tegen langere straffen toch vasthouden aan het oude beleid

In het Gevangenismuseum in Veenhuizen werd afgelopen vrijdag het derde symposium gehouden van het Prison Project, een grootschalig en langlopend onderzoek naar de effecten van detentie op het leven van gedetineerden en hun familie. Hiertoe werden en worden zo’n 4.000 (voormalige) gedetineerden gevolgd tijdens en na hun detentie.

Het thema was ‘detentie en recidive: de relatie tussen detentiekenmerken en toekomstig crimineel gedrag’. Jaarlijks verdwijnen zo’n 35.000 mensen korter of langer achter de tralies en het percentage recidive is hoog: ongeveer 50 procent gaat binnen 2 jaar weer de fout in. Detentie wordt onder meer geacht herhaling te voorkomen; hoog tijd om deze veronderstelling wetenschappelijk te toetsen.
Is er een verband tussen de lengte van detentie en recidive, met andere woorden: betekent een langere detentie dat de kans op recidive kleiner wordt? Spijtig voor de propagandisten van langere straffen: dat verband kan niet worden aangetoond. En hoe zit het met de door de gedetineerde gevoelde zwaarte van zijn straf? De Nederlandse gevangenissen zijn toch net hotels? Weg met de voorrechten en faciliteiten; dan zullen ze wel anders piepen. Toch? Op het eerste gezicht lijkt dat te werken, maar als andere factoren worden meegerekend, zoals de criminele voorgeschiedenis, de aard van het misdrijf en de persoonlijke omstandigheden van de gedetineerde, blijft er van dat effect nauwelijks iets over.
Maar er is toch wel iets dat wel werkt? Jazeker: trainingen tijdens de detentie, begeleiding daarna en een stabiele leefsituatie hebben een gunstig effect op de (ex)gedetineerden die daarvoor in aanmerking komen. Je zou dus zeggen dat een verstandige overheid met aandacht voor de veiligheid van haar burgers daar flink op inzet. Maar wat blijkt? Onder invloed van de tijdgeest is deelname aan trainingen en vormingsprogramma’s afhankelijk gemaakt van het gedrag van de gedetineerde. Die programma’s worden gezien als voorrechten, en voorrechten moeten worden verdiend. Het gevolg is dat juist de groep die het meeste baat bij deelname aan zo’n programma heeft er geen toegang toe krijgt. Bovendien blijkt 1 op de 3 deelnemers geen of slechte trainingen te krijgen omdat de faciliteiten of gekwalificeerde begeleiders ontbreken of omdat er organisatorische belemmeringen zijn. En eenmaal buiten de gevangenispoort blijken veel ex-gedetineerden in een glazen kooi te zitten van vooroordelen, geweigerde verzekeringen en leningen, en vruchteloze sollicitaties.
Wat overblijft is de populaire stelling dat iemand die vastzit geen misdrijven kan plegen. Dus langer vast = langer veilig: jottem! Rond 90 procent van de gevangenisstraffen duurt een jaar of korter; die winst is dus marginaal. Bovendien blijkt de kans op recidive groter te worden naarmate de detentie langer duurde. Tel uit je winst.
Hoe komt het dat de overheid en de politiek, ondanks overweldigende bewijzen dat onze vorm van straffen door mensen op te sluiten averechts werkt, toch vasthouden aan het oude beleid? De tijdgeest is één ding, maar het symposium toonde ook iets anders: op de vraag wie van de deelnemers ‘in het veld’ werkte (PI’s, reclassering, etc.) stak zowat de helft de vinger op. De vraag naar mensen uit de organisaties leverde ook een flink aantal vingers op. En wie was betrokken bij het beleid? Geen vingers. 
Zie ook de website www.prisonproject.nl. Buitengewoon interessant voor iedereen met een mening over criminaliteit en bestraffing.

Geef een reactie

Laatste reacties (67)